World Cup

Nederland wakker geschud na ondermaatse wereldbeker schaatsen

Kjeld Nuis en Thomas Krol na de teleurstellende 1500 meter zaterdag. Beeld ANP
Kjeld Nuis en Thomas Krol na de teleurstellende 1500 meter zaterdag.Beeld ANP

Na een teleurstellende wereldbeker schaatsen in Polen moet Nederland op veel afstanden nog een tandje bijzetten.

Kick Hommes

Zeker in een olympisch jaar komen ze uit alle hoeken en vooral alle gaten. Jac Orie had er voor het schaatsseizoen begon al op gewezen. Zij, dat zijn de niet-Nederlandse schaatsers die dit weekend bij de wereldbeker in Polen opzien baarden en bijna alle Nederlanders versloegen. “Reken er maar op dat het spannend wordt.”

Orie kreeg dit weekend al gelijk, al kwam dat vooral door eigen falen. In Polen gaf bijna de gehele Nederlandse ploeg dit weekend niet thuis. Irene Schouten wist te winnen op de 3 kilometer en de massastart, de 1000 meter voor mannen was een een-twee-drie (Otterspeer, Krol en Nuis) en Patrick Roest werd derde op de 5 kilometer. Ook werd nog de ploegenachtervolging gewonnen. Verder was het oranje vooral in de middenmoot te vinden.

En dat was toch een teken. Voor het eerst was er weer een wereldbekerwedstrijd met alle topschaatsers erbij. Vorig jaar bleven de Japanners, Koreanen en Chinezen thuis vanwege corona. Nu ze meededen, was het veld breed en kwamen de Nederlanders zichtbaar tekort – het verschil met de besten was groot. Te groot om met een gerust gemoed door te reizen naar Stavanger, waar volgende week de tweede wereldbeker wordt gereden.

Zacht ijs

De verklaringen kwamen snel. Kai Verbij en Femke Kok waren wat ziek geweest. Anderen ‘raakten de slagen niet’ en Nuis schaamde zich kapot voor zijn 1500 meter van zaterdag. Maar de grootste overtuiging was dat het ijs voor de schaatsers niet fijn was. In Polen ‘zakte’ de ene na de andere schaatser weg in zacht ijs, waar vooral de bovenlaag niet hard zou zijn. En dat was iets waar de Nederlandse mooi-ijs-schaatsers moeite mee hadden, na anderhalf jaar op snel en hard ijs in Thialf te hebben gereden, met bovendien een waarneembare – zij het minimale – meewind in de rug.

Maar het ijs was voor iedereen gelijk. Ook voor schaatsers uit de Verenigde Staten en Canada, die normaal op de hooggelegen banen van Salt Lake City en Calgary (lees: hard ijs) trainen. Mogelijk was een andere verklaring dan ook plausibeler. Nederland heeft zoveel schaatsers dat er extra kwalificatiemomenten nodig zijn om überhaupt op de wereldbekers te komen. Dat was bij de NK, twee weken geleden. Dit toernooi was geen piekmoment, zoals dat heet. Alleen, zoals Wüst zei bij de NOS: “Jongens, dit doen de buitenlanders ook. Wij zijn schaatsers en we moeten ermee kunnen omgaan.”

En wie dat in gedachten nam, zag dat het gat met de winnaars van het weekend enorm was. Met Tingyu Gao, bijvoorbeeld, het jonge Chinese talent, die enigszins onder de radar in Pyeongchang al derde werd op de olympische 500 meter. Hij reed dit jaar al 33,83 seconden, maar dat was op een hooggelegen baan (1710 meter) in Ürümqi en er was bijna geen beeld van.

Snelste opening

In Polen gaf hij de bevestiging: vrijdag deed hij in zijn winnende 34,26 maar 9,32 seconden over 100 meter. Nooit was iemand sneller op het eerste stuk. Zondag verpeste hij na zijn 9,39 seconden-opening met enkele misslagen zijn race. Kai Verbij wist niet goed wat hij over de Chinees moest zeggen. Wel dit, bij de NOS: “Als hij zo’n opening rijdt en ik rijd 9,7, dan heb ik geen kans dat ik nog bij hem kom.”

En daar was, ook vrijdag al, Nils van der Poel. De Zweed werd vorig jaar twee keer wereldkampioen, met onder meer een wereldrecord op de 10 kilometer. Dit jaar had hij nog geen wedstrijd gereden, maar in Polen bleef hij op de 5 kilometer Ted-Jan Bloemen en een nog niet in topvorm zijnde Patrick Roest ruim vijf seconden voor. “Het gat is te groot”, zei Roest in Polen tegen de aanwezige media. “En dat doet wel zeer.”

Bij de vrouwen was op de kortste afstanden Erin Jackson uit Amerika een klasse apart en ook Brittany Bowe en Miho Takagi wonnen. Wüst, met liesklachten, kwam op de 1500 met een vierde plek nog het dichtst bij een medaille. “Voor mezelf heb ik een verklaring, maar Nederland-breed? Ik heb geen idee.”

De Nederlandse schaatsers misten in Polen bijna allemaal de eerste slag. “Het hoeft nu nog niet”, zei Jutta Leerdam na afloop van haar vijfde plaats op de 1000 meter. Aan de ene kant is dat waar, de Spelen zijn over 81 dagen. Aan de andere kant is het ook een te eenvoudig excuus. Van een topland wordt ook in een wereldbekerwedstrijd meer verwacht. De eindsprint zondag, met goud op de massastart en ploegenachtervolging, verbloemde dat gegeven enigszins.

Lees ook:

Sven Kramer schaatst niet goed genoeg en hij weet niet waar dat aan ligt

Sven Kramer schaatste in Polen weer geen goede 5 kilometer. Zelf weet hij niet waar het aan ligt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden