null Beeld
Beeld

ColumnAntal Crielaard

Lichte paniek in een gitzwarte Japanse nacht

De taxi rijdt inmiddels in slakkengang, het zicht is hooguit enkele tientallen meters. We zijn al een poosje geen tegenliggers meer tegengekomen en op de borden langs de kant van de weg ontbreekt het vertrouwde ‘Tokio’. Onze chauffeur maakt een ontspannen indruk. Er is geen probleem, zegt hij. “Ik rij wel iets langzamer.”

Door de strenge quarantaineregels in Japan mogen we de eerste veertien dagen van ons verblijf op de Olympische Spelen geen gebruikmaken van het openbaar vervoer. Wel zijn er speciale taxi’s, waarvoor we vouchers hebben gekregen. En die zijn hard nodig. De olympische wielerbaan ligt ver buiten Tokio, in Izu op zo’n drie uur rijden. Als we die rit zelf hadden moeten betalen, waren we zo’n 900 euro kwijt geweest. Nu kunnen we een aantal van de bonnetjes inleveren. En worden we voor de deur afgezet.

We konden de top van de iconische Japanse berg Mount Fuji zien

De heenweg was prachtig geweest. Het was zo helder dat we de top van de iconische Japanse berg Mount Fuji konden zien. Er lagen nog slechts een paar restjes sneeuw. Links en rechts van de snelweg doemden bergen op, de omgeving werd alras groener. Dat voelde bijzonder. We hadden Tokio de laatste weken toch vooral leren kennen als een immens blok beton, met een ontelbaar aantal wolkenkrabbers en aanverwante hoogbouw. Het was er niet erg groen.

Maar nu kronkelt de weg vervaarlijk. Het is elf uur ’s avonds en de nacht in de bergen rond Izu is inktzwart, de weg is nat en het zicht wisselt per kilometer. Meestal is het mistig. We vragen de taxichauffeur nog maar eens of hij wel goed is gereden, nu op iets dwingender toon. De route die we ’s ochtends hadden afgelegd had ons in geen geval over de smalle bergpassen geleid waar we nu rijden. Paniek is een groot woord, maar we maken ons wel zorgen. De man lacht slechts. Alles komt goed, zegt hij.

Hij wilde ons helpen, en geld besparen

En dan doemt plots de stad op, die kolos van staal en beton. We zijn bijna thuis. Als we een uurtje verder bij ons hotel uitkomen wijst de chauffeur op de taximeter. Als hij over de snelweg was gereden waren we veel later thuisgekomen. En ’s nachts moet hij een toeslag rekenen. En dat wilde hij niet. Hij wilde ons helpen, en geld besparen – zoals alle Japanners hier vrijwel continu voor je klaar staan.

Zijn we dus niet gewend, als klagerige westerlingen.

Lees ook:

Soms vergeet je even dat er ook een thuis is

Als olympisch verslaggever wordt Antal Crielaard tijdens de Spelen langzaam maar zeker een koker in gezogen, waarvan de buis steeds nauwer wordt. Maar hij vergeet zijn jarige dochter niet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden