Degradatievrees

Nog vier wedstrijden: wij, Spartanen, leven tussen hoop en vrees

Sparta in betere tijden: doelman Jan van Beveren ontneemt Feyenoord-spits Ove Kindvall een kans tot een doelpunt.  Beeld ANP
Sparta in betere tijden: doelman Jan van Beveren ontneemt Feyenoord-spits Ove Kindvall een kans tot een doelpunt.Beeld ANP

Sparta, de oudste profclub van het land, was lang een herenclub. Nu staat de oudste van Nederland laatste. Deze week stapte trainer Henk Fraser op. Anton Slotboom, publicist voor Trouw, auteur van een boek over Sparta én supporter, beschrijft de pijn, en dat het sportieve verval ook een moreel verval is.

Anton Slotboom

De man van mijn moeder is een oer-Rotterdamse zestiger en fan van Feyenoord. Ieder jaar vertelt hij de anekdote over die andere Rotterdamse club. “Wist je”, zegt hij dan, “dat mijn vader een goede voetballer was? Hij speelde in het eerste van Neptunus. Sparta toonde interesse, en mijn vader mocht op proef komen.” Dat was iets om trots op te zijn. Sparta was een van de grootste clubs van Nederland. “Maar mijn vader werd afgewezen door de ballotagecommissie. De komaf van zijn ouders was niet goed genoeg.”

Dat doet hem nog altijd pijn. Ik weet niet wat te antwoorden. Al mijn hele leven ben ik fan van het ooit zo chique Sparta. Iedere wedstrijd weer zit ik met dezelfde club vrienden op dezelfde plaatsen op dezelfde tribune, al tientallen jaren. Zo hooghartig als toen is Sparta – gelukkig – al lang niet meer. Ballotage, die ervoor moest zorgen dat Sparta ‘beschaafd’ bleef, is verleden tijd.

Sparta, in 1888 opgericht als cricketclub door schooljongens uit de Rotterdams elite, is een gewone club geworden. En dit seizoen misschien wel erger dan dat. Zelfs bij Sparta werd dit seizoen ordinair met bier naar spelers op het veld gegooid. Na de wedstrijd tegen Go Ahead Eagles werd er na afloop zelfs gevochten.

Diepe indruk

Dik dertig jaar geleden nam mijn vader me voor het eerst mee. Het waren de jaren tachtig, en Feyenoord voerde in die tijd de absolute boventoon: kinderen die voor Sparta kozen waren zeldzaam geworden. Maar wie door Spangen naar het stadion liep, ging ook toen al een heus kasteel tegemoet. Hét Kasteel. Dat maakte diepe indruk. De keuze was meteen gemaakt: ik was ook Spartaan. Dan maar eigenwijs, in de minderheid en met minder kans op succes. Maar wel een fatsoenlijke club. Dat de deftige komaf Sparta nog steeds vormde, zou ik in de jaren daarna ontdekken. Des te pijnlijker is de huidige misère.

Soms herkennen wij Spartanen onze eigen club niet meer. Begin deze maand meldde het AD dat spelers van Sparta geld hadden gestoken in een illegale goksite, maar Tom Beugelsdijk en Aaron Meijers mogen het rood-wit gewoon blijven dragen. Beugelsdijk bleek zelfs drie weken lang te zijn afgeluisterd door justitie. De verdenking: matchfixing. Bewijzen werden niet gevonden, ‘bewijs voor andere feiten’ wel, zo meldde justitie. Maar Beugelsdijk maakt nog gewoon deel uit van de selectie. Net als die andere betrokkene, Meijers.

Er gaat dit seizoen meer mis, veel meer, op allerlei niveaus. Sparta staat op de laatste plaats in de eredivisie, met maar vijf gewonnen potjes. Vijftien keer verloren we. Voor Spartanen is afzakken naar de Keuken Kampioen Divisie een horrorscenario, maar we relativeren: dat overkwam ons al eens eerder.

Maar het is de achtergrond van de huidige sportieve ellende die ons Spartanen meer pijn doet: het morele verval. Op het Kasteel woedt al tijden een interne stammenstrijd. Uitvloeisel daarvan was het opstappen afgelopen zondag van trainer Henk Fraser. Hij was solidair met zijn assistent Aleksandar Rankovic die van de clubleiding had gehoord dat hij per direct moest vertrekken.

Maurice Steijn begon deze week vervroegd als trainer van Sparta, nadat Henk Fraser was opgestapt.  Beeld ANP
Maurice Steijn begon deze week vervroegd als trainer van Sparta, nadat Henk Fraser was opgestapt.Beeld ANP

Aan het hoofd van de club staat algemeen directeur Manfred Laros. Het is geen geheim dat het tussen hem en Fraser allang niet meer boterde. Laros hield aan het begin van het seizoen de hand teveel op de knip, vond Fraser. De directeur wilde na de moeilijke coronatijd financieel gezond blijven. Daar valt iets voor te zeggen. Uit onvrede over het voorzichtige beleid vertrok vlak voor de winterstop technisch directeur Henk van Stee. ‘In gezamenlijk overleg’, heette het, maar de waarheid was anders. Achter de kasteelpoorten had het gestormd. Het vertrek deed Spartanen zeer: Van Stee heeft een Sparta-hart en hoort bij de club. Maar zelfs op kastelen wordt nu met modder gesmeten.

Weinig blijft ons bespaard

De functie van technisch directeur werd in december overgenomen door een buitenstaander, Gerard Nijkamp, ex-PEC Zwolle. In de winterstop haalde hij een hele vloot nieuwe spelers naar Spangen. Goed uit de verf komen de meesten niet. Spits Adrian Dalmau, gehuurd van FC Utrecht, zit al weken op de bank. Younes Namli, een Deens-Nederlandse middenvelder die in Rusland speelde, is uit vorm.

Fris aanvallen, scoren of zelfs een kans creëren doet Sparta dit seizoen amper. Vorig voetbalweekend verloren we bij FC Twente. Waar eerder nog 700 supporters meereisden naar uitwedstrijden, zaten we in Enschede nog met krap 150 man in het uitvak. De busreis er naartoe duurde drie uur. In de nacht wachtten ons lege wegen na een kansloze avond. Lacherig hadden Twente-fans ons op de schouders geslagen. “Nou, dat was niet echt veel hè?’'

Wij stonden voor schut, Sparta ook. Er moest iets gebeuren, concludeerde Nijkamp. De assistent-trainer ging op non-actief. Fraser, die toch al naar FC Utrecht zou gaan, pakte ook zijn biezen. Fraser zat in het kamp-Van Stee, net als Hugo Borst. De publicist en prominente supporter liet de afgelopen weken in meerdere media zware kritiek horen op Laros.

Bevreesd voor degradatie word ik verscheurd door twijfel. Ik wil niet voor een kamp kiezen, ik zit in het kamp-Sparta. Met een zwaar gemoed stelde ik zondagavond vast dat wij in de cruciale fase van het seizoen, terwijl naaste rivalen PEC Zwolle, Fortuna Sittard en Willem II opeens wel punten pakken, zonder coach zaten. Snel werd een oplossing gevonden. De al voor volgend seizoen aangetrokken Maurice Steijn bleek bereid nu al te beginnen. De goede oplossing? Ik vrees het ergste. Er resten nog maar vier wedstrijden om degradatie te ontwijken. Als dat niet lukt, begint Steijn met een degradatie achter zijn naam aan het volgende seizoen – een niveau lager.

‘Een zee van hoeden op de tribune’

Wij, Spartanen leven nu tussen hoop en vrees. Gaat dit goed? Wordt Sparta weer zichzelf? In het net verschenen boek Wij, Spartanen ging ik op zoek naar het antwoord. Ja, natuurlijk is Sparta veranderd, blijvend ook. “Vroeger zag je op Het Kasteel een zee van hoeden op de tribune”, vertelt Borst me als ik hem vraag naar het Sparta van weleer. “Het is volkser geworden, en ordinairder, op de tribune. Dat is niet per se erg hoor. Het is gewoon zo.”

Een nuance: geen enkele club lijkt meer op de club die het was in de jaren vijftig. Natuurlijk niet. Niet alleen Sparta is veranderd, dat zijn ze allemaal. Geld speelt een grotere rol, individualisme ook, fatsoen een kleinere. Ooit kregen voetballers van Sparta ‘raadgevingen’ mee. ‘Wees niet luidruchtig onder het spel’, stond op dat vel. ‘Respecteer uw tegenpartij en tracht alles te vermijden wat nodeloos kwetsen kan.’ En: ‘Tracht niet door een leugen een spel te winnen’.

Spelers van Sparta uit een ver verleden, met supporters en bestuurders van de club.  Beeld anp
Spelers van Sparta uit een ver verleden, met supporters en bestuurders van de club.Beeld anp

Dat vel wordt al decennia niet meer uitgereikt. Veel spelers hebben geen idee meer van de wortels van Sparta. Dat leeft alleen nog her en der onder Spartanen op de tribune, supporters die nu machteloos moeten toezien wat er allemaal gebeurt. Is degradatie over een paar weken ons welverdiende loon?

Voor een Spartaan heeft degraderen steevast iets banaals. We dachten dat het ons nooit zou overkomen. En toen het in 2002 toch voor het eerst sinds de oprichting van het betaalde voetbal gebeurde, riepen we na de terugkeer in de eredivisie: dit nooit meer. Als het nu weer gebeurt, zal het moddergooien in en rond het hoofdgebouw ongetwijfeld weer losbarsten. Want wie krijgt schuld?

In mei 2018 zei oer-Spartaan Jules Deelder, nadat we weer waren gedegradeerd: “Ik ben er helemaal klaar mee. Hoe lang ga je jezelf pesten?” Of hij nog wel zou komen kijken in de eerste divisie, viel nog te bezien. Maar Deelder bleef natuurlijk gewoon komen. Zoals ook ik zal blijven gaan, gedwee gehoor gevend aan ons eigen clublied uit 1909. ‘Bij neerlaag of victorie, in voor- of tegenspoed’, zing ik hoe dan ook weer volgend seizoen. Staand en uit volle borst, precies zoals de traditie het ons voorschrijft. Sommige tradities zijn op Het Kasteel gelukkig nog wél bewaard.

Lees ook:

Trainer Fraser stapt vier duels voor het einde op bij Sparta

Sparta houdt 6 minuten en 14 seconden stand tegen Vitesse.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden