InterviewSandra Meeuwsen

Misstanden in turnen, triatlon en hockey: ‘Wij hebben dit met elkaar laten gebeuren’

null Beeld ANP, Remko de Waal
Beeld ANP, Remko de Waal

Is het mogelijk om verantwoord te streven naar een toptiennotering in internationale medaillespiegels? Volgens sportfilosoof Sandra Meeuwsen zijn we allemaal verantwoordelijk voor de misstanden in de sport: ‘Laat de beerput maar spreken’. Het vierde en laatste deel van een serie.

Esther Scholten

Of er een verband is tussen de misstanden in de sport en de toptienambitie van Nederland? Sportfilosoof Sandra Meeuwsen vindt die vraag retorisch. Natuurlijk beïnvloedt het beleid de praktijk. Met een verwijzing naar de eerdere ontkenning in deze krant van Maurits Hendriks, technisch directeur van sportkoepel NOC-NSF: “Kennelijk is er wel een verband als er gouden medailles worden gewonnen, maar niet met dat wat we liever niet onder ogen komen. Feit is dat we allerlei excessen zien ontstaan. Er is een wederkerigheid, alleen niet een-op-een.”

Ze wijst naar andere landen, zoals Engeland en Duitsland, die niet zo’n ambitie hebben geformuleerd en waar grensoverschrijdend gedrag ook voor schandalen zorgt. Het is de giftige wisselwerking tussen enerzijds de individuele verlangens die in de topsport regeren en anderzijds een systeemdynamiek die voor een geïsoleerde praktijk heeft gezorgd. “Atleten, coaches, bestuurders en fans; we zijn allemaal believers. We willen genieten van de inspirerende kracht van topsport. Die passie kan escaleren als er geen corrigerende krachten van buiten zijn. Als we in een bubbel zitten en van een medaillefabriek spreken, heiligt al snel het doel de middelen. Dat is een voedingsbodem voor excessen.”

Sandra Meeuwsen Beeld
Sandra Meeuwsen

Ook Meeuwsen, gepromoveerd op de schaduwkanten van de sport, is een believer. Tegelijk stelt ze dat we de onschuld inmiddels wel voorbij zijn. Er is te lang te weinig oog geweest voor het lelijke gezicht van topsport: de bijna dierlijke survival of the fittest die destructief kan zijn. “Topsport is ook de geest uit de fles die bezit kan nemen van mensen, waardoor heel rare normen en waarden leidend worden. Spartaanse trainingsmethoden bijvoorbeeld, waar atleten, coaches en bestuurders zich aan onderwerpen.

“Het is te makkelijk om te zeggen dat het door de top van Team NL komt. Wij hebben dit met elkaar laten gebeuren. Het heeft onder onze ogen plaatsgevonden. We zijn allemaal verantwoordelijk. Het is goed dat er nu een herijking plaatsvindt.”

Aan het lot overgelaten

“Ik weet dat de toptienambitie vanuit de beste intenties is ontwikkeld. Ik werkte destijds zelf bij NOC-NSF en dacht ook dat het verstandig was om bij de verdeling van het geld medaillekansen mee te wegen. We zijn een klein land dat efficiënt met de middelen moet omgaan. Vervolgens is het in de jaren daarna een in zichzelf gekeerd regime geworden.”

Meeuwsen haalt in dat kader Loek Jorritsma aan, een voormalige topambtenaar van het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport die twee weken geleden in Trouw uiteenzette hoe de overheid haar bemoeienis met de topsport gaandeweg minimaliseerde. “Ik denk dat dat cruciaal is geweest. In die overdracht van verantwoordelijkheid hebben we als samenleving de sport aan haar lot overgelaten.”

Topsport als exponent van verlangen naar goud

Dat staatssecretaris Blokhuis onlangs een onderzoek naar de topsportcultuur gelastte, ziet Meeuwsen niet als een beschuldiging maar als een geste van de overheid, als het herpakken van de gezamenlijke verantwoordelijkheid. “Dit is zo ernstig; laat de beerput maar spreken. Dat is voor de sport zelf natuurlijk een moeilijke beweging. Niemand voelt zich individueel verantwoordelijk voor de omstandigheden die in het prestatieklimaat zijn ontstaan. Zelfs turntrainer Gerrit Beltman, die heeft toegegeven jonge meisjes te hebben mishandeld, zegt dat ‘we’ bevangen waren door de succesverhalen uit Oost-Europa. Het is ook menselijk om de schuld buiten jezelf te zoeken.”

Meeuwsen kijkt met compassie naar de sport. Volgens haar is de topsport zoals we die kennen een exponent van het verlangen van ons allemaal naar de glans van goud. “Dat collectief verlangen hebben we uitbesteed aan de sport. In de samenleving bestaat er een enorme behoefte om samen te genieten en betekenis te geven. Vroeger speelde religie daar een belangrijke rol in, nu is het aan de sport. Dat legt een grote druk op coaches en bestuurders.

“Laten we niet verzanden in een dader-slachtoffer-tegenstelling en een discussie over schuld en onschuld. Maar laten we kijken hoe we dit krachtenveld, dit sportsysteem, kunnen ontdoen van die extreme lading waardoor het weer in balans raakt. Aan welke knoppen moeten we dan draaien? Dat zijn niet alleen de knoppen op nationaal sportcentrum Papendal.”

Een religieus evenement

De turbulentie van dit moment zorgt voor een groeiend bewustzijn dat het anders moet. Dat is hoopgevend, vindt Meeuwsen, net als de maatschappelijke projecten in de sport. Ze heeft zelf zulke projecten geleid voor Betaald Voetbal Organisaties, de zogeheten BVO’s. “Dan wordt de dubbele moraal van het profvoetbal duidelijk. Als je schoolverlaters met verslavingsproblemen wilt helpen, is het niet logisch om je tegelijkertijd te laten sponsoren door een gokbedrijf.

“Ik zie het zo: we zijn de sacraliteit rond sport kwijtgeraakt. In de oudheid wilden de Grieken ook winnen bij het worstelen of boksen, maar de wedstrijd stond altijd in de context van een religieus evenement. Mensen etaleerden hun kwaliteit ten gunste van de goden. Dat kennen we niet meer. Daarmee heeft de moderne sport een waarde op zich gekregen. We bedrijven topsport omdat we daarin erkenning hopen te vinden. Het gemis van een sacraal kader is ook een reden waarom het heeft kunnen escaleren. Winnen werd het doel op zich.”

‘Waar was ik mee bezig?’

“Daarom zijn die sociale projecten ook belangrijk. Maatschappelijk bewustzijn is de hedendaagse sacraliteit. Het helpt om de magische kant van topsport te relativeren. Wat dat betreft heeft corona ook veel gedaan. Opeens werd het bizar om in de zomer van 2020 naar Tokio te willen voor de Olympische Spelen.

“We zitten in een transitie, op zoek naar een nieuwe balans. Het is duidelijk dat de moderne sport zo is gegroeid en zo populair is geworden dat we aan onze grenzen komen. De excessen zijn illustratief. Het is een ongemakkelijke waarheid om op die manier naar sport te kijken. Ik was zelf triatleet. Elke dag zei ik tegen mezelf: no pain, no gain. Ik pijnigde mijn lichaam waardoor ik structureel overtraind was. Ik dacht dat dat erbij hoorde. Nu ben ik de vijftig gepasseerd en vraag me af: waar was ik mee bezig?”

‘Winnen en verliezen moeten in balans komen’

“We hebben de misstanden in het turnen gehad, mijn eigen sport is aan de beurt, hockey vorige week nog. De gangbare reflex op dit soort nieuws is het als een incident te bestempelen. Maar ik voorspel dat er nog meer zaken komen. Uitgerekend de praktijk waarin wij mensen willen vormen, ook op ethisch gebied, is in dat opzicht ontspoord. Dat vind ik onverteerbaar. Hoe kan dat? We moeten niet de makkelijke afslag nemen naar regelgeving en het bestraffen via tuchtrecht. Het is veel complexer dan dat.

“Sport is een keten van verlangens waar mensen elkaar ook gebruiken. Ik heb in de atletiek gewerkt met coaches die het heel normaal vonden om een arm om de schouder van hun pupil te slaan, terwijl je moet weten dat die arm niet altijd op dezelfde manier wordt begrepen. Dat vraagt om beheersing van coaches; het is immers fijn om de vader uit te hangen.

“Je ziet nu al dat er voorzichtiger wordt opgetreden, dat kwetsbaarheid wordt toegestaan. Winnen en verliezen moeten weer in balans komen. Verliezen kan ook winst betekenen, in de zin van persoonlijke groei. We zijn de waarde van sport aan het kalibreren. Dat proces is onherroepelijk gaande.”

De schaduwkanten van sport

Sandra Meeuwsen is directeur van het Erasmus Centre for Sport Integrity & Transition (i.o.) aan de Erasmus Universiteit. In 2020 promoveerde zij op een filosofisch proefschrift over de schaduwkanten van sport. De voormalige triatleet werkte van 1994 tot 2007 als beleidsmedewerker bij NOC-NSF.

Lees ook:

Hoe Nederland verstrikt raakte in de ratrace om medailles

Ook de overheid is meegezogen in de jacht op goud. Deel 2 van een serie over de ambitie van de Nederlandse sport om in de top tien te eindigen van internationale medaillespiegels. Kan dat verantwoord?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden