Marianne Vos, hier als winnares van La Course, de vrouwenwedstrijd tijdens de Tour de France.

InterviewMarianne Vos

Marianne Vos: ‘In het vrouwenwielrennen wordt te veel gekeken naar wat we niet hebben’

Marianne Vos, hier als winnares van La Course, de vrouwenwedstrijd tijdens de Tour de France.Beeld AP

Renners, ploegbazen en sportieve directeuren reflecteren op de staat van het wielrennen in Nederland. Vandaag deel 4: Marianne Vos, profwielrenster die zich al jaren inzet voor professionalisering van haar sport.

Hoe staat het wielrennen in Nederland ervoor in 2020?

“Het gaat heel goed, als je kijkt naar resultaat. We beseffen de weelde van deze hoogtijdagen niet. Het maakt mij als Nederlander trots. Trots op de structuren die we blijkbaar hebben neergezet als bond en als ploegen. Maar winnen is niet vanzelfsprekend.”

Sinds januari is er in het vrouwenwielrennen onderscheid tussen World Tour-teams, waar onder meer een minimumsalaris moet worden betaald, en procontinentale ploegen. Helpt dat de sport?

“Het was een noodzakelijke stap om het wielrennen naar een hoger plan te brengen. Met in de structuur zoals de sport was opgezet, liepen de niveauverschillen te ver uiteen. De beste ploegen waren World Tour-waardig, maar de minste ploegen ontstegen net het clubniveau. Dat kan best, maar niet als je naar een professionele competitie wil. De stap vanuit de junioren was bovendien zo groot, dat er ook veel uitval was. Nu er een laag tussen komt, kan je je als jonge renner ontwikkelen.

“Op dit moment legt de verandering wel druk bij ploegen die nu een flinke investering moeten doen. Maar de UCI geeft ruimte om veranderingen in een paar jaar door te voeren.”

Jouw eigen carrière loopt al jaren parallel aan de professionalisering van de sport. Hoe heb jij dat meegemaakt?

“Het gaat te ver om alles toe te spitsen op het wagenpark, maar als je ziet hoe van een ploegauto een teambus is gemaakt… Dan merk je wat er is veranderd. Ik denk dat de grootste stap is gemaakt toen vrouwenploegen gelieerd werden aan mannenploegen. Dat gebeurt niet alleen omdat men vindt dat vrouwen een kans moeten krijgen, maar omdat er voor fans en sponsoren potentie zit in de sport. Het gevolg is dat het vrouwenwielrennen best interessant is om te volgen.”

Waar moet de sport naartoe?

“Rustig doorgroeien, denk ik. Ik vind wel dat wij te veel kijken naar wat we niet hebben. Maar als je kijkt hoe de sport is gegroeid in vijftien jaar, dan is dat immens. Er is wat te winnen als het gaat om televisierechten en om uitzendingen. Als wij de finale van de Ronde van Vlaanderen rijden voor de mannen, dat er dan even wordt overgeschakeld. Daar is denk ik wel behoefte aan. Of in ieder geval geen weerstand tegen.”

Afgelopen jaar kwamen verhalen naar buiten over jonge rensters die slachtoffer zijn geworden van machtsmisbruik door ploegleiders. Worden die situaties door de nieuwe regels uitgesloten?

“Dit is helaas niet een item dat alleen in de sport speelt. Als ik eerlijk ben zie je de afhankelijkheidspositie veelal terug bij lager gerankte ploegen. Daar werken teams meestal niet altijd met een professionele staf. Er zijn rensters, achttien of negentien, die een shirt en broek krijgen, in het buitenland kunnen wonen en voor hun droom alles opzij zetten. Dan kan je, helaas, ongezonde situaties krijgen.

“In deze situatie heb je wel een man met een soms kwetsbare jonge vrouw of meisje. Maar dit kan net zo goed binnen het mannenwielrennen gebeuren. Het komt voor in sport, waar de droom zo groot is dat eigenwaarde een beetje aan de kant wordt gezet.

“Het is de taak vanuit de bonden of teams om een veilige omgeving te creëren. Ik heb het gelukkig zelf nooit meegemaakt en ik vind oordelen moeilijk. Maar ik sluit mijn ogen niet voor de verhalen die er zijn. Ik denk dat met de World Tour een dusdanige structuur ontstaat dat ook alle stafleden bevoegd moeten zijn. Dat helpt, maar zaken helemaal uitsluiten is een groot woord.”

Beeld ANP

Hoe belangrijk is het dat er een plek is waar dit soort zaken kunnen worden gemeld?

“Iedereen is begonnen als liefhebber. Ik ook. Maar hoe zit het met zaken waar we het net over hadden? Of met verzekeringen? Juridische gevallen? Contracten? Daar was geen loket voor. De vakbond van Iris Slappendel, TCA, is daarom nu heel belangrijk. Die bestaat drie jaar en je ziet dat daar veel vraag naar is.”

Het wielrennen bij de mannen gaat tegenwoordig veel over wattages, voeding en vetpercentages. Hoe is dat in jouw peloton?

“Ik denk dat er dezelfde discussies en items spelen. Je wilt krachtig zijn en alles wat je te veel meeneemt de berg op is ballast. Ik denk wel dat binnen het vrouwenwielrennen snel over anorexia wordt gesproken als iets ongezonds, terwijl als iemand dun is bij de mannen hij dan goed bezig is. Dat is best bijzonder.

“Het is goed om in te zien dat er een probleem kan zijn. Ik kan niet over een heel peloton oordelen, maar er zijn ploegleiders geweest die zeiden dat iemand te dik was. Dat kan je één keer horen, maar als je dat altijd hoort is het plezier weg en kan het einde carrière betekenen.

“Gelukkig zijn binnen de meeste professionele teams goede mensen hiermee bezig. Bij vrouwen leidt een laag vetpercentage tot andere hormoonwisselingen en heeft het een grotere weerslag dan bij mannen. Voor de gezondheid zitten wij op het randje. Daarom is het belangrijk dat er aandacht voor is, dat gezonde voeding en gewicht belangrijk is voor prestaties nu, maar ook voor de toekomst.”

Lees ook: 

‘Mathieu van der Poel is een wetenschappelijk testobject’

Eerder in de serie over de staat van het wielrennen: Kristof de Kegel, trainer van Mathieu van der Poel. ‘Mathieu duwt tegen de grenzen van de bewegingswetenschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden