Recreatief wielrennen

Mogen we nog wel op de racefiets stappen? Trouw nam de proef op de som

Kick Hommes, sportredacteur van Trouw, oplettend op de racefiets in de polder van Waterland.Beeld Patrick Post

Is recreatief wielrennen sociaal nog wel te verkopen? Kick Hommes, sportredacteur van Trouw, ging op zoek naar nieuwe normen op de racefiets.

Ga niet op stap, als het niet hoeft. Dat is advies van de overheid. En toch rijd ik, en met mij vele anderen, rondjes op de racefiets. Zoals zaterdag. Ik slalom door twee grote parken tussen wandelaars door (want: anderhalve meter), sta stil op drie pontjes en heb zeker zeventig keer het idee dat ik iets te dichtbij kom. En ik heb één echt treffen, met de fotograaf.

Deze samenkomsten waren te vermijden geweest, en moeten misschien wel worden vermeden. Toch waren ze er, omdat wielrenners met mooi weer altijd een frisse neus halen. En dat is niet verboden.

Als er een grijs gebied is bij de maatregelen die de overheid heeft opgelegd om verspreiding van het nieuwe coronavirus tegen te gaan, dan zit de bijzaak wielrennen daar middenin. Fietsen mag, maar wielerunie KNWU roept op alleen solo (of met eega) te gaan en op afstand van elkaar in bijvoorbeeld de polder.

Dat blijkt moeilijk. De fietsclub is voor veel mensen een onmisbaar sociaal houvast, vergelijkbaar met een voetbalteam. Er zijn zo’n 850.000 wielrenners in Nederland. Daarvan is ongeveer een derde fanatiek fietser. Niet iedereen gaat tegelijk op stap, maar toch rijdt een flink peloton wekelijks over de drukke Nederlandse wegen. Niet voor niets riep minister van veiligheid en justitie Ferd Grapperhaus, die zelf af en toe op de racefiets zit, vrijdag juist de wielerclubs tot de orde. Fiets alleen!

Uit de appgroep

Hoe vaak, hoe lang, hoe snel en met wie kan het nog? Een duo uit mijn eigen fietsclubje ging afgelopen week nog, omdat ze ‘veel zin hadden met elkaar af te spreken’. Bij thuiskomst verliet één van de twee de appgroep, zich bewust van de kritiek die zou komen, waardoor de andere de volle laag kreeg. Uiteindelijk veranderde die laatste online de titel van zijn rit: ‘Ok, dit mocht dus niet. Sorry.’

Over de app volgt een gesprek met een socioloog die vorige week eveneens met een vriend door de polders reed. De socioloog had behoefte aan een groep, hoe beperkt die groep ook was, scheef hij. ‘Net zoals de mensen op het strand vorige week.’ In de buitenlucht en met niemand anders waren de risico’s klein, vonden ze. Vooraf besloten ze geen handen te geven en geen bidons uit te wisselen.

Beeld Patrick Post

De KNWU heeft inmiddels een duidelijke richtlijn voor hygiëne. Leeg je neus niet op straat. Dat klinkt futiel, maar hoe gesoigneerd een fietser zich ook voelt, de gemiddelde amateurgroep is niets meer dan een snotterende kluwen mensen vol leden bij wie een fluim net even iets te lang aan de kin blijft hangen.

Zelf ben ik altijd al type-slijmbaard. Alles hoopt zich op. Na een oproep kwamen meerdere berichten binnen van mensen die zich nu wel aan de richtlijnen houden. Iemand liep ‘twee meter een bosje in’ om de neus te legen. Een ander rochelde zonder na te denken op de grond en voelde zich daarna zo schuldig dat hij de rest van zijn rit al zijn snot inslikte. In een week tijd verschuift de manier van denken. In ieder geval in mijn directe omgeving.

Spoedeisende hulp

Nu de snelheid nog. Onderzoek van Veilig Verkeer Nederland uit 2018 liet zien dat het aantal geregistreerde ongevallen met wielrenners is toegenomen naar vijfduizend per jaar. Wie deze dagen valt, kan een broodnodige plek op de spoedeisende hulp bezet houden.

Toch werd deze week nog steeds bij forse oostenwind eerder een tandje bijgeschakeld dan geremd. De kick van snelheid prevaleert, een persoonlijk record lonkt. Een berichtje naar iemand die zaterdag met 58 kilometer per uur over een lege weg langs de Noordzee reed: ‘Kan dat nog, in deze tijd?’ ‘Mwah’, was het antwoord.

Langzaam worden deze dagen nieuwe normen over groepsvorming, hygiëne en snelheid met potlood ingetekend. Drie pontjes en twee parken vol anderen? Dat ook niet meer. Aan de andere kant van de polder vlogen nog genoeg groepen fietsers over een dijk. Ook dat zal en moet minder worden.

Na de crisis kan het weer.

Lees ook: 

Een lockdown? Néé, maak het leven niet onleefbaar

Marijn de Vries was vorige week duidelijk in haar mening: “niet meer naar buiten mogen zou een ramp zijn. Juist nu staan veel mensen onder hoogspanning. (...) Dan is een rondje fietsen, om beurten, voor ons het enige medicijn.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden