Beeld Trouw

Column Henk Hoijtink

Nee, een goed paard is nog geen goede ruiter

Medelijden? Nee, ik heb geen medelijden met Jaap Stam. Hij is niet te benijden: zo’n grote voetballer, de oerverdediger, die zulke voetballers voor zich op het trainingsveld ziet. Maar dat is iets anders.

Voor medelijden kan geen reden zijn. Stam heeft het zelf gewild, in al zijn onervarenheid trainer van het zo beperkte Feyenoord worden. Hij zei geen nee. Hij zei niet dat het geen goed idee kon zijn, dat hij niet meer dan anderhalf seizoen trainer was in de Engelse eerste divisie en een half jaartje bij PEC Zwolle.

Stam zei niet wat Co Adriaanse ooit zei over Marco van Basten, dat een goed paard nog geen goede ruiter hoeft te zijn. Goed, dat was ook niet aan hem om te zeggen. Dat is aan ons – en het was aan Feyenoord, maar daar is het kennelijk niet gezegd, of niet hard genoeg.

Opgestoken

Dat Stam moeite had met het klassikale, theoretische gedeelte van de trainerscursus, was al een teken. Johan Derksen en Willem van Hanegem (‘Wat ik er heb opgestoken? Een sigaret’) mochten de cursus graag belachelijk maken. Praktijkjongens hadden die niet nodig. Dat was in de prehistorie van het voetbal.

Vertel dat Van Basten. Vraag hem hoe complex het vak is, hoe moeilijk het is een man of twintig een bepaalde richting in te krijgen, om daarvoor precies de juiste woorden te vinden. Hoor Stam praten, ratelen soms, steeds holler dan de woorden, en je denkt: zo moeten spelers dat ook horen.

Jaap Stam dacht wat elke trainer toch altijd weer denkt: ik kan het wel. Ook het waanbeeld dat Feyenoord een topclub is, moet zijn zicht hebben vertroebeld.

Donderdag verloor het daarvoor al struikelende Feyenoord met 0-3 van AZ. De trainer van AZ, Arne Slot, was geen toppaard, maar de cursus ging hem prima af. Hij had een effectvolle omzetting gedaan en je zag wat (hij met) zijn ploeg op het trainingsveld doet. Hij sprak er helder over, na de wedstrijd.

Stam had ook wat geschoven – tevergeefs natuurlijk, met de spelers die hij heeft. Wat hij heeft, als ze al fit zijn? Wat afdankertjes uit het buitenland, een zelfverklaarde vedette, Berghuis, en Kökcü, een talent van 18 jaar.

Vuige tackle

Berghuis ontsnapte donderdag na een vuige tackle aan de rode kaart. Hij toont ons graag, niet het minst in zijn houding, dat hij beter is dan wat hem omringt, waar hij het mee moet doen. Of dat hij zich, dit dwaze geval geïnterpreteerd, van de rest distantieert, dat hij kwaad op ze is, dat hij wél ‘agressief’ is.

Kökcü, de tiener, maakte een opzichtig wegwerpgebaar. Hij bleef staan en geloofde het verder wel, toen AZ weer eens in een zee van ruimte ten aanval kon trekken. Zoiets, nu al, in pas de zevende competitiewedstrijd onder een nieuwe trainer.

Ja, je zult er als trainer mee te maken hebben. Het publiek floot, toen Stam de tiener wisselde. Dat helpt de trainer ook niet: aan het eigen talent mag hij niet komen en Berghuis hoort maar van iedereen, hoe misplaatst hij ook de spelmaker uithangt, dat hij zo goed is, de beste Feyenoorder.

Maar Stam liet de kans liggen om aan gezag te winnen. Hij had Berghuis kunnen wisselen, hij had zijn dwaasheid in de scherpste bewoordingen kunnen veroordelen. Hij deed beide niet. De platte trainersgedachte zal zijn geweest dat zo’n speler – ook daarmee alweer gekieteld – altijd nog iets voor je kan doen, een doelpunt, een voorzet. Dieper kan het niet gaan, nu al, in pas de zevende competitiewedstrijd onder een nieuwe trainer.

Het ergst is het, heet het vaak, als ze medelijden met je hebben. Nee, het kan erger: als er geen medelijden kan zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden