Marijn de Vries

Marianne Vos glimlacht dapper voor de wereldkampioen

null Beeld Trouw
Beeld Trouw
Marijn de Vries

Vlak voor ze het podium op mogen, bukt Marianne Vos zich voorover. Ze heeft net verloren. Op een haar na. Ze heeft gehuild. Ze had net zo goed zelf straks die regenboogtrui aan kunnen trekken, die lag voor het grijpen. Het had zo makkelijk gekund. Had ze maar iets eerder haar sprint ingezet. Was ze maar door de binnenbocht gegaan, in plaats van buitenom.

De laatste meters van de race herhalen en herhalen zich vast in haar hoofd. En dan ziet ze de sokken van Elisa Balsamo. De Italiaanse die haar zojuist nipt heeft verslagen. Ze ziet de sokken en bukt, op de kasseien achter het podium. Ze heeft haar wielerschoenen nog aan. Alle drie hebben ze de wielerschoenen nog aan. Ook Kasia Niewiadoma, die derde werd, en met haar armen over elkaar staat.

Achter het podium ziet het er altijd scharrig uit. Elektriciteitskabels. Dranghekken. Spandoeken. Een zwart scherm, om de mensen achter het podium aan het zicht te onttrekken. Officials met badges. En drie rensters, volledig in koerstenue. Nummers nog op de rug. Alleen de helm is af. Niks glamoureus – terwijl hier binnen luttele momenten de nieuwe wereldkampioene wielrennen wordt gehuldigd. De mevrouw met het dienblad met drie bosjes bloemen staat al klaar.

Gesoigneerd

En Marianne bukt. Ze reikt naar de sok van Elisa Balsamo en trekt ’m recht, zodat ‘Italia’ netjes naar voren staat. Zodat de Italiaanse straks perfect gesoigneerd het podium op stapt. Je moet het maar zien, als de wereldtitel net door je handen is geglipt. En je moet het maar doen. Bukken voor de nieuwe wereldkampioen.

Marianne weet wat tweede worden op een WK is. Ze werd het al vijf keer eerder, vijf jaren achter elkaar, nadat ze in 2006 als piepjonge renster vanuit het niets naar haar eerste regenboogtrui was gereden. “De eerste vijf minuten kan ik alleen maar huilen van teleurstelling, maar dan zeg ik tegen mezelf dat de winnares een mooie huldiging verdient. En dan probeer ik met een glimlach op het podium te stappen en vooruit te kijken naar de volgende koers. Uiteindelijk… is het maar fietsen” – zei ze in 2012, toen ze eindelijk weer eerste werd. In 2013 werd ze dat nog een keer.

En daarna: niets meer. Geen wereldtitel. Geen tweede plaats. Geen bronzen medaille, zelfs. Geen glimlach op het podium. Ze raakte geblesseerd. Overtraind. Het duurde lang, zelfs jaren zou je kunnen zeggen, voor ze er weer echt bovenop was. En toen bleken nieuwe rensters haar vaak voorbijgestreefd.

Beter dan ooit

Wie Vos gevolgd heeft de laatste maanden, weet dat ze in de schaduw van die rensters groeide naar een vorm die ze misschien wel nooit heeft gehad. Zo goed. Zo sterk. Zo ontzettend fel en vinnig weer. Dit WK in Leuven, het was haar parcours. Korte klimmetjes, draaien, keren. Telkens weer sprinten vanuit de bocht.

Hoe groot is de wens geweest om hier te winnen? Hoe diep zat het onder haar huid? Nog een keer wereldkampioen worden. Nog één keer. Ik denk dat ze het liever dan ooit wilde, liever dan alles bij elkaar. Ik zag haar al opnieuw in de regenboogtrui. Vijftien jaar na haar eerste wereldtitel, zou dat legendarisch zijn.

Marianne is in negen jaar geen spat veranderd. Ze baalde, sloeg schreeuwend met haar vuist op het stuur. Ze huilde, zeker een kwartier. En staat dan op het podium met natte ogen en een brede lach. Vastberaden. Wat er ook gebeurt, ik lach hier voor de nieuwe wereldkampioen. Voor Elisa Balsamo, met de sokken netjes recht.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden