null

Topsport

Misstanden in het turnen, dansen en de triatlon: waarom juist topsporters zo kwetsbaar zijn

Beeld AP Photo/David Goldman

In topsport is het de bedoeling om grenzen te verleggen: het moet sneller, hoger, krachtiger. Dat is niet zonder gevaar, blijkt uit het toenemend aantal misstanden dat gemeld wordt. ‘De topsporter verdraagt meer opofferingen met alle risico’s van dien.’

Sporten is misschien gezond, maar topsport? De dossiers met misstanden stapelen zich op. Na het grensoverschrijdend gedrag van turntrainers komen er nu ook meldingen uit het dansen en de triatlon. Wat maakt de wereld die draait om medailles en het beste uit jezelf halen zo kwetsbaar voor misstanden?

Topsporters trekken niet snel aan de bel als ze slachtoffer worden van grensoverschrijdend gedrag, weet Frans de Laat. Hij heeft als klinisch psycholoog en psychotherapeut meerdere sporters behandeld. “Zij hebben een intern mechanisme ontwikkeld om moeilijkheden zelf te lijf te gaan, dan wel te maskeren: ongemakken horen erbij, dat is de prijs voor goud.” Deze overtuiging is hardnekkig en staat volgens De Laat voor een ontwrichtende sportcultuur waarin geen plaats is voor emoties. “Fysiek ongemak? Vooruit, daar is de fysiotherapeut voor. Maar wie last heeft van psychisch ongemak hoort hier niet thuis.”

Een topsporter zoekt het altijd eerst bij zichzelf: het ligt aan mij, vult Marjan Olfers aan. De hoogleraar sport en recht aan de Vrije Universiteit is mede-auteur van het turnrapport Ongelijke leggers en vorige week door staatssecretaris Blokhuis gevraagd een onderzoek uit te voeren naar de topsportcultuur in Nederland. “Topsporters zijn mensen die een enorme gedrevenheid hebben om een prestatie te leveren. Daar moet je mentaal sterk voor zijn. Dat is anders dan een baan in een kantoortuin. Bij hen ligt de prestatie altijd onder een vergrootglas. Daarom vragen zij zich ook continu af: wat kan ík nog beter doen?

“Om een topsportprestatie te kunnen leveren, moet je alles dat belastend kan zijn uit je leven schrappen. Het heeft ook iets moois, dat moeten we niet vergeten, om alles opzij te zetten om iets te bereiken. Tegelijkertijd kan het een zwarte kant hebben. Dat je niet wil voelen, niet wil zien wat het misschien ook met je doet. Soms wordt in de sport genormaliseerd wat daarbuiten niet acceptabel is. Onder het mom van topsport. Maar het hoort niet bij topsport.”

Er zijn drie verschillende vormen van grensoverschrijdend gedrag. Onder de psychologische variant vallen onder andere vernederen, negeren, dreigen, schelden en intimideren. De fysieke misstanden uiten zich in slaan en laten vallen, net als bijvoorbeeld het door moeten sporten met blessures en een straftraining. Seksueel betreft het foute aanrakingen, pikante berichtjes en aanranding of verkrachting.

Gretigheid

“De ratrace om medailles werkt grensoverschrijdend gedrag in de hand”, stelt lector sportpedagogiek Nicolette Schipper-van Veldhoven van hogeschool Windesheim. “Niet alleen de sporter is gretig om de top te bereiken, ook de trainer en het systeem. Bonden en verenigingen willen maar wat graag laten zien dat zij de beste atleten kunnen produceren. In zo’n omgeving kan een trainer veel macht krijgen. Hij wordt gezien als degene die weet hoe de weg naar de top loopt. Zo verwordt de sporter tot een instrument voor coaches en bobo’s om eremetaal te halen. De trainer beslist en het gevaarlijke is dat hij eigenlijk alleen wordt afgerekend op de hoeveelheid medailles die onder zijn leiding behaald worden.”

Dat lijkt een systeemfout. Wreekt zich dat in iedere sport? Veel is nog onbekend. De door de regering gevraagde cultuurrapportage moet duidelijk maken welke factoren welke rol spelen bij het probleem, maar ook wat er wel goed gaat.

Hoe jonger de topsporter hoe groter de kans om slachtoffer te worden, denkt Schipper-van Veldhoven. Dat kwam ook naar voren in het turnen, een zogeheten vroegontwikkelsport waar al op jonge leeftijd veel trainingsuren nodig zijn. “In de sport worden van kinderen marionetten gemaakt, terwijl het hoogste goed van opvoeden zelf leren nadenken is.” In de triatlonaffaire trof het misbruik tieners en jongvolwassenen. “Die denken: ‘nu ben ik bijna aan de top’, en hebben er dan alles voor over.”

Wie opgroeit binnen een topsportregime loopt het risico alleen de waarheid van de trainer te kennen. Zo doen wij het. Zo moet het. Als hij zegt dat extreme opofferingen nodig zijn, wie ben jij dan om dat tegen te spreken? Toch knaagt er iets. Want waar zijn de ouders in dit verhaal? “Wat je ziet

is dat daar waar een coach veel macht en ­gezag heeft, de sporter en ouders hun vertrouwen in die coach leggen”, verklaart

VU-docent sportpsychologie Vana Hutter. Vader en moeder gaan bijvoorbeeld niet mee op trainingskampen. “Wat tot gevolg heeft dat het kind in een meer geïsoleerde context belandt en dan worden de risico’s groter.”

Machtsongelijkheid

Uit wetenschappelijk onderzoek is bekend dat juist zo’n sterke macht van coach of organisatie over relatief jonge ambitieuze mensen een gevaar is met het oog op grensoverschrijdend gedrag. “Machtsongelijkheid is altijd tricky en vraagt om extra waakzaamheid. We zien in de sport dat het nog niet overal goed lukt om daar vorm aan te geven.”

Ouders realiseren zich dat vaak niet. Hutter: “Het is ook lastig. Er is geen cursus hoe je topsportouder moet zijn. Dus kijk je om je heen. Als iedereen bij de vereniging of selectie zijn kind alleen op pad laat gaan met de coach zal dat wel horen.”

Eigenlijk zitten ze in een onmogelijk spanningsveld. Want uit ander onderzoek blijkt dat jonge sporters soms door de investeringen in tijd en geld van hun omgeving het gevoel hebben dat ze niet kunnen stoppen als ze dat zouden willen. Denk aan de danswereld met al die dure jurken, of een moeder die haar baan opzegt om naar alle trainingen te kunnen rijden. “Het idee dat je moet leveren, maakt ook kwetsbaar.”

Hoogleraar Olfers weet dat er al vanaf de jaren tachtig af en toe incidenten bekend werden. Er verschenen artikelen over het doortrainen met blessures. Er waren promotieonderzoeken naar de gewichtsproblematiek in topsport, iets dat nu ook weer naar voren komt in zowel turnen als triatlon. Maar de meldingen bleven mondjesmaat. Lang gold: ik zeg het niet, want dan word ik als zwak gezien. “Als er één ding is dat een topsporter niet wil, dan is het zwak overkomen. Maar nu bekende sporters als Simone Biles hun problemen delen, lijkt er iets veranderd.”

Zieke geesten

Sportpsycholoog Rico Schuijers verwacht een sneeuwbaleffect, nu de oud-turnsters erkenning met een tegemoetkoming hebben gekregen. Hij werkt al dertig jaar met topsporters. “Topsport is op zichzelf grensverleggend. Het is de bedoeling om sneller, hoger, verder te komen. De hele entourage is daarop gericht. Enkele machtsbeluste coaches maken daar misbruik van. Zij vinden dat alles voor de prestatie moet wijken, zelfs de persoonlijkheid of integriteit van de sporter. Dat zijn zieke geesten. Maar is het systeem daarmee ziek? Ik denk van niet.”

Hij wijst op de verschillen tussen Nederland en de Verenigde Staten. “Hier is de sport via clubs geregeld, daar via het schoolsysteem. Je zou daar, met meer professionals, een betere controle verwachten, maar ook in Amerika zijn er misstanden.”

Alles staat of valt volgens hem met de intentie van degene die met sporters werkt. Toen hij op pad was met het nationale vrouwenhockeyteam of de waterpolosters sprak hij nooit met speelsters op de hotelkamer af. “Dat kan niet. Die ethische normen en waarden moet je als professional in acht nemen. Ik ontving ze in open kamers of beneden in de lobby.”

Schuijers heeft een paar keer meegemaakt dat een atleet uit een individuele sport panisch reageerde als hij een gezamenlijk gesprek met de trainer voorstelde. Bij doorvragen werd er vrijwel altijd ontkend dat er iets aan de hand was. “Ze willen niet buiten de selectie gezet worden.” Bij een serieuze verdenking stuurde hij ze door naar een klinisch psycholoog, die beter toegerust is voor die problematiek.

Zo iemand is De Laat. Hij is inmiddels met pensioen, maar nog wel verbonden aan een platform van sportpsychologen dat zich onder de term No Go bezighoudt met grensoverschrijdend gedrag.

“Vergeet niet dat de meeste talenten al in hun puberteit geselecteerd worden, een emotioneel kwetsbare periode. Het brein staat aan de voordeur van volwassenheid en heeft nog moeite met het het zelf inschatten van gewenste en ongewenste situaties.” Tel daar de grenzeloze ambities bij op en de cocktail kan giftig zijn. “Een topsporter is gewend om over pijn- en vermoeidheidsgrenzen heen te gaan om beter te worden. Citius, altius, fortius: sneller, hoger, krachtiger. De sporter verdraagt meer opofferingen met alle risico’s van dien.

“Een coach die eenzijdig geschoold is in motoriek, periodisering en bewegingsschema’s maar geen weet heeft van de ontwikkelingsfases van jongeren, gaat algauw zijn eigen programma uitvoeren zonder rekening te houden met de mens achter de sporter.”

Mooi afgetraind lijf

Er zijn meer valkuilen voor trainers en coaches. De Laat stipt aan dat sporters doorgaans een mooi afgetraind lijf hebben. “Dit kan van alles oproepen bij anderen. Daar wordt weinig over gesproken. Een prachtig uitgevoerde vloeroefening in turnen bijvoorbeeld kan een sensuele uitstraling hebben.

“Ook dat verhoogt de kans op misbruik. Ik pleit ervoor om seksualiteit en lichamelijke aantrekkelijkheid onderdeel te maken van de opleiding tot trainer. Als je het bespreekbaar maakt, wordt het uit het ondergrondse getild.”

Ook sportpedagoog Schipper-van Veldhoven vindt dat het opleiden van de begeleiders structureel een kwaliteitsimpuls behoeft. “In het onderwijs, de hulpverlening en de kinderopvang moeten begeleiders allemaal kwalificaties hebben. Eigenlijk is het raar dat dat niet in de sport hoeft. De Nederlandse sport drijft voor een groot deel op vrijwilligers. Prima, alleen moeten er wel extra eisen gesteld worden aan degenen die met minderjarigen werken. We kunnen toch niet langer iedere op winnen beluste gek achtjarigen over een veld laten schreeuwen?”

Zij beziet de reacties van de sportbonden op de huidige hausse aan misstanden – die overigens ook andere landen overspoelt – met gemengde gevoelens. “Het hele systeem heeft weggekeken. Ook bestuurders wisten het al eerder. In 2014 heb ik in opdracht van onder andere NOC-NSF een onderzoek uitgevoerd naar de jeugdsport. Psychologisch grensoverschrijdend gedrag bleek meer voor te komen dan seksuele intimidatie, waar in die tijd de focus op lag. De cijfers gaven aan dat één op de drie kinderen te maken had gehad met pestgedrag van zowel trainers als medesporters. Topsport bleek de kans daarop aanzienlijk te verhogen.”

Dat moet anders en daarbij ligt er ook een belangrijke taak voor de verenigingen. Clubs willen liever niet bekendstaan als onveilig. Dat kost leden. Als Schipper-van Veldhoven in gesprekken met bestuurders erop wijst dat de jeugdbegeleiding veiliger en pedagogisch beter geregeld moet worden, krijgt ze vaak aarzelende reacties. “Ze zijn bang dat mensen denken: ‘waar rook is, is vuur’. Nee, je straalt juist uit dat je voor je leden zorgt.”

Positief stimuleren

“Ook zeggen ze soms dat het dan moeilijker wordt om topsportniveau te halen, ‘pedagogisch is zo soft’. Dat is onzin. Het is bewezen dat coaches die meer oog hebben voor de lange termijn – bij wie er fouten gemaakt mogen worden, die hun talenten leren leren en een goede relatie opbouwen – succesvol zijn. Het helpt juist om prestaties te halen én je laat alle kinderen heel.”

De wetenschapster haalt gesprekken aan die ze voerde met slachtoffers van grensoverschrijdend gedrag. Waarom blijf je dan, wilde ze weten. In de antwoorden kwam vaak de passie voor hun sport terug. “Wat doen wij die kinderen aan? Ze hebben al zoveel liefde voor de sport. Ze doen er al alles voor. Dat hoef je eigenlijk alleen maar positief te stimuleren.”

Lees ook:

Topsport vraagt offers. Maar is het normaal om die al van kinderen te vragen?

De schokkende verhalen deze zomer over misstanden in de Nederlandse turnwereld roepen veel vragen op. Hoeveel druk ligt er op kinderen die een topsportcarrière ambiëren? Is de prijs niet te hoog? Trouw duikt in hun dagelijkse werkelijkheid.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden