Kogelstoten tijdens het EK atletiek in München. Beeld Belga
Kogelstoten tijdens het EK atletiek in München.Beeld Belga

Déjà vuAtletiek

Kogelstoten voor vrouwen? Dat was voor de sportbobo’s in 1928 een brug te ver

Paul van der Steen

Als Fanny Blankers-Koen de koningin van de Olympische Spelen van 1948 was, dan kon Micheline Ostermeyer (1922-2001) zeker doorgaan voor de reserve-vorstin.Fanny Blankers-Koen won goud op de 100 meter, de 200 meter, de 80 meter horden en de 4x100 meter estafette. De lange Française verdiende brons bij het hoogspringen en haalde met een grote zonnebril op haar neus goud op de werpnummers, het discuswerpen en het kogelstoten.

Op het laatstgenoemde nummer glorieerden tijdens de EK atletiek in München deze week Nederlandse atletes: Jorinde van Klinken won brons, Jessica Schilder goud. In 1948 telden de oranje dames bij het kogelstoten veel minder mee: de twee Nederlandse deelneemsters werden respectievelijk zesde en dertiende in een veld met 21 deelneemsters.

Niet te rijmen met ‘de lichamelijke gesteldheid van de vrouw’

Discuswerpen voor vrouwen was op de Spelen in Amsterdam in 1928 voor het eerst een discipline. De daarvoor benodigde bewegingen straalden nog enige elegantie uit. Dat was een belangrijk criterium voor de mannen die beslisten over het toelaten van een nummer.

Micheline Ostermeyer op het EK in 1950. Beeld Anefo / J.D. Noske
Micheline Ostermeyer op het EK in 1950.Beeld Anefo / J.D. Noske

Uit tal van hoeken klonk desalniettemin kritiek. De Osservatore Romano vond veel sport niet te rijmen met ‘de lichamelijke gesteldheid en de zending van de vrouw’. De krant van het Vaticaan waarschuwde bovendien voor decadentie, degeneratie en sportverdwazing.

Kogelstoten voor vrouwen vonden ook de sportbobo’s vooralsnog een brug te ver. Zulke krachtpatserij paste een dame niet. Voor de Tweede Wereldoorlog nam het aantal wedstrijden stiekem al wel toe, maar pas in Londen, op de eerste Spelen na de bevrijding in 1945 werd het nummer voor vrouwen een olympische discipline. Het te werpen gewicht was net als bij discuswerpen vanzelfsprekend naar beneden bijgesteld.

Kogelstotende vrouwen wenden een beetje in de decennia na 1948. Een deel van de vooroordelen bleef echter bestaan. De term ‘manwijf’ viel geregeld, meestal samen met de namen van de extreem gespierde en succesvolle (en daarom van dopinggebruik verdachte) werpsters uit het Oostblok.

‘Je was altijd zo'n kenau’

Ria Stalman schreef twee jaar na haar gouden medaille bij het discuswerpen tijdens de Olympische Spelen van 1984 (ook met gebruik van spierversterkende middelen, zou ze later toegeven) een column in het Algemeen Dagblad over het voortdurende gemekker over werpende vrouwen. Nadat ze gestopt was en daardoor wat minder gespierd was geworden, zei een man tegen haar: “Je valt me 100 procent mee, zeg! Je was altijd zo’n kenau om te zien.”

Bij Nederlandse sportminnaars en de sportpers was de kennis over kogelstoten bovendien beperkt. Nationale successen bleven immers uit.

En de gouden vrouw van Londen 1948? De drie medailles daar waren slechts een bleke afspiegeling van Ostermeyers kwaliteit en veelzijdigheid als sportvrouw. Tijdens haar sportieve carrière won ze Franse titels op zes verschillende atletieknummers, waaronder de zevenkamp. Ondertussen gaf ze blijk van nog een gave. Als studente piano won ze de belangrijkste prijs van het Parijse conservatorium.

De kritiek verstomde

Ostermeyer stopte in 1950 met atletiek en kon al haar tijd in haar loopbaan als concertpianiste stoppen. Haar sportverleden bleek eerder een last dan een lust. De combinatie van stadions en podia zorgde voor kortsluiting in het hoofd bij een deel van het publiek en de muziekcritici. Kon zo’n krachtige vrouw wel een verfijnde pianiste zijn?

Het multitalent probeerde het te bewijzen door tijdens een recital concerten van Johannes Brahms, César Franck en Franz Liszt te spelen. Ze slaagde glansrijk en deel van de kritiek verstomde.

Ostermeyer tourde een jaar of vijftien langs Franse en internationale concertzalen om daarna nog vooral als pianolerares actief te zijn. In de jaren negentig maakte ze een kleine comeback als uitvoerend musicus. Aan het eind van dat decennium werd ze ook veelvuldig in het zonnetje gezet als een van de grootste Franse sporters van de twintigste eeuw.

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril. Eerdere afleveringen van de rubriek Déjà Vu leest u hier.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden