InterviewMichael van Praag

Michael van Praag: ‘Net als bij het klimaat, moeten we ook concrete sportdoelstellingen hebben’

Michael van Praag Beeld Patrick Post
Michael van PraagBeeld Patrick Post

Michael van Praag, voorzitter van de Nederlandse Sportraad, vindt dat het Nederlandse sportlandschap drastisch op de schop moet met een nieuwe sportwet. Een gesprek over het waarom van zo’n wet, ‘Haagse ziekte’ en gokgeld in de sport. Deel 2 van een serie over de rol van sport in Nederland.

John Graat

Hij gaat maandag een nieuwe poging doen om als gastspreker de Tweede Kamer en vooral de minister te overtuigen van het belang van een sportwet. Die moet ervoor zorgen dat mensen meer gaan bewegen. Met dat laatste gaat het niet goed. Als voorzitter van de NLsportraad, een adviesorgaan van de regering, wil Michael van Praag de Haagse politiek onder de neus wrijven dat sport en bewegen méér is dan een hobby. Maar hij wil vooral dat er nu eindelijk concrete actie wordt ondernomen.

Zijn ergernis over de ambities van Rutte IV op dit terrein steekt hij niet onder stoelen of banken. Eén zinnetje staat er in het regeerakkoord over sporten en bewegen, met een investering van 25 miljoen euro extra op een begroting van 400 miljoen euro. “Het gekke is: veel mensen in Den Haag belijden het belang met hun mond, maar ze doen er niks mee. Sport is niet alleen Max Verstappen, Ajax en Dafne Schippers. Het is dat wij, u en ik, gaan wandelen, fietsen, naar de vereniging of sportschool gaan. En dat ene zinnetje in het coalitieakkoord stond er de avond voor de presentatie niet eens in.”

Hoezo?

“In december was er een Facebooksessie met Mark Rutte over het coalitieakkoord. Ik heb als voorzitter van de VVD Bloemendaal gevraagd: hoe kan dat nu, maar één zinnetje? Rutte zei: gisteren stond er nog niks in, wij hebben dat er nog ingefietst. Dat is natuurlijk heel teleurstellend. De helft van Nederland beweegt te weinig of niet. De helft! De positie van sport is heel wankel.”

Zijn NLsportraad sprak in een rapport in 2020 over alarmerende ontwikkelingen, bijvoorbeeld de toename van obesitas. Om meer kinderen en volwassenen te bereiken, zou een half miljard euro extra per jaar nodig zijn. De NLsportraad pleit dus voor een wet die van sport een publieke voorziening maakt. Gemeenten zouden via die wet extra Haags geld krijgen en de verplichting om mensen aan het bewegen te krijgen.

Van Praag: “Tot ons grote plezier heeft de Kamer in december een motie aangenomen waarin de minister wordt gevraagd met dat sportstelsel aan de slag te gaan. Daar is nog geen antwoord op. In Nederland zijn we nu veel te afhankelijk van het enthousiasme van de zittende wethouder. Of het gebrek aan enthousiasme van een bewindspersoon. Uit het regeerakkoord blijkt dat men kennelijk er niet in is geïnteresseerd om de bevolking vitaler te maken, sporten bereikbaarder te maken voor iedereen: ook mensen met een kleine beurs, sociale minderheden, ouderen en gehandicapten. Wij willen de vrijblijvendheid eraf te halen. En dat kan alleen maar met een wet.”

Wat verandert er dan met zo’n wet?

“We zouden net als bij het klimaat concrete sport- en beweegdoelstellingen moeten krijgen, vastgelegd in een wet. Nu voldoet 50 procent aan de beweegnorm; wij willen dat dit 75 procent is in 2030. In Den Haag gaan ze in het Preventieakkoord uit van 2040. Dat zijn vijf kabinetten! Daar komt helemaal niks van terecht. Begin nu. Zorg ervoor dat je over drie jaar zo’n stelsel hebt met doelstellingen en het geld dat nodig is.”

Maar met zo’n doelstelling heb je nog niet meer mensen in actie.

“Nee, maar met die 485 miljoen euro per jaar kun je sport veel toegankelijker maken. Het aanbod is nu veel te beperkt. Wij hebben berekend dat als 75 procent gaat sporten, er véél meer zwembaden, sporthallen en velden nodig zijn. Daarnaast moet er veel meer gebeuren om kinderen via school te laten bewegen. De gemeente moet daarin de regisseur zijn. Gemeenten kunnen inkomensmaatregelen treffen voor mensen die willen sporten en ze kunnen meer investeren in buurtsportcoaches. Daar is een enorm tekort aan, terwijl dat echt goed werkt. Die laten kinderen linedancen, turnen, voetballen. Nu ben je nog afhankelijk van een gemeentebestuur dat het wel of niet belangrijk vindt.”

De NLsportraad legde dat al vast in een advies in 2020. Daar heeft het kabinet niets mee gedaan.

“Het is een Haagse ziekte die ook andere adviesraden ervaren: men vraagt advies, men krijgt advies en dan verdwijnt het onder in de la. We hebben de pech dat we de afgelopen twee jaar vier ministers voor sport hebben gehad. Tamara van Ark zei: ‘Dit is voor een nieuw kabinet’. Vervolgens duurde de formatie negen maanden. De Kamer heeft heel positief gereageerd en zei: ‘Minister, doe wat’. Maar mensen van het ministerie zeggen dan tegen mij: ‘Dit moeten we nog onderzoeken, en wat is het nut van zo’n wet?’ En dus staat er nu praktisch niets in het regeerakkoord. Ik heb de indruk dat men in Den Haag soms lijdt aan het not invented here-syndroom: als iemand anders met een goed idee komt, doet men het niet.

“Ik maak elke twee jaar een rondje langs diverse ministeries. Bijna allemaal hebben ze belang bij sport. Bij Defensie bijvoorbeeld werd mij verteld dat meer dan de helft van de sollicitanten voor de krijgsmacht wordt afgekeurd vanwege een gebrek aan motorische vaardigheden. Dan zou je toch zeggen dat Defensie zou kunnen samenwerken met VWS?”

Sportkoepel NOC-NSF is ook niet enthousiast over zo’n sportwet.

“De achterban van NOC-NSF, de aangesloten bonden, is verdeeld. Sommige bonden zijn heel enthousiast dat ze eindelijk bij wethouders aan tafel kunnen zitten met een claim voor meer velden. Er zijn ook bonden die huiverig zijn dat de overheid meer eisen gaat stellen. Het platform voor commerciële sportaanbieders (sportscholen en dergelijke, red) en de werkgevers in de sport zijn ook enthousiast. En dat enthousiasme kregen we ook terug in ons rondje langs provincies en gemeenten.”

U stelt ook voor de verdeling van het geld voor de topsport niet meer via NOC-NSF te laten lopen.

“Wij pleiten voor een onafhankelijke koepel die er voor de hele sport is. NOC-NSF vertegenwoordigt nu niet alle bonden. De dovensportbond bijvoorbeeld is geen lid. Bovendien, de helft van de sporters doet dat ongeorganiseerd, ook die zijn nu niet vertegenwoordigd. In Nederland doen 400.000 mensen aan zaalvoetbal, terwijl er maar 50.000 lid zijn van de KNVB. Er moet een sportkoepel komen die met één tong richting Den Haag praat. Tijdens de pandemie ging bijvoorbeeld de KNVB op eigen houtje naar de minister, NOC-NSF deed dat ook, de commerciële sportaanbieders ook. Dat is niet efficiënt en krachtig. Wij weten ook van veel bonden dat ze het vervelend vinden dat het geld nu via NOC-NSF wordt verdeeld. Een bond wil weleens kritisch zijn, maar dan ben je kritisch tegen degene van wie je geld krijgt – en dus houden ze hun mond.”

NOC-NSF bekommert zich te weinig om de breedtesport?

“Precies! Het is een olympische sportkoepel geworden. De focus ligt te veel op de topsport. Bij de fitnesscentra sporten in totaal miljoenen mensen. Die zijn dus heel belangrijk. U gaat mij niet vertellen dat NOC-NSF voor hen opkomt.”

De topsport wordt nu vooral bekostigd vanuit de Nederlandse Loterij. Met gokgeld dus. Wat vindt u daarvan?

“Persoonlijk word ik gek van al die reclames. Ik denk dat het gokverslaving in de hand werkt. In mijn omgeving heb ik zelf gezien wat een gokverslaving kan doen: creditcards die leeggetrokken werden, mensen die hun huis moesten verkopen. De sport kan nu niet zonder dat geld, maar deze financieringsvorm zegt alles over de positie van sport.”

Vooralsnog krijgt u weinig voor elkaar. Zou het niet beter zijn als prominente sporters zich hierover gaan uitspreken, in plaats van een oude voorzitter die toch vooral met Ajax wordt geassocieerd?

“Mensen die mij kennen, weten dat ik bij de KNVB heel veel voor homoacceptatie en verenigingen heb gedaan. Het gaat mij niet alleen om de topsport. Maar het zou wel enorm helpen als meer actieve mensen uit de sport zich zouden uitspreken. Ik was blij met initiatieven van mensen als Joop Alberda en Guus Hiddink, maar die zijn ook van de oudere generatie. Maar iemand als Erben Wennemars maakt zich heel druk over de beweegarmoede, Richard Krajicek doet veel met zijn stichting. Iedereen doet dat een beetje voor zich. Het zou goed zijn als er één koepel komt die daarin een bindende rol gaat spelen.”

Lees ook:

Nederland komt niet in beweging, en het kwartje wil niet vallen

Twee jaar corona heeft de maatschappelijke relevantie van sport onderstreept. Maar is haar positie in de samenleving ook veranderd? In deel 1 van een serie: de wethouder. ‘Zie sportverenigingen niet louter als hobbyclubs, maar ook als partners in het bevorderen van het welzijn van mensen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden