InterviewPaardensport

Nieuwe bondscoach van de springruiters wil genoeg rust voor de paarden. ‘Je kunt niet dansen op elke kermis’

Jos Lansink: ‘Ik wil op het WK met frisse combinaties aan de start komen’. Beeld ANP / Rias Immink
Jos Lansink: ‘Ik wil op het WK met frisse combinaties aan de start komen’.Beeld ANP / Rias Immink

Jos Lansink moet de Nederlandse springruiters weer aan prijzen helpen. Vooralsnog ontbreekt het aan echte toppaarden.

Fred Buddenberg

Jos Lansink zegt van zichzelf dat hij geen negatief ingesteld persoon is. Hij probeert er altijd het beste van te maken, en met die insteek is hij begonnen aan zijn nieuwe baan als bondscoach van de springruiters. Maar ondanks zijn optimistische aard verliest hij de realiteit niet uit het oog. Nederland valt op de grote kampioenschappen al jaren buiten de prijzen en de route naar succes is geen eenvoudig parcours.

Een van de zorgen van Lansink, die in januari de weggestuurde Rob Ehrens opvolgde, is het gebrek aan echte toppaarden. Om serieus kans te maken op plaatsen op het erepodium zou Nederland eigenlijk moeten beschikken over vier paarden met de kwaliteiten van Beauville Z, de elfjarige ruin waarmee Maikel van der Vleuten in Tokio olympisch brons won. “Maar”, zegt Lansink op de slotdag van het NK in Deurne, “die hebben we niet”.

‘Ik kan iets terugdoen voor de Nederlandse sport’

Dat maakt zijn werk als bondscoach er niet eenvoudiger op, want goede paarden zijn onontbeerlijk voor succes. Als voorbeeld haalt Lansink (61) de Olympische Spelen van precies dertig jaar geleden in Barcelona aan. Met Piet Raijmakers en Jan Tops veroverde hij op de Real Club de Polo het goud in de landenwedstrijd. “We hadden toen Ratina Z, Top Gun en Egano, ja dan is het niet zo moeilijk om bondscoach te zijn. Paarden van dat kaliber zijn op dit moment niet aanwezig.”

Aanvankelijk zei Lansink tweemaal nee tegen het verzoek van de hippische sportbond KNHS om Ehrens op te volgen. Hij had het immers al druk genoeg, maar toch zwichtte hij bij de derde toenaderingspoging. “Ik had niet meteen de intentie om het te doen”, zegt Lansink, die buitenlandse aanbiedingen ook altijd had afgehouden. Hij ging overstag nadat hij als nummer-eenkandidaat uit de bus was gekomen na gesprekken tussen de bond en de ruiters. “Ik kan nu ook iets terugdoen voor de Nederlandse sport.”

Keuzes maken

In zijn kennismakingsronde met de ruiters hamerde Lansink steeds op het belang van een goede planning, met voldoende rust voor de paarden. In zijn ogen is dat een van de belangrijkste bouwstenen om tot succes te komen, zeker in deze tijd waarin de stallen niet gevuld zijn met toppaarden. “Je moet altijd denken aan het welzijn van de paarden, zij moeten ook rust hebben”, aldus Lansink. “De ruiters moeten soms pas op de plaats maken, een wedstrijd eruit laten kan goeddoen. Je kunt niet dansen op elke kermis.”

Uiteindelijk gingen de ruiters akkoord met het programma dat Lansink voor de komende tijd op papier zette. Sommige met lichte tegenzin, want de Global Tourwedstrijden zijn lucratief. Volgens Lansink is het echter een kwestie van keuzes maken, voor hem én voor de ruiters. “Ik wil op het WK met frisse combinaties aan de start komen. Ik kan geen combinaties meenemen die elke week op wedstrijden willen zijn en dan ook nog een kampioenschap willen rijden. Dat gaat niet, dan komen ze niet in het landenteam.”

Wind in de rug

Van de tien combinaties waarmee Lansink aan de slag is gegaan, neemt hij er vijf mee naar het WK in augustus in Herning. Een plaats in de top vijf In de Deense plaats bezorgt Nederland een ticket voor de Olympische Spelen van 2024 in Parijs. “Of dat haalbaar is, weet ik niet”, zegt Lansink, “maar we moeten er gewoon voor gaan”. Op de twee voorgaande olympische springwedstrijden, in 2016 in Rio de Janeiro en vorig jaar in Tokio, stelde Nederland teleur, met alleen het brons van Van der Vleuten en Beauville Z in Japan.

De erelijst van Lansink is lang. Hij werd negen keer nationaal kampioen, acht keer van Nederland en een keer van België. In 2011 nam hij, werkend op de stal Zangersheide in Lanaken, de Belgische nationaliteit aan. Ook internationaal presteerde hij top, met olympisch goud, mondiaal goud en Europees goud. Nu ziet hij het als een uitdaging om ook als bondscoach goud te halen. “Iedereen wil resultaat zien. Maar je bent van zoveel factoren afhankelijk. We moeten een keer de wind in de rug hebben.”

Lees ook:

Ruiters geven complimenten aan organisatie ‘Wimbledon van de paardensport’

Na het corona- en rhinovirus kwamen de beste springruiters ter wereld eindelijk weer tegen elkaar in actie in Den Bosch bij Indoor Brabant. Willem Greve was de beste Nederlander, al gingen de meeste complimenten naar de organisatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden