WK Baanwielrennen

Nederlandse overmacht op de WK Baanwielrennen

Roy van den Berg, Jeffrey Hoogland, Harrie Lavreysen en reserve Matthijs Büchli (vanaf links) op het podium. Beeld EPA

De Nederlandse teamsprinters pakten woensdag voor het derde jaar op rij de wereldtitel. Ze deden dat in Berlijn met overmacht én in de snelste tijd ooit gereden.

Er was een oppeppende oerkreet en obsessief gesabbel aan de drinkbus vooraf. Een tergende grimas en een grom van vermoeidheid achteraf. De helm van Harrie Lavreysen glom in het felle schijnsel van de stadion­spots, terwijl hij van zijn baanfiets strompelde. De Nederlandse baanwielrenners wilden laten zien dat ze er stonden. Hun benen gaven gisteren een afgetekend statement af.

Al jaren excelleren de Nederlanders op de teamsprint, een onderdeel waarin twee ploegen van drie renners elkaar aan kop aflossen over drie rondes van 250 meter. Gisteren, op het Siberische hout van de Velodrom in Berlijn, zetten ze die lijn door. Voor de derde achtereenvolgende keer mochten zij een wereldkampioenschap vieren. Mét een wereldrecord: 41,225 seconden. Een verbetering van het oude record met bijna een zestiende van een seconde. Met de zilveren Britten, die in de finale zelf een Brits record reden, bijna een seconde langzamer.

Het bonkige trio – Roy van den Berg, Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland – vertoonde in de Duitse hoofdstad ongeëvenaard machtsvertoon op zijn discipline. Of, zoals routinier Theo Bos ze aan de vooravond van het WK beschreef: “Ze zijn een product van de ultieme sprintcultuur”.

Historie

Het grote podium van het WK in een kuip en een stad die historie uitademen, roept ontzag op bij elke atleet. Maar de data van dat betoverende evenement komende zomer werden door de sprinters net iets krachtiger omcirkeld. De teamsprint is immers de geijkte discipline waaruit komende zomer in Tokio olympisch goud moet voortvloeien. Het onderdeel is voor de Nederlandse wielerunie en NOC-NSF als speerpunt aangewezen vanwege de hoogste medaillekans.

De term ‘meetmoment’ viel de voorbije weken vaak binnen de Nederlandse equipe. Bondscoach Hugo Haak wilde zich niet verstoppen met het oog op de Spelen, maar ‘volle bak’ presteren. “Zo doen we dat altijd”, had hij gezegd. Een wereldtitel is mooi, maar bovenal is Berlijn een uitgelezen kans om een signaal uit te zenden naar de concurrentie.

Lavreysen wilde dat ook. “We moeten ze het idee geven dat ze op de Spelen alleen voor zilver rijden.” Dat signaal kwam er. In die zin kan deze nieuwe overtuigende triomf gezien worden als een krachtige aankondiging voor de Spelen.

Kirsten WildBeeld BSR Agency

Zevende regenboogtrui voor Kirsten Wild

De Nederlandse vlag hangt als een dekentje om haar schouders. De lach is kamerbreed. Een nieuwe regenboogtrui voor Kirsten Wild. Op de scratch deze keer. De 37-jarige Zwolse werd gisteren voor de zevende keer wereldkampioen en voor de vierde keer op de scratch.

Wild start de komende dagen in Berlijn nog op drie andere onderdelen: de puntenkoers, het omnium en de koppelkoers. Dat laatste onderdeel rijdt ze met Amy Pieters, met wie ze haar wereldtitel verdedigt.

Of dit een mooi begin is van het WK? “Ik zie dit niet als een begin. Dit is gewoon een wereldtitel, dat went nooit. Toch weer een nieuwe regenboogtrui erbij.”

In het baanwielrennen zijn de marges klein, en net daarom hyper­relevant. De vraag blijft: was dit het ware gelaat van de meest gevreesde concurrent (Groot-Brittannië), die ­elke vier jaar kan terugvallen op een geldpot van ruim 35 miljoen euro? In het najaar op de EK in Apeldoorn schurkten de Britten op de teamsprint al wat dichter aan tegen Nederland. En hoe staat het met de bronzen ­Australiërs(42,829) en de Fransen (43,213)? In het baanwielrennen rest bovendien altijd de vraag: hoe ontwikkelt het materiaal zich?

Het verschil in budgetten – dus in wetenschappelijke omkadering en kwaliteit van het materiaal – vertaalde zich vooralsnog niet in resultaten op de baan. Maar Nederland laat zich met het oog op de zomer nog niet volledig in de kaart kijken. Lavreysen verklapte vorige week dat de equipe een ander, nog aerodynamischer stuur achter de hand heeft voor de Spelen.

Comfortabel

Van den Berg, starter bij de Nederlanders had ’s ochtends nog de handen losjes op het stuur, ongedwongen keuvelend en grollend met een Belgische collega tijdens de laatste training. Geen spoor van enige spanning. Het was een momentopname, maar illustratief voor de staat waarin de Nederlandse teamsprint op dit ogenblik verkeert: comfortabel en soeverein. De progressie die Van den Berg boekte bleek onontbeerlijk voor de tijdwinst, die voldoende was voor het nieuwe recordtijd.

De tijden die werden gereden gedurende de testdagen in het Zwitserse Grenchen, een paar weken geleden, waren volgens Lavreysen al ‘wereld­titelmateriaal’. De baansprinters blaakten van het zelfvertrouwen en leken niet uit balans te krijgen. Als ze niets geks zouden doen, werd in Berlijn niet al te veel tegenstand verwacht, zoals Jeffrey Hoogland stellig opmerkte. Alles minder dan goud was dan ook een teleurstelling geweest.

Lees ook:

Kirsten Wild denkt nog niet aan een leven zonder winnen

Kirsten Wild richt het vizier op de Spelen in Tokio, maar eerst rijdt ze nog het WK op de baan, dat vandaag in Berlijn begint. ‘Je moet altijd op zoek naar verbetering.’

Een gouden avond voor Nederland op EK baan, dankzij Wild en Hoogland

Er heerste vrijdagavond goudkoorts bij Nederland op de EK baanwielrennen in Apeldoorn. Kirsten Wild was de beste op het omnium. Niet veel later werd het Nederlandse onderonsje op de sprint beslist in het voordeel van Jeffrey Hoogland. Een terugblik in twee medailles.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden