AnalyseBaanwielrennen

Nederland heeft een gouden generatie op de baan: ‘Dit is nog nooit voorgekomen’

Harrie Lavreysen won op de tweede dag van de wereldkampioenschappen baanwielrennen de keirin.Beeld ANP

Nederlandse baanrenners blijven imponeren, ook deze week op het WK in Berlijn. Hoe kon deze discipline zo'n enorme omwenteling maken?  

De gouden medaille om de nek van Matthijs Büchli mag dan glimmen en het violetkleurige zegeboeket in zijn handen mag dan pralen, de baanrenner staat er woensdagavond wat beteuterd bij achter een dranghek in het Velodrom van Berlijn. De regenboogtrui siert zijn brede torso, en toch zit hij met een dubbel gevoel. In de finale van de teamsprint moest hij (als reserve) toekijken hoe zijn teamgenoten Roy van den Berg, Harrie Lavreysen en Jeffrey Hoogland goud wonnen met een imposant wereldrecord.

Dat een viervoudig wereldkam­pioen in de finale aan de kant kan blijven, is veelbetekenend voor de Nederlandse weelde op de baansprint, de sporttak die komende zomer in Tokio veelvuldig olympisch goud moet opleveren. “Normaal gaat het om honderdsten” zegt Büchli. “Vandaag (woensdag, red.) smijten we eigenlijk met tienden, zelfs met halve secondes. Dat gebeurt niet vaak in deze sport. Met zulke marges denk je bijna: ik ben niet eens nodig. Zo eerlijk ben ik wel.”

Goud voor Ligtlee op kilometer Tijdrit, Eefting pakt brons in puntenkoers

Sam Ligtlee (22) is gisteravond wereldkampioen geworden op de ­kilometer tijdrit tijdens het WK baanwielrennen in Berlijn. De ­jongere broer van olympisch ­kampioene Elis Ligtlee troefde de Fransen Quentin Lafargue en ­Michael D’Almeida af, die respectievelijk tweede en derde werden. Theo Bos eindigde als vijfde.

Roy Eefting pakte gisteren eerder op de dag in de puntenkoers nipt brons. De 30-jarige Eefting bungelde bijna de hele wedstrijd achterin de koers, maar werd mede door een sterke eindsprint nog derde. “Het is niet mijn beste onderdeel”, zei hij kort na de race, nat van het zweet. “Dat ik hier podium rijd, is op zich wel verrassend. Heel wat ronden heb ik jankend in het wiel gezeten. Donderdag op te scratch was ik een van de sterksten en dan lukt het niet. Nu was ik helemaal niet zo sterk en toch win ik.” Eefting werd donderdag op de scratch vijfde. De 19-jarige Nieuw-Zeelander Corbin Strong won het goud in de puntenkoers, de Spanjaard Sebastián Mora werd tweede.

Büchli sprak de woorden nog vóór de finale op de keirin, het onderdeel waarop Lavreysen donderdag de regenboogtrui van Büchli overnam en de concurrentie werkelijk vernederde. 

‘Ga je nou baanwielrennen?’

De hoogconjunctuur van het Nederlandse baanwielrennen vertaalde zich op de voorbije vier kampioenschappen al in de medaillespiegel. Dat was ooit anders. Routinier Theo Bos (36) herinnert zich zijn allereerste WK baanwielrennen nog, in het Sportpaleis van Antwerpen in 2001. Bondscoach Peter Pieters zag hem ‘heel hard fietsen’ op een NK junioren op de weg. Bos: “Pieters zei: ‘Kom jij maar met me mee’. Zo ging het destijds vaker. Nederland zat niet dik in de baanwielrenners. Mijn teamgenoten bij de junioren waren stomverbaasd: ga je nou baanwielrennen?”

Het baanwielrennen stond er heel anders voor dan tegenwoor­dig. Bos: “De begeleiding stelde weinig voor. René Wolf zette later als bondscoach een echt sprintprogramma neer, wat tot 2008 ontbrak. Inmiddels is die helemaal tot ontplooiing gekomen. Met dit als resultaat.”

De discipline onderging in Nederland een enorme professionalisering. Daarnaast bood bondscoach Hugo Haak de laatste jaren rust en structuur na een turbulente periode binnen het Nederlandse team. En essentieel voor het succes: een unieke generatie stond op.

De Sjinkies en de Suzanne Schultings

Kirsten Wild heeft dat allemaal zien gebeuren. En haakte daarbij aan. De ervaren duurrenster (37) won deze week in het Berlijnse Velodrom goud op de scratch. Het was al haar zevende wereldtitel. Wild: “Ook in Nederland wordt de sport steeds zichtbaarder: de pers toont steeds meer belangstelling. Die aandacht wordt versterkt omdat we enkele echte sterren hebben. Vergelijk het maar met het shorttrack, met die paar helden: de Sjinkiies en de Suzanne Schultings.”

Roy van den Berg, Harry Lavreysen en Mathijs Büchli (vanaf links) deze week in actie in de voorronden van de teamsprint.Beeld BSR Agency

De sport wordt serieuzer genomen, zegt Wild. “Tegenwoordig is het bijna niet te doen om de weg en de baan succesvol te combineren. Veel meiden proberen het wel, maar dat valt echt vies tegen. Het is niet langer: we doen het er even bij. Nee, je bent óf baan- óf wegwielrenner.”

Als Theo Bos vroeger met zijn rugtasje naar de gym ging om nog wat krachttraining te doen, werd hij gek aangekeken. “Daar kreeg ik zestien opmerkingen over. Voor een wielrenner niet goed, klonk het. Dat waren toch ouderwetse ideeën, door gebrek aan kennis. De methodiek, de wetenschap dat er een werkwijze is waar een idee achter zit, dat geeft het gevoel dat er een sprintcultuur is. En die is er nu: een ideale, veilige omgeving om het maximale uit jezelf te halen. Kijk naar die vier geblokte kerels die goud winnen op de teamsprint. Vroeger waren jongens weleens te zwaar. Vandaag de dag worden zulke gasten niet eens meer prof. Ook op het vlak van voeding- en trainingsprogramma’s is veel vooruitgang geboekt.”

De benchmark voor de rest

Een legende uit de sport, Jason Kenny van Nederlands grootste concurrent Groot-Brittannië, is lyrisch over de ontwikkeling van het Nederlandse baanwielrennen. “Ze hebben duidelijk een sterk team. Vooral Jeffrey en Harrie zijn goed. Zij hebben de regenboogstrepen, zij zijn nu de benchmark voor de rest. Ze slepen elkaar mee en hebben er een gewoonte van gemaakt om te winnen. Dat helpt ze enorm. De winning mentality is besmettelijk. Bovendien zijn het niet alleen de jongens, ook de vrouwen doen het goed. Het Nederlands team haalde expertise binnen, ook mensen die bij ons werkten. Al die puzzelstukjes maken dat het team nu in elkaar valt. Op dit moment veranderen ze de sport.”

Een ongekende gouden generatie, meent Matthijs Büchli. “Ik durf zelfs te zeggen dat dit nooit ergens is voorgekomen in het fietsen. En ik zie het eigenlijk ook niet nog een keer gebeuren.”

Naast het volop aanwezige talent zijn volgens de renner uit Santpoort-Zuid de scouting en de ontwikkelingsprogramma’s bij de bond ‘super op orde’. “Ik heb drie teamgenoten, geplukt van de BMX, waardoor ze een kleine versnelling kunnen fietsen. Dat is een hele goeie basis voor het baanwielrennen. Dat in combinatie met deze lichting?” Met zijn bloemen wijst hij op zijn teamgenoten die even verderop in een overwinningsroes televisie-interviews geven. “Dan krijg je dít.”

Lees ook:

Nederlandse overmacht op de WK baanwielrennen

De Nederlandse teamsprinters pakten woensdag voor het derde jaar op rij de wereldtitel. Ze deden dat in Berlijn met overmacht én in de snelste tijd ooit gereden.

Kirsten Wild denkt nog niet aan een leven zonder winnen

Kirsten Wild richt het vizier op de Spelen in Tokio, maar eerst rijdt ze nog het WK op de baan, dat vandaag in Berlijn begint. ‘Je moet altijd op zoek naar verbetering.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden