InterviewTopsport

Leer kinderen dat een nederlaag op het sportveld een kans is. ‘Ik vermijd het woord ‘niet’ in trainingen’

Een ochtendtraining bij basketbalvereniging Triple Threat in de Haarlemse wijk Schalkwijk. Beeld Patrick Post
Een ochtendtraining bij basketbalvereniging Triple Threat in de Haarlemse wijk Schalkwijk.Beeld Patrick Post

Sportende kinderen ervaren te vaak stress. Ze voelen druk om hier en nu te moeten presteren. Dat kan anders. Leer ze dat succes een momentopname is, net zo goed als een tegenvallende prestatie. Een pleidooi voor de groeimindset.

Nu de roep steeds luider klinkt om kinderen ook op sportvelden pedagogisch verantwoord te begeleiden, dringt de vraag zich op: hoe dan? Wat is de juiste manier om de jeugd te helpen het beste uit zichzelf te halen? Sportpsychologen Tim Koning en Bart Heuvingh pleiten voor de zogeheten groeimindset. Er moet minder nadruk gelegd worden op prestaties in het hier en nu, en meer op de kansen voor een kind om zich te ontwikkelen.

Heuvingh is topsportbegeleider bij AZ en zag daar hoe een slechte mindset soms technisch en tactisch begaafde voetballers in de weg kan zitten. “Ik heb hele goede spelers gezien die het daardoor niet hebben gered. Waarom is daar geen aandacht voor, dacht ik. De groeimindset is een methodiek die niet alleen wetenschappelijk is bewezen maar ook in de praktijk. Ik ben ermee begonnen bij AZ, maar verbaas me erover dat het niet op grotere schaal gebeurt.”

Misschien schuilt de verklaring in de prestatiemaatschappij, die ook haar weerslag vindt in de sport. Trainers en technisch-directeuren van verenigingen zitten vaak maar kort op hun post en willen snel resultaat zien. Dat straalt immers op hen af. Wie vanuit de groeimindset leeft, ziet een nederlaag als een kans om het later beter te doen. Dat wringt met de afrekencultuur die om instantoplossingen vraagt.

Sportpsycholoog Bart Heuvingh: ‘Ik heb hele goede spelers gezien die het door een slechte mindset niet hebben gered in het voetbal’. Beeld Ed van de Pol
Sportpsycholoog Bart Heuvingh: ‘Ik heb hele goede spelers gezien die het door een slechte mindset niet hebben gered in het voetbal’.Beeld Ed van de Pol

Als een topsportend kind gestresst is, moet het vaak ademhalingsoefeningen doen om weer rustig te worden. Ook visualiseren helpt om te ontspannen. Daar is niks mis mee, benadrukt Heuvingh. “Maar het zijn wel pleisters. Beter is het om door te vragen. Waar komt die spanning vandaan? Negen van de tien keer ligt de oorzaak bij een beperkende overtuiging. Een statische mindset. Ik ben het talent, dus ik moet winnen. Of: ik heb geen neus voor de goal, dus ik zal wel weer niet scoren.”

Zo’n kind heeft het gevoel dat het zich moet bewijzen, terwijl het doel van wedstrijden en trainingen volgens Heuvingh zou moeten zijn: jezelf willen verbeteren. Dat klinkt makkelijker dan het is, weet Koning. Hij begeleidt veel coaches en topsporters, jong en oud. “Ik zie vaak dat mensen wel hun gedrag aanpassen maar dat hun onderliggende overtuiging onveranderd is.”

Bij veel verenigingen hangen bijvoorbeeld tegenwoordig inspirerende slogans aan de muur, zoals ‘Fail: First Attempt in Learning’. Of dat iets in de praktijk betekent, is zeer de vraag. Koning was laatst nog bij de Koninklijke Nederlandsche Roeibond. “Daar zei een coach: ‘Ik stimuleer het maken van fouten allang’. Waarop een van de sporters zei: ‘Sorry trainer, je zegt het wel maar we voelen het niet op de momenten dat het ertoe doet. Dan kijk je ons niet meer aan’.”

Wat is talent?

Triple Threat is een van de verenigingen waar Koning trainers begeleidt. Bij die basketbalclub zit volgens hem het denken in groeimogelijkheden in de cultuur. Op een vroege doordeweekse ochtend werkt een handvol tieners zich voor schooltijd al in het zweet. Zij zitten op de topsportacademie van de club. Mede-oprichter Dominique Schemmekes houdt zijn jeugdleden voor dat er “niks mis is met average, maar dat als je speciaal wilt zijn je speciale dingen moet doen”. De impliciete boodschap is minstens zo belangrijk: dat je speciaal kunt zijn, mits je hard werkt.

De Haarlemse vereniging huist in Schalkwijk, waar veel minderheden wonen en gezinnen met minder draagkracht. Juist in zo’n omgeving, waar kinderen voelen dat veel mensen een lage verwachting van ze hebben, kan de groeimindset heel waardevol zijn, vindt Koning: “Voor kinderen in achterstandswijken is geloof in de eigen ontwikkeling misschien wel het belangrijkste waar ze op moeten kunnen terugvallen.”

Dat geloof kan geprikkeld worden door over het begrip talent na te denken. Want wat is talent precies? Wie meent dat het is aangeboren en dus een vaststaand gegeven is, kan lui worden. Waarom hard werken als de genen bepalend zijn? Of veel druk ervaren, omdat de status van natuurtalent iedere keer bewezen moet worden. Of juist gedesillusioneerd raken bij het gevoel talentloos te zijn. Wie talent echter ziet als iets dat ontwikkeld kan worden, zal met een andere energie uitdagingen aangaan. Dat is de ervaring van Koning en Heuvingh. Iedere dag wordt dan een kans om nieuwe talenten te ontdekken of vaardigheden te ontwikkelen.

‘Ik probeer het woord ‘niet’ in trainingen te vermijden’

Sport kan een prachtig middel zijn voor het sturen van zo’n levensinstelling, weten ze bij Triple Threat. Schemmekes: “Wij creëren een omgeving voor jongeren waarin zij zich kunnen ontwikkelen. Dat is onze kracht. We bouwen een community waarin ze elkaar pushen.” Jeffrey Brons is een van de trainers die door Koning is begeleid. Hij heeft vooral geleerd om niet in beperkingen te denken maar in mogelijkheden. “Ik probeer het woord ‘niet’ in trainingen te vermijden. Ik wil de jongeren positief stimuleren. Zodat ze hun mind verbreden.”

Sportpsycholoog Tim Koning: ‘Aan de ene kant is de groeimindset heel toepasbaar en voor veel mensen ook wel herkenbaar’. Beeld
Sportpsycholoog Tim Koning: ‘Aan de ene kant is de groeimindset heel toepasbaar en voor veel mensen ook wel herkenbaar’.Beeld

De Amerikaanse Carol Dweck is de grondlegger van de groeimindset. “Het beste wat je een kind kan geven, is de overtuiging dat het kan leren”, is een beroemde uitspraak van haar. In Nederland zijn Koning en Heuvingh de voortrekkers. Deze week verschijnt het boek De Talentformule van Koning. Heuvingh schreef eerder Talent van morgen. “Het is lastig om voet aan de grond te krijgen”, merkt Koning. “Aan de ene kant is de groeimindset heel toepasbaar en voor veel mensen ook wel herkenbaar. Aan de andere kant is dat juist de valkuil. Veel sporters, coaches en ouders denken ten onrechte dat ze het al toepassen.”

Schieten met je verkeerde been

Het Nederlandse systeem, of het nou om sport gaat of het onderwijs, is ingericht op vroeg selecteren. Kinderen krijgen al op jonge leeftijd labels opgeplakt: jij bent een vwo-leerling of jij bent een selectievoetballer. Koning: “Alles kun je meten tegenwoordig. Bij sommige topsportopleidingen lopen kinderen zelfs met hartslagmeters om.”

Heuvingh: “Het is belangrijk wat je met de uitslagen doet. Bij AZ laten we de Onder 12 ook sprinttesten doen. Maar ik zeg daarna nooit: ‘jij bent snel of langzaam’, altijd: ‘jij scoort hoog of laag’. Een prestatie is iets wat iemand doet, niet wat hij is. Ook laten we de jongens dezelfde test een maand later weer doen en vergelijken dan de uitslagen, zodat zij gaan inzien dat prestaties kunnen variëren en succes dus een momentopname is, net zo goed als een tegenvallende prestatie.”

Koning noemt plezier het vergeten kenmerk van talentontwikkeling. “Plezier versterkt het leervermogen en is daardoor een belangrijke factor voor het uiteindelijke succes van een sporter.” Sportorganisaties zouden in hun opleidingen veel meer bezig moeten zijn met de lange termijn, stelt Heuvingh. “Bij AZ focussen we heel erg op ontwikkeling.” Laat een voetballer in de jeugd regelmatig met zijn ‘verkeerde’ been schieten. Gun het kind de lol van iets nieuws leren. Benadruk dat leerproces ook; dat haalt een heleboel stress weg. Calculeer in dat het op korte termijn misschien wat minder gaat, maar weet dat hij of zij later tweebenig is. “Kinderen met een statische mindset kunnen slecht omgaan met fouten. Om op de lange termijn te kunnen presteren, is een groeimindset essentieel. Tegelijkertijd zorgt het ook voor meer welzijn en minder stress. Dat is toch wat we willen?”

Hoe kijken topsporters tegen hun talent aan?

Wielrenster Annemiek van Vleuten:
“De drijvende kracht is dat ik denk dat ik talent heb en dat talent in mezelf wil ontwikkelen.” Op lijstjes met meeste trainingskilometers prijkt haar naam altijd ergens bovenaan. Gemiddeld fietst ze meer dan 120 kilometer per dag. “Voor mij is dat pure lol.” Ook traint ze vaak voor de uitdaging met de mannen. “Dan ben ik duidelijk de zwakste van het stel. Dat zorgt ervoor dat ik constant een beetje buiten mijn comfortzone train.”

Voetballer Wout Weghorst:
De jonge Wout Weghorst was een lange, slungelige spits met een ongepolijste motoriek. Zeker geen voetbalbelofte. Nu is hij de meest scorende Nederlander in een buitenlandse topcompetitie. Hij heeft alles gedaan voor zijn eigen ontwikkeling. Met hard werken kwam hij daar waar niemand hem had verwacht. Daar waar zoveel ‘natuurtalentjes’ nooit komen: aan de top. Zelf concludeert Weghorst: “Blijkbaar is mijn drive meer waard dan hun talent.”

Oud-schaatser Mark Tuitert:
“Om te presteren helpt het heel erg als je plezier hebt.” Hij zocht dat in de dagelijkse verbeteringen die hij doormaakte. In het proces. “Als je plezier hebt, komt het presteren vanuit jezelf. En eigenlijk is al het andere presteren niks waard.”

Uit: De Talentformule van Tim Koning en Michiel van Schagen.

Lees ook:

Gyliano van Velzen raakte als jonge voetballer verdwaald in het grote geld

Wat de positie van voetbaltalenten uitzonderlijk maakt, en extra kwetsbaar, is dat ze uitblinken in een sport waarin vele miljoenen omgaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden