null Beeld

ColumnPepijn Keppel

Met Michael van Praag filosoferen over Qatar: ‘Houd toch eens op met die spelers onder druk te zetten’

Pepijn Keppel

Hij zit al op me te wachten, bij een raam achterin een café nabij de Amsterdamse Bosbaan. Buiten is het vijftien graden, binnen brengt sportbestuurder Michael van Praag een halfleeg glas warme chocolademelk naar zijn mond. De slagroom is ingezakt en uitgelopen, en rust als de schuimkraag van een versgetapt biertje op de cacao-emulsie.

Nadat ik mijn espresso achterover heb geslagen, vraag ik waarom volgens hem de Oranjeselectie nauwelijks kritiek uit op Qatar. Hij kijkt streng, over zijn bril. “Ik geef ze groot gelijk”, zegt Van Praag. “Vertel mij nou eens wat er verandert als de spelers dat zouden doen.” Nou, de selectie heeft potentieel een miljoenenpubliek via sociale media, zeg ik, dat kan wellicht druk uitoefenen. “Nou en?”, zegt hij. Hij neemt een slok van zijn chocolademelk. “Ik weet zeker dat de spelers van Oranje het ook verschrikkelijk vinden wat daar allemaal gebeurt, maar wat schieten ze ermee op door dat te zeggen? Denk je dat die Qatari daar wakker van liggen?”

Hij houdt een serveerster aan en bestelt nog een warme chocolademelk. “Wel met slagroom, hè?”, zegt hij. Dan tegen mij: “Doet me denken aan wintersport. Wil je ook?” Ik schud mijn hoofd. Van Praag schenkt ons water uit een karaf.

“Moet je goed horen, Pepijn. Ik keur dat WK natuurlijk af met alles wat ik heb. Maar de schuld ligt niet bij Qatar. Toen bekend werd dat het WK gekocht was, hadden ze moeten zeggen: dat gaan we niet doen. Maar dat durfde de Fifa niet. De manier waarop homoseksuelen in Qatar worden behandeld, ik heb er geen goed woord voor over. Overigens geldt dat ook voor Rusland en Hongarije, en toch gaan we allemaal lekker naar Boedapest om te genieten van hun goulash.”

“Qatar heeft ons twee jaar geleden geholpen ongeveer tweehonderd Nederlanders uit Afghanistan te evacueren, op de vlucht voor de Taliban. Met hun vliegtuigen, hun hulp, hun middelen. Kortom, dat land doet heel veel dingen slecht, maar ook een aantal dingen goed. Dus ik vind het ook verkeerd om altijd alleen maar tegen dat Qatar te zijn. We hebben er veel meer aan om de mensen die het daar voor het zeggen hebben te bewerken. Dat kan Rutte doen, de koning, Macron. Maar voetballers, houd toch eens op met die sporters onder druk te zetten.” Hij neemt een laatste slok van zijn chocolademelk. “Ik val in herhaling, merk ik. Zullen we afrekenen?”

Buiten schemert het. Op de fiets naar huis denk ik aan ons gesprek. Zou het écht geen verschil maken als Frenkie, Stefan de Vrij of Memphis zich uitspreekt? Kan het de Qatari oprecht niet schelen? Kan Willem-Alexander de emir mensenrechten bijbrengen? Ben ik naïef? Of is Michael van Praag vooral cynisch? Ergens begrijp ik hem, dat de wereld niet zo werkt, maar ik wil het niet inzien.

Je gaat het pas zien als je het doorhebt, zei Cruijff eens. Misschien staren de voetballers zich blind op de wereldbeker. Misschien moeten we Rutte en de koning laten highfiven met het Qatarese staatshoofd. Misschien voelt het dan toch anders om te spelen in stadions waar het bloed net is opgedroogd. Als je het doorhebt, blijf je het ook zien. Maar dan moet je dat wel willen.

Oud-hockeyer Pepijn Keppel schrijft wekelijks een column voor Trouw. Lees hier zijn columns terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden