InterviewMarjan Olfers

Marjan Olfers: Sport is bepalend voor de temperatuur in de samenleving

Marjan Olfers Beeld
Marjan Olfers

Nieuwe regels zullen de misstanden in de topsport niet oplossen, stelt hoogleraar Marjan Olfers. Zij brengen slechts schijnveiligheid. Bewustwording, daar draait het om. ‘Mag een coach om tien uur ’s avonds nog een appje naar zijn pupil sturen? Daar moeten we met elkaar het gesprek over aangaan.’

Esther Scholten

Kiest u maar. Grensoverschrijdend gedrag. Doping. Seksuele intimidatie. Matchfixing. Machtsmisbruik. Het werkterrein van Marjan Olfers beslaat vrijwel alle schaduwkanten van de sport. In Nederland is zij dé autoriteit op dit gebied. Momenteel onderzoekt ze, in opdracht van de regering, de hele topsportcultuur. Eerder bracht ze de misstanden specifiek voor de gymsport in kaart.

Als hoogleraar sport en recht schuwt Olfers de moeilijke onderwerpen niet. Dat is duidelijk. Ook is ze niet bang om impopulaire standpunten in te nemen, want ja, wie naar aanleiding van de affaire-Overmars de mannelijke dominantie in het voetbal ter discussie durft te stellen, krijgt tegenwind – ook in de vorm van bedreigingen. Wie denkt zij wel niet dat ze is?

Olfers formuleert haar antwoorden zorgvuldig. Als wetenschapper is ze zich bewust van de waarde van het woord. Gezeten in de achtertuin van haar huis in Amsterdam-Noord neemt ze alle tijd voor het gesprek. Ze vindt haar rol logisch. “Omdat ik iemand ben die zonder angst leeft. Er moeten mensen zijn die voor de troepen uit de klappen durven opvangen. Anders verandert er niets. Dan hadden we nog steeds de slavernij gehad. Dan hadden vrouwen nog steeds achter het aanrecht gestaan. Alles wat verandert in de samenleving schuurt.”

Veilig en eerlijk sportklimaat

Topsport ligt tegenwoordig onder een vergrootglas; vooral het nietsontziende karakter van de jacht op medailles en succes. Goud glanst, maar de prijs is te vaak te hoog gebleken. De uitdagingen om tot een veilig en eerlijk sportklimaat te komen, stapelen zich op. “Wij hebben een samenleving waarin alleen de eerste plaats telt. Je moet kampioen worden. In andere landen is meedoen aan de Olympische Spelen al een plaats in de Hall of Fame waard. Wij gaan niet goed met onze helden om.”

Haar man brengt een verlaat ontbijt, dat er die ochtend door allerlei telefoontjes bij in is geschoten. Ook legt hij een postpakket op tafel. Net bezorgd. Chocolaatjes van een danser, als dank voor alle steun. Even valt Olfers stil. Het gebaar ontroert haar. “Het zijn zulke mooie mensen en ze zijn zo kapotgemaakt. Dat vind ik heel verdrietig en dat raakt me. Ja, ik ben wetenschapper en dus onafhankelijk. Maar onafhankelijkheid zegt niks over medemenselijkheid. Waarom zou ik niet mogen vragen: hoe gaat het nu met je?”

Na de turncrisis volgde de dansaffaire. Ook in het triatlon en hockey werden de voorbije maanden misstanden bekend. Olfers’ vakgebied lijkt urgenter dan ooit. “Er komt nu heel veel aan de oppervlakte. De samenleving is complexer geworden en daarmee ook het speelveld van de sport. Voor seksuele intimidatie hadden we vroeger geen regels. Matchfixing idem dito, terwijl dat al zo oud is als de georganiseerde sport.”

Niet de regels zelf, maar de uitvoering daarvan

Volgens Olfers is er iets raars aan de hand in de huidige maatschappij. Als er iets gebeurt, in welke sector dan ook, wordt er meteen geroepen dat er regels moeten komen of dat de regels moeten worden aangepast. “De gedachte dat het veiliger wordt als we eenmaal regels hebben, is een farce. Schijnveiligheid. Negen van de tien keer ligt het namelijk helemaal niet aan de regels, maar aan de uitvoering ervan.”

Ook in het turnen, waarover zij het veelbesproken rapport Ongelijke Leggers schreef, wordt momenteel ‘heel veel ruis’ gecreëerd door te stellen ‘dat het schort aan het regelwerk’. “Ik word zo moe van niet-bestaande problemen. Mijn grootste zorg is dat we ons richten op de verkeerde zaken. Bijvoorbeeld de aanpassing van het normenkader. Dat zijn lapjes voor het bloeden, die wel tijd, geld en energie kosten.

“Stap één moet altijd de vraag zijn: wat is het probleem? Maar in de sport worden veel kwesties meteen geïnstitutionaliseerd. ‘Oh, er gaat wat fout bij het Instituut Sportrechtspraak, dus er moet meer geld bij, of de zaken moeten ergens anders ondergebracht worden of de normen moeten aangepast.’ Terwijl als je gewoon luistert naar elkaar en het gesprek aangaat, dan blijkt daar helemaal niet het probleem te zitten. Het gevolg is dat we steeds opnieuw dezelfde fouten maken.”

Niet één trainer onvoorwaardelijk veroordeeld

Dat Instituut Sportrechtspraak (ISR) is feitelijk de belangrijkste arbiter in de Nederlandse sport. Namens tientallen sportbonden beoordeelt het meldingen tuchtrechtelijk. Bij de afhandeling van de turncrisis heeft het ISR veel kritiek gekregen. Er werd onzorgvuldig omgesprongen met gespreksverslagen, slachtoffers voelden zich verkeerd behandeld en ondanks de stortvloed aan gemelde misstanden is er nog niet één trainer onvoorwaardelijk veroordeeld.

“Dopingzaken handelt het ISR goed af. Daar hebben ze ook veel ervaring mee. Op het gebied van seksuele intimidatie liep het aantal zaken rap op van vijf naar zestig en er werkt maar anderhalve man. Bij het turnen is er een misrekening geweest van de complexiteit van het onderwerp.”

Olfers pleit ervoor de ratio achter de regels niet uit het oog te verliezen. Het doel is veilige sportbeoefening en hoe we dat met elkaar kunnen bereiken. Aanvalsplannen, geld, notities; het zal allemaal wel. Zij is pragmatischer. “Ik zie precies waar het fout gaat. De tuchtcommissies van het ISR proberen te veel alles formeel juridisch op te lossen. De zaken worden veel te strafrechtelijk benaderd. Dáár zou de discussie over moeten gaan.

“Een veilige sportbeoefening betekent ook dat slachtoffers en aangeklaagden menselijk behandeld worden in de rechtsgang. Dan gaat het om zachte factoren als bejegening. Een onderzoek moet geen kruisverhoor zijn. Het ondervragen van vrouwen die zo ernstig lijden, vergt compassie. Dat is de menselijke maat en die laat zich niet in regels vatten.

“We zouden in de sport naar minder in plaats van meer normen moeten. Vroeger hadden we één regel: fair play. Eerlijk spel. Daar vloeit eigenlijk alles uit voort. Het voordeel van zo’n open norm is dat we het gesprek wel aan moeten gaan met elkaar. Zo’n discussie is noodzakelijk.

“Mag je als coach bijvoorbeeld ’s avonds om 10 uur nog een appje naar een sporter sturen met de vraag hoe het gaat? Is dat nog sportgerelateerd of vinden we dat dat niet kan? Mag je met elkaar uit? Nu geldt de regel ‘je mag niet te diep in het privéleven van je pupil binnendringen’, maar wat betekent dat concreet? Als je dat gesprek niet met elkaar voert, weten mensen dat dus niet.”

Een veilig sportklimaat staat of valt met bewustwording, stelt Olfers. Daarom is de turncrisis van belang geweest voor de hele samenleving. “Er zal nu geen moeder meer zijn die niet de awareness heeft om even met haar kind mee de sportzaal in te lopen. Je dropt je dochter of zoon niet meer zomaar ergens. Je hebt het erover. Er is een alertheid ontstaan.”

De mooie facetten van topsport

Toenmalig staatssecretaris Paul Blokhuis zei vorig jaar in het debat met de Tweede Kamer over de misstanden in de gymsport dat hij niet meer voluit kan genieten van sportief succes. Bij iedere medaille vraagt hij zich af wat daar de prijs voor is geweest. Olfers, die in haar tienerjaren met veel plezier aan kickboksen deed, herkent die reserve niet. Nadrukkelijk is het haar bedoeling om ook de mooie facetten van topsport terug te laten komen in het cultuuronderzoek dat zij nu in opdracht van Blokhuis uitvoert.

“We zijn er allemaal door gefascineerd. We zitten allemaal aan de buis gekluisterd. We hebben het er uren over. Topsport kan ook prachtig zijn, alleen is het nu aan het wringen. We willen meer dan alleen excellentie belonen. Dat zie je in de hele maatschappij: de cum laudes op de universiteit, de bonuscultuur in het bedrijfsleven, net als de top 10-ambitie in de sport.”

Toch is Olfers er geen voorstander van om die door sportkoepel NOC-NSF nagestreefde klassering in internationale medailleklassementen af te schaffen. Dat wordt door sommigen als oorzaak van de excessen gezien. “Uit breedtesport groeit altijd een top. Zelfs bij de lokale F7 weet iedereen wie het beste spelertje is. Er is altijd een top en die ontstaat altijd dwingend in de sport.” Het zou naïef zijn om te denken dat dat mechanisme verleden tijd is door het schrappen van een regel. Bovendien: wat is er mis met ambitie? “En waarom mag die niet tomeloos zijn? Ik ben dat zelf ook. Dat is mijn keus.”

Macht en afhankelijkheid

Maar is dat niet precies wat de topsport zo kwetsbaar maakt? In hoeverre is daar altijd sprake van een eigen keuze? De ene sporter is de andere niet, benadrukt ze, de ene sport ook de andere niet. Zo is turnen niet te vergelijken met roeien, vanwege het leeftijdsverschil waarop begonnen wordt met intensief trainen en de puntentelling. In de gymzaal begint een sporter aan een oefening met een uitgangswaarde, waarna aftrek volgt voor iedere fout. “Je wordt continu beoordeeld en het is nooit goed genoeg.”

Desalniettemin spelen macht en afhankelijkheid in vrijwel alle vormen van topsport een rol, aldus Olfers, zij het in verschillende gradaties. Het is daarbij interessant om te zien hoe anders verschillende generaties daarmee omgaan. Dat illustreerde de rel rond de gouden hockeysters, waarbij het met name de jongere speelsters waren die last hadden van de harde hand van de bondscoach.

“In de hele maatschappij zie je dat er anders tegen autoriteit wordt aangekeken. Vroeger sprak je de schoolmeester niet tegen, naar de dokter luisterde je en de coach bepaalde. Punt. De nieuwe generatie pikt dat niet meer.”

Arbeidsrechten in Qatar

Sport is de spiegel van de samenleving. Als voorbeeld noemt Olfers de discussie over het WK voetbal in in Qatar. “Wij gaan ook naar dat land om er handel te drijven en maken we ons dan druk over de mensenrechten daar? Sport maakt het zichtbaar en bespreekbaar. Nog nooit hebben wij het hier zo veel over de arbeidsrechten in Qatar gehad.

“Een grote seksuele intimidatiezaak in de sport zorgt ervoor dat er bij gezinnen thuis over wordt gesproken. Wat is ongewenst gedrag? De harde overtredingen, de spreekkoren, het racisme; stuk voor stuk zijn het haakjes om met elkaar te kijken waar we nu eigenlijk staan. Dat maakt mijn vakgebied zo ontiegelijk interessant. Sport is heel belangrijk en bepalend voor de temperatuur in de samenleving. Het is niet het afvoerputje van de maatschappij, zoals sommigen beweren. Door de sport zien we wat er breder leeft.”

Olfers is de enige hoogleraar sport en recht in Nederland. Ze voelt zich verwant met Johan Huizinga. De spelende mens fascineert haar, terwijl er in wetenschapskringen vaak op neer wordt gekeken. “Door spelen leren we, door spelen ontwikkelen we ons. Maar het spel ontwikkelt zich ook tot sport en competitie – en strijd doet wat met mensen. Ik haat het valse spel. Dat heb ik van Huizinga geleerd. Maar we mogen wat trotser op onze spelbrekers zijn. Ik hoop dat zij straks niet meer alleen staan. Dat er een grotere groep omheen komt, waardoor we daadwerkelijk tot een cultuurverandering kunnen komen.”

Wie is Marjan Olfers?

Marjan Olfers (1969) is hoogleraar sport en recht aan de Vrije Universiteit en een van de oprichters van het bureau Verinorm, dat gespecialiseerd is in sociale veiligheid en integriteitsvraagstukken. In het verleden deed ze onder meer onderzoek naar misstanden in de gymsport en het wielrennen. Momenteel bestudeert ze in opdracht van het kabinet de Nederlandse topsportcultuur in het algemeen. Ook is ze bezig met onderzoek naar matchfixing en voetbalgeweld.

Lees ook:

Achter de gesloten deuren van de turnzaal wordt het kind vergeten

Een meerderheid van de turnsters kreeg tijdens de sportcarrière te maken met grensoverschrijdend gedrag. Hoog tijd om een nieuwe visie te ontwikkelen op topsport voor jonge kinderen, vinden de onderzoekers van de misstanden in de gymsport.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden