Tour de France

Na een val is een onzichtbare blessure lastig te herkennen. Hoe kan het beter?

Romain Bardet, hier aan de finish op de Puy Mary. Naar later bleek met een hersenschudding.Beeld AFP

Romain Bardet reed vrijdag zestig kilometer met een hersenschudding. Pas na de finish werd hij uit de Tour gehaald. Na een val kan tegen een onzichtbare blessure nog weinig worden gedaan. Hoe kan het beter?

De helikopter hing er schuin boven, toen vrijdag Romain Bardet in de dertiende etappe tegen het asfalt klapte. Het was even chaos in de Tour, omdat ook andere renners vielen. Renners stopten, dokters evalueerden, ploegleiders gaven nieuwe fietsen.

Bauke Mollema gaf op, omdat zijn arm er zo bij hing dat volgens ploegleider Steven de Jongh ‘een leek nog kon zien dat het mis was’. Maar er waren ook andere blessures: Romain Bardet reed zestig kilometer met een hersenschudding, ook al had hij duidelijk moeite om overeind te komen. Hij viel zelfs een keer terug op het asfalt.

Het is een onzichtbare blessure, een hersenschudding. Helemaal voor ploegleiders die na een valpartij zo snel mogelijk bij hun renner willen zijn. De Jongh legt de wielerlogica rond een blessure uit: “Als iemand niet recht kan staan, dan is het of de benen of de heup. Als iemand zijn fiets niet kan pakken, is het de elleboog, schouder of de hand. Anders heb je het hoofd en de ribben. En dat is lastig, want dat kan je niet zien.”

Er zijn simpelweg geen vijf of tien minuten om een diagnose te stellen

Tourdokter Florence Pommerie was er eveneens snel bij toen Bardet viel, evenals Mollema en anderen. Zij zei in L’Équipe dat er simpelweg geen vijf of tien minuten zijn om een diagnose te stellen. Een snelle scan en een renner wil weer door. Zelf ziet ze de renners maar één keer per maand en dat is te weinig om ze te leren kennen. Bovendien, toen ze Bardet zag, waren er al twintig minuten verstreken. Ze moest eerst andere gewonden behandelen, onder wie Bauke Mollema, die met een complexe breuk in zijn arm opgaf.

Bardet deed wat elke wielrenner doet: hij of zij gaat door, gebroken sleutelbeen, knie of rib of niet. Zo rijdt Wout Poels al weken rond met een gebroken rib. Hij ‘jojoot’ door de Tour. Eraan, eraf, maar het heelt. Aan stoppen denkt hij niet, want ‘hij kan toch niets kapot maken’. “In een gek jaar zijn er niet heel veel andere mogelijkheden om te racen.”

Een rib is ook een onzichtbare pijn, maar een die heelt. Een hersenschudding kan nog lang gevaarlijk zijn. Wielrennen is een sport van lijden, maar niet tegen elke prijs. Vooral niet als het gaat om iets wat je leven lange tijd kan verwoesten. Toms Skujins van Trek-Segafredo noemt op eigen initiatief onderzoeken uit het Amerikaans American Football. “Mensen plegen zelfmoord om een hersenschudding.”

Een kwartier voordat hij werd gevonden

Skujins weet wat het is om met een hersenschudding in een peloton te rijden, al heeft hij geen herinnering aan de ‘vijftien minuten’ na zijn val in de Tour van Californië in 2017. Hij strompelde over de weg en als hij na twee keer proberen weer op zijn fiets zit, zwalkt hij over de weg. In zijn geval duurde het een kwartier voordat hij werd gevonden door een teamauto, die geen idee hadden hoe erg het was.

Skujins is fel voorstander van aandacht voor het probleem, dat ‘vaker voorkomt dan men denkt’. In de reglementen van de UCI staat dat een arts beducht moet zijn op vijf symptomen: traagheid van bewegen, hoofdpijn, geheugenverlies, trage reactietijd en slaperigheid. Bij zelfs maar een vermoeden van een hersenschudding moet een renner uit competitie worden gehaald.

Maar dat gebeurt niet, zegt Skujins. Een kwestie van stress, druk en slechts een beperkte tijd om een controle uit te voeren. Een uitgebreid medisch protocol voor hoe te reageren bij een mogelijke hersenschudding ligt inmiddels ter goedkeuring bij de internationale wielerunie UCI, maar door de coronacrisis is er vertraging opgelopen.

‘Al een grote stap’

Skujins pleit in eerste instantie vooral om initiatief vanuit de ploeg. “Er is vast wel iemand die voor de televisie zit en moet bellen. Zoals bij mij gebeurde. Laat mij duidelijk zijn: er zijn crashes buiten beeld, er zijn hersenschuddingen die minder duidelijk zijn. Maar op deze manier kunnen wel de duidelijkste gevallen worden geholpen. Dat is al een grote stap.”

De Jongh: “De organisator van de Tour doet al veel voor veiligheid. Maar er zal altijd worden gevallen. Daarom moeten we wel nadenken over een check die tijd mag kosten. Dan moet een renner maar achter de auto’s terug naar het peloton. Ik snap dat dat controversieel is, maar het is wel nodig voor gezondheid.” 

Bovendien, zo zegt Skujins, is er in het peloton zelf ook wel meer bekend over onzichtbare blessures. Skujins: “Een ploeggenoot vroeg meteen of Mads op zijn hoofd was gevallen. Zelfs ik had er niet aan gedacht. Maar dat was echt een goede vraag.”

Lees ook: 

Zo wordt het wielrenparcours weer veilig

Met drie zware valpartijen in het wielrennen binnen twee weken is de discussie over veiligheid aangewakkerd. Hoe nu verder? Een probleemanalyse – mét advies van wielrenner Nicolas Roche, oud-wielrenner Stef Clement, koersorganisator Cees Priem en KNWU-directeur Thorwald Veneberg

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden