WK Handbal

Nederlandse handbalsters zijn weer dichtbij een WK-medaille

De Nederlandse handbalster juicht Lois Abbingh na een van haar elf doelpunten. Beeld ANP

Na nederlagen tegen Duitsland en Denemarken ging het er om spannen, maar de Nederlandse handbalsters staan toch bij de laatste vier op het WK. Morgen wacht Rusland.

Na het zilver in 2015 en het brons in 2017 mogen de handbalsters van Oranje zich opnieuw mengen in de strijd om de medailles op een WK. Door een zege op Zuid-Korea (40-33) kwalificeerde Nederland zich voor de halve eindstrijd. Morgen speelt de ploeg van Emmanuel Mayonnade in het Japanse Kumamoto tegen olympisch kampioen Rusland om een finaleplaats. Noorwegen en Spanje zijn de andere halve finalisten.

Na de winst op Zuid-Korea was Nederland nog niet zeker van plaatsing en begon het lange wachten. Eerst op het duel Servië-Denemarken. Bij een triomf van Servië was Nederland zeker van de halve eindstrijd, maar beide landen sloten af op 26-26.

Vervolgens was Oranje afhankelijk van de wedstrijd Noorwegen-Duitsland. Bij een gelijkspel in dat duel zou Oranje genoegen moeten nemen met de strijd om de vijfde plaats.

Met enige angst en beven werd gedacht aan een mogelijk verbond tussen Noorwegen en Duitsland. Zoals gebeurde in 2012, toen Spanje en Kroatië het op een akkoordje gooiden op het olympisch kwalificatietoernooi in Madrid en Nederland de Spelen van Londen misliep.

Die vrees bleek gisteren ongegrond. De Noorse vrouwen wonnen (32-29), waardoor zij met Nederland naar de laatste vier gingen en Duitsland buiten de medaillestrijd viel.

De stoutste verwachtingen overtroffen

Met het bereiken van de halve finales overtrof Nederland de stoutste verwachtingen. Na het stoppen van een ervaren krachten als Nycke Groot, Yvette Broch en Maura Visser nam Mayonnade noodgedwongen jonge speelsters op in zijn WK-selectie.

Voor vertrek naar Japan formuleerde de Fransman als doelstelling een plaats bij de beste zes landen. Die klassering zou recht geven op deelname aan het Europees olympische kwalificatietoernooi van volgend jaar maart. Het Nederlands Handbal Verbond heeft zich kandidaat gesteld om dat evenement te organiseren, met Breda als standplaats.

Maar de kortste weg voor Nederland naar de Spelen in Tokio is nu nog twee zeges weg: de wereldkampioen in Japan plaatst zich rechtstreeks voor het olympisch toernooi. Zover is het natuurlijk nog lang niet. Regerend olympisch kampioen Rusland, vrijdag in de Aqua Dome tegenstander van Oranje, won als enige land op het WK alle zeven wedstrijden.

Na de nederlagen tegen Duitsland en Denemarken kon Nederland zich tegen Zuid-Korea niet nog een misstap veroorloven. Dat was ook tot Mayonnade doorgedrongen. Hij liet vrijwel het hele duel zijn ervaren en geroutineerde krachten in het veld staan. Van de zes jonkies kregen alleen keepster Rinka Duijndam (10,29 minuten), Merel Freriks (5,42) en Delaila Amega (4,54) enige speeltijd.

Voor Amega (22) was het de eerste keer dat ze bij de wedstrijdselectie zat. De voorgaande zes wedstrijden had ze vanaf de tribunes moeten toekijken. De veelbelovende opbouwspeelster, die begin van dit jaar een zware knieblessure opliep, wordt gezien als mogelijke opvolger van de gestopte Nycke Groot. Op het EK van vorig jaar debuteerde ze in de nationale ploeg, maar Mayonnade is kennelijk nog niet zo van haar gecharmeerd.

De Fransman koos tegen Zuid-Korea dus voor de vaste kern, waar hij tegen Denemarken bijvoorbeeld Lois Abbingh de eerste zestien minuten op de bank hield. In die tijdspanne had de Groningse schutter van Rostov Don er gisteren tegen Zuid-Korea al zes gemaakt. In totaal kwam ze uit op elf doelpunten, net zoveel als in de (verloren) openingswedstrijd op het WK van 2017 tegen Zuid-Korea.

De Koreaanse keepster als schietschuif

De Nederlandse aanvallers kregen, het moet gezegd, alle ruimte van de al uitgeschakelde Aziatische vrouwen. En waar ze tegen Duitsland en Denemarken te maken hadden met uitblinkende keepsters, daar fungeerde de arme Park Saeyoung in het Koreaanse doel als schietschijf. Van de 39 schoten die zij op haar af kreeg gevuurd, stopte zij er welgeteld zes. Haar stand-in Kim Suyeon noteerde ook geen voldoende: zeven schoten, nul reddingen.

In de Zuid-Koreaanse speeltuin konden ook de hoekspeelsters zich eindelijk onderscheiden. In de voorgaande duels zorgde Nederland nauwelijks voor dreiging vanuit de hoeken, maar gisteren leefden Martine Smeets en Angela Malestein op met zes treffers uit zes pogingen. Vanaf de cirkel trof Danick Snelder, een jaar terug geopereerd aan een hernia, vier keer.

Minpuntje in het nooit spannende duel waren de 33 tegendoelpunten. Tegen Rusland zal de dekking minder openingen moeten vertonen.

Lees ook:

De handbalsters zijn het even kwijt (maar de halve finale is nog haalbaar)

Na het verlies tegen Denemarken heeft Nederland op het WK plaatsing voor de halve finales niet meer in eigen hand.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden