null Beeld
Beeld

ColumnHenk Hoijtink

Lachend verliezen in de coronacompetitie

“Als u van voetbal houdt, moet u blijven kijken. Er gebeurt wat, hoor”, zei Tom Egbers woensdagavond laat bij de aankondiging van de samenvattingen. Ik wist wat er zou gebeuren. AZ verloren, Vitesse verloren. Ik liet de samenvattingen voor wat ze waren en ging naar bed.

Eerder had ik het laatste kwartier van Heerenveen-Feyenoord bij ESPN even opgezet, toen ik zag dat ook Feyenoord zou verliezen – en hoe. Toch zag ik Feyenoord-spelers na afloop lachend hun tegenstanders feliciteren en amicaal op de schouders kloppen.

Geen ploeg is in staat een paar weken een normaal niveau te halen, had Willem van Hanegem in zijn ­column laten opschrijven. Ik had daarover onlangs al een hier weergegeven gesprekje met Rinus Israel ­gevoerd, zijn ploeggenoot van ooit. Nee, niet onder het mom dat vroeger alles beter was. Ook zij verloren natuurlijk wel­eens. Maar déze schommelingen, nee.

Je kunt het in sociaal-maatschappelijke oorzaken zoeken – wat ik misschien iets eerder dan een ander ­geneigd ben te doen. Voetballers bevragen elkaar ­minder, wat zullen ze zich in deze tijd van opgestoken duimpjes en hartjes nog werkelijk laten gezeggen?

‘Ook voetballers zitten in een moeilijke fase’

Je kunt zoeken naar clementie. Na weer een magere wedstrijd van Feyenoord zei trainer Dick Advocaat laatst dat ‘ook voetballers met de pandemie in een moeilijke fase zitten’. In zijn algemeenheid: geen mogelijk stimulerende sfeer op de tribunes en een vol programma, waarin trainers mede uit fysiek oogpunt veel wisselen, wat niet helpt om lijn in het spel te ­krijgen.

Goed, daaraan is niet voorbij te gaan, maar woensdag ging het om niet veel meer dan een simpele verandering in de tactiek van Heerenveen. Met één of twee omzettingen had Feyenoord de orde kunnen herstellen, des te makkelijker in een leeg stadion: iedereen in een handomdraai te bereiken. Niemand deed iets, met open ogen naar de 3-0 nederlaag.

De Universiteit van Salzburg deed onderzoek naar het effect van voetbal zonder publiek. Voetballers vertonen zo’n 20 procent minder emotioneel gedrag, was de uitkomst. Ik dacht aan de lachende Feyenoorders. Ze konden rustig, niet uitgejouwd na zo’n wanvertoning door de fans, de kleedkamer opzoeken – over een paar dagen een nieuwe kans. We moeten even praten, zei Advocaat, en dan weer verder.

Is dat zo, is dat het pure voetbal?

Deze krant liet oud-voetballer Pierre van Hooijdonk en sportpsycholoog Rico Schuijers naar aanleiding van het onderzoek aan het woord. Schuijers zei dat voetbal zonder publiek het spel puurder maakt. Het accent ligt meer, vertaal ik, op de behandeling van de bal – wie kan het goed, wie minder? Maar is dat zo, is dat het pure voetbal? Is juist niet een belangrijke factor in sport de omgeving dan wel de druk daarvan? Bepaalt die niet uiteindelijk méér dan de balbehandeling hoe goed je bent?

Van Hooijdonk zei dat voetbal door zijn veronderstelde puurheid voorspelbaarder wordt. De praktijk van niet alleen deze week was nogal anders, maar de kop­positie van Ajax zou je voorspelbaar kunnen noemen: niet afgestraft in de coronacompetitie voor het magere spel, nee, vrij afgetekend koploper.

Trainer Erik ten Hag was behoorlijk te spreken, nadat Ajax donderdag door twee late doelpunten van Willem II had kunnen winnen. Hij moet beter weten, maar wie maakt hem wat als hij het zegt? Wat doet voor al dan niet lachende spelers, niet alleen de Feyenoorders, ­verliezen er nog werkelijk toe?

Morgen Feyenoord-PSV en AZ-Ajax. Ik durf te voorspellen dat het alle kanten op kan. Wie dat mooi vindt, zal ik het plezier zeker niet ontzeggen.

Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden