ColumnMarijn de Vries

Kun je nog wel met je vijfjarige kind naar wielrennen kijken?

Dit weekend was ik weg met een groep vriendinnen. Mountainbiken, in de bossen rondom Epe. Het was prachtig: de heide is al paars, en het bos rook lekker naar de regenbuien die gevallen waren. We streken neer op een terras ergens bij Apeldoorn. Daar liep een jongen te bedienen met een lekkere kop zwart haar en een brede glimlach. Kijk, dat zou het broertje van Tom Dumoulin kunnen zijn – zo leek hij op de wielrenner die op dat moment in de Dauphiné aan het fietsen was.

Toen we ons klaarmaakten om te vertrekken – zonnebril op, helm dicht – zeiden we het tegen hem. Hij keek ons vragend aan. “Het broertje van wie?” We stonden met de mond vol tanden. Om vervolgens in koor “Weet jij niet wie Tom Dumoulin is?!” te roepen. De jongen lachte een beetje verlegen zijn mooie glimlach. Nee, hij had echt geen idee.

Hoofdschuddend fietsten we weg. Hoe kan iemand nu níet weten wie Tom Dumoulin is. De beste klassementsrenner van Nederland. Onze hoop op Tourwinst. Nou ja, zeiden we tegen elkaar. Eigenlijk ook wel een prima reality check: niet iedereen is met sport, laat staan met wielrennen, bezig.

Misschien, dacht ik later in het weekend, toen ik zag hoeveel vreselijke valpartijen er weer waren geweest in de Dauphiné en de Ronde van Lombardije, moeten we dit vaker aan elkaar vertellen. Zo belangrijk is sport niet. Niet voor iedereen, althans. Nu er weer gekoerst wordt, lijkt het wel of het scherp van de snede nog wat scherper is geworden. Het is altijd al balanceren op het randje van wat wel en niet kan. En nu blijkt er net iets te veel níet te kunnen.

Buitenspelen voor grote mensen

Richard Plugge, teammanager van Jumbo-Visma, zei: “Onze helm wordt duizend keer getest voor we hem op ons hoofd zetten. Zo zou ook de veiligheid van een parcours gecontroleerd moeten worden.” Hij pleitte voor een onafhankelijk bedrijf dat vooraf elk parcours moet nalopen, zodat er niet meer zo’n idiote aankomst als in de Ronde van Polen zou zijn, en niet meer zo’n belachelijke afdaling vol grind en gaten als in de Dauphiné. Geen gek idee.

Misschien moeten we iets dergelijks sportbreed invoeren: een onafhankelijk orgaan dat de veiligheid checkt. Want, dacht ik, toen ik de vraag van iemand zag of je nog wel met je vijfjarige kind naar wielrennen kunt kijken vanwege al die afschuwelijke valpartijen – wie durft zijn vijfjarige kind tegenwoordig nog op turnen te doen? Ook daar is het maar de vraag of het veilig is. Een heel ander soort veiligheid, maar minstens zo essentieel. Dat moet toch ook veel beter gecontroleerd worden?

Wij fietsten intussen, en genoten ons te pletter. Mountainbiken in de bossen is eigenlijk buitenspelen voor grote mensen, zeiden we tegen elkaar. Sporten is spelen voor grote mensen. Dat lijken we iets te vaak te vergeten. Wielrennen moet spectaculair. En dus wordt het levensgevaarlijk. Turnen moet op hoog niveau. En dus worden kinderen kapotgedrilld. Op elke plek waar niet meer gerelativeerd wordt, gebeurt iets soortgelijks. In elke sport.

We moeten vaker bedenken dat sporten gewoon spelen is, óók op hoog niveau. Sporten is genieten. Dat kan best zonder drillen, en zonder levensgevaar. Om te ontnuchteren hoef je je eigenlijk alleen maar te realiseren dat meer dan genoeg mensen geen idee hebben wie Tom Dumoulin of Epke Zonderland is.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden