null Beeld

ColumnHenk Hoijtink

Met mijn voorliefde voor landenvoetbal geniet ik nu al met volle teugen

Henk Hoijtink

Het was een glimp, mijn moment van de eerste toernooiweek, een glimp in een al bijna dode wedstrijd. In de zevende minuut van de extra tijd van Frankrijk-Duitsland rolde de bal na het laatste mislukte Duitse probeersel over de achterlijn. Paul Pogba, die weer statig op het Franse middenveld had gespeeld, keek hem na, zakte iets door de knieën en balde de vuisten.

Belangrijke zege zo goed als binnen, eerste missie volbracht, tik aan concurrent uitgedeeld. Van de vragen vóór het EK was voor mij de grootste of Frankrijk weer dat verbond van drie jaar geleden, op het WK 2018, zou kunnen vormen. Hoelang kunnen spelers dat volhouden, hoelang kan zo’n klik er zijn?

Spanje was uitzonderlijk: Europees kampioen in 2008, wereldkampioen in 2010 en ook nog eens superieur Europees kampioen in 2012. Frankrijk donderde na de wereldtitel van 1998 en de Europese van 2000 op het WK 2002 in elkaar. Het zou nu de dubbelslag van rond de eeuwwisseling kunnen herhalen. Maar de tijden zijn veranderd: spelers worden sneller bewierookt, de één na de ander, wat effect op teamgevoel, onderlinge acceptatie en opofferingsgezindheid zou kunnen hebben. Het is anno nu moeilijker, veronderstel ik met psychologie van de koude grond, om een verbond langer in stand te houden.

Op het WK 2018 hadden we een andere Paul Pogba gezien dan de clubspeler met zijn zeker toen nog losse speelstijl: mooie dingen, rare fouten. In het shirt van Frankrijk minimaliseerde hij de foutenlast, maar belangrijker nog was – altijd het allerbelangrijkste – zijn houding: hij speelde in woord en gebaar voor en met de ploeg.

Antoine Griezmann speelde goed, in 2018, én hij liep zich ongans voor de ploeg. Dat deed hij tegen Duitsland, drie jaar later, wéér – of nog steeds.

Een pril nieuw verbond

Ik vermaak me kostelijk, om niet te zeggen dat ik met mijn voorliefde voor landenvoetbal nu al met volle teugen geniet. Van Italië natuurlijk zeker ook, dat zich – hoe interessant – in een ander stadium bevindt. Daar is een nieuw verbond aan het ontstaan, een prilheid die een voordeel zou kunnen zijn.

En Oranje? “Het is voor verbetering vatbaar”, zei Marco van Basten donderdag na de tweede wedstrijd. Dat is subtiel geformuleerd. Niet negatief, ogenschijnlijk met een positieve, welwillende inslag althans, en in de formulering hoef je de vraag niet te beantwoorden of er wel wezenlijke verbetering mogelijk is. Als die vraag dan niet wordt gesteld, laat je het zo.

Maar leuk en ironisch is het wel: de tot voor kort zo beschimpte Frank de Boer stelt de spelers vrij logisch op in een systeem dat bij de ploeg past. Hij doet wat je van een coach mag vragen, de spelers doen wat je gezien hun mogelijkheden mag vragen. Er is niets te zeuren.

Zo relatief ontspannen – ook leuk – als De Boer voorlopig is, kijkt hij ook breder. Deze week werd hem gevraagd of hij ook niet had gegruweld van de spelopvatting van Frankrijk – een vraag die zo toch, denk ik, alleen in Nederland kan worden gesteld. Nee, De Boer had er niet van gegruweld. “Ze hebben er de spelers voor. Je kunt ook genieten van hun hoogstandjes.”

Of Frankrijk, volgende vraag, als wereldkampioen niet de plicht heeft meer aan te vallen? De Boer, resoluut: “Nee. Het is hun goed recht. Als ze vinden dat dit het beste bij ze past en als de spelers erin geloven, en dat lijkt me, dan zijn ze heel moeilijk te verslaan.”

En dat lijkt me – na de glimp van Paul Pogba het tussenzinnetje van de eerste toernooiweek.

Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden