Column Henk Hoijtink

Lof voor amateurvoetbal

We fietsten op een zonnige zondagmiddag door Sint Pancras, een dorp dat aan onze woonplaats Alkmaar grenst. Geschreeuw klonk achter de huizen, geschreeuw dat je uit duizenden herkent. Voetbal in zijn mooiste vorm, dat van de amateurs!

Even het Boeterslaantje in, daar speelt Vrone. Je hoeft het complexje niet op. Zittend op de fiets, met de hand aan het hek, kun je het grootste deel van het hoofdveld zien.

Vrone speelt tegen DTS uit Oudkarspel, zie ik meteen. De trainer van DTS staat voor zijn dug-out. Een bekende in de voetbalregio, een kleurrijke oud-amateurvoetballer uit Langedijk, hier een paar kilometer verderop.

‘Was dat buitenspel? Niet toch?’

De trainer roept naar iemand die buiten mijn gezichtsveld in de hoek van het veld onder de toeschouwers moet staan. “Hé Piet, was dat buitenspel? Niet, toch?”

Je kunt het invullen. Er is net een doelpunt van DTS afgekeurd, Piet heeft zo’n beetje op één lijn gestaan. De trainer roept iets waarvan ik alleen ‘Rabobank’ versta. Kun je ook invullen. Vlak bij het veld van Vrone is een filiaal van de bank. De trainer schertst dat de scheidsrechter een douceurtje tegemoet kan zien.

Het Algemeen Dagblad riep deze week uit tot die van het amateurvoetbal, dat heerlijke amateurvoetbal waarvan ik graag (nu ook hier eens) de lof zing.

Liever dan welk stadion ook is mij de rand van het veld bij mijn amateurclub in Alkmaar. Oud-spelers onder elkaar, ouwehoeren, niets meer dan dat. Ik geloof er zelf niet in, maar je hebt er natuurlijk altijd eentje nodig die verzucht dat het nergens naar lijkt en dat wij dat vroeger in het eerste wel even beter deden.

Je vaste plek

Op het Sportpark, achter het oude AZ-stadion, ligt een heel leven, een gekoesterd leven. De trainingskleedkamer met zijn eigen cultuurtje, elke dinsdag- en donderdagavond jaar na jaar ons domein. Je had er een vaste plek, ik in het hoekje.

Mijn zoon ging om praktische redenen op een andere club. Toen hij, in de F’jes, voor het eerst bij mijn club moest spelen, hadden we warempel dezelfde kleedkamer. Ik kon het niet laten hem op mijn plekkie neer te zetten. Hij scoorde twee keer. “Twee keer! Dan heb je nu al vaker gescoord dan je vader in zijn hele carrière, jongen”, zei de clubman bij de snoepbar natuurlijk.

Ik deed hem niet op voetbal om de selectie te halen, om tierelantijnbeweginkjes te kunnen leren. Ik gunde hem de kleedkamer, de vorming, het samenzijn.

Een jaar of veertien jeugdvoetbal gezien, elke zaterdag. Verschrikkelijk jammer dat het voorbij is. Mag het me gegeven zijn, ik zal er als opa weer staan.

Aanbod op maat

Niets onvertogens meegemaakt, werkelijk niets. Als speler ook niet. Ja, er kunnen stoppen doorslaan, zoals overal. Dat staat dan in de krant, uiteraard. Volgens KNVB-cijfers zijn er bij 0,1 procent van de per jaar gespeelde 750.000 wedstrijden incidenten. In al die andere gevallen is amateurvoetbal een genot – elke club een mini-gemeenschap waarin je leert dat je het, om met Cruijff te spreken, samen moet doen.

Ja, de tijden veranderen. We moeten aanbod op maat bieden, zegt KNVB-directeur amateurvoetbal Jan Dirk van der Zee in het AD in de taal van nu over hoe jeugd in deze tijd te binden. Vrijwilligers zijn voor clubs steeds moeilijker te vinden. (Clubbladen rondbrengen, je wist vroeger niet beter dan dat het erbij hoorde.)

Maar de kern van ‘ons’ amateurvoetbal is sterk: geen dorp zonder club, zonder mini-gemeenschap. Ik fietste die middag in Sint Pancras met mijn vrouw. Ze wilde uiteraard niet lang bij Vrone kijken. Ik zal er terugkomen, leunend tegen het hek.

Chef sport Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden