Motorische ontwikkeling

Klauteren en dansen op de training in strijd tegen ‘gameboyrug’

Jeugdleden van volleybalvereniging Irene in Bilthoven krijgen een training die breed georiënteerd is op de ontwikkeling van motoriek.  Beeld Jörgen Caris
Jeugdleden van volleybalvereniging Irene in Bilthoven krijgen een training die breed georiënteerd is op de ontwikkeling van motoriek.Beeld Jörgen Caris

Kinderen leren bij een sportclub vaak veel te eenzijdig bewegen. Je ziet de gevolgen bij mensen als Arjen Robben en Daphe Schippers, zegt een expert. Om wat aan de motorische ontwikkeling van kinderen te doen, zijn er nieuwe initiatieven. Zoals de Volleybalbeweegtuin.

Baskets, korfbalmanden, een volleybalnet, grote matten tegen de muur, hoepels die her en der op de vloer van de sporthal liggen. En, overal verspreid, rood-wit-blauw gekleurde ballen. Nee, moeilijk is het niet voor de trainers en vrijwilligers van de Bilthovense volleybalvereniging Irene om de plaatselijke jeugd die zich deze middag heeft verzameld in de Kees Boekehal aan het bewegen te krijgen, lacht Janine Pleizier. Prikkels genoeg om de kinderen in de leeftijd van drie tot negen in beweging te krijgen. En toch staat Pleizier voor een grote uitdaging. “Want hoe hou je deze kinderen enthousiast als ze ouder worden en daarmee behouden voor het volleybal?”

Pleizier, in het dagelijks leven programmamanager van de Nevobo, staat voor de groep in het kader van de Breed Motorische Ontwikkeling. Dat is het recent gelanceerde project waarbij de volleybalbond in samenwerking met de voetbal-, hockey- en turnbond de jeugd tot twaalf jaar minder sportspecifiek wil uitdagen. Kinderen leren nu nog veel te vaak eenzijdig bewegen bij hun sportclub waardoor hun motorische ontwikkeling ver achterblijft. Het BMO-project stimuleert het algemene bewegingsgedrag. In Bilthoven gebeurt dat door de groep drie- tot zesjarigen los te laten in de Volleybal Speeltuin, het voorstadium van het ‘Cool Moves Volley’ waar de jeugd tot negen jaar op speelse wijze kennis maakt met aspecten van volleybal.

Gezwaaid, gedanst en gestoeid

“De kinderen motiveren is een kwestie van iedere week nieuwe uitdagingen bedenken”, zegt Melinde Maarseveen, verantwoordelijk voor het programma dat de jongste jeugd wordt aangeboden. Ze ziet er op toe hoe er wordt geklommen, geklauterd, gezwaaid, gedanst en gestoeid. Als er bal in de buurt is, gaat het er vooral om deze te vangen. “Gooien is op deze leeftijd nog moeilijk. We laten ze ook tegen een bal slaan, al is dat natuurlijk nog lang geen volleybal te noemen. Maar daarmee is de beweging in ieder geval bekend bij de kinderen.”

Onder Pleiziers leiding zijn de oefeningen aan de andere kant van de sporthal al meer op volleybal gericht. Het voetenwerk wordt getraind door de kinderen van hoepel naar hoepel te laten springen. Voor oog-hand-coördinatie moet de bal door een korfbalmand of de ring van de basket worden gegooid. Pleizier moedigt kinderen aan tegen een mat te smashen en daagt ze uit om diezelfde bal daarna via de grond tegen het plafond te slaan. “De kracht is de differentiatie per oefening. Dit is voor alle niveaus. Het onbevangene staat voorop.”

Dit soort initiatieven in het volleybal is lovenswaardig, maar een garantie voor een gezond vervolg in de tienerjaren is het allerminst. Dat is althans de mening van Piet van Loon, mede-oprichter van Houding Netwerk Nederland. Kinderen bewegen veel te weinig en leren zodoende geen gezonde houding en veilige looppatronen aan, is zijn stellige mening. Met alle gevolgen van dien, zegt hij. “Onderontwikkelde motoriek, slechte balans, minder leervermogen met schooluitval als resultaat, ontwikkelingsstoornissen en verminderde mentale weerbaarheid. De situatie in Nederland is ronduit bedroevend. Alleen in de Verenigde Staten is het slechter gesteld.”

Jeugdleden van de Bilthovense volleybalvereniging Irene in training, in de Volleybalspeeltuin. Beeld Jörgen Caris
Jeugdleden van de Bilthovense volleybalvereniging Irene in training, in de Volleybalspeeltuin.Beeld Jörgen Caris

De orthopeed uit Oosterbeek hoeft er zomaar wat onderzoekscijfers bij te halen om zijn gelijk te staven. Van de jeugd kan tegenwoordig bijvoorbeeld slechts 41 procent de vloer halen bij de zogenaamde Finger Floor Test, waarbij met gestrekte benen de grond moet worden aangeraakt. Onder voetballertjes bedraagt dat aantal zelfs tien procent. In de jaren vijftig van de vorige eeuw bedroeg het totale percentage nog 90. Meer dan de helft van de kinderen, 53 procent, speelt nu vaker binnenshuis dan buiten.

80 Procent van alle 14- tot 18-jarigen heeft mede daardoor een hamstringverkorting aan tenminste één been, 79 procent van de jeugd in die leeftijdscategorie kampt met hetzelfde euvel aan de achillespees. 57 procent van die categorie voldoet niet aan de beweegrichtlijn van zestig minuten per dag matige lichamelijke activiteit. Veertig procent van alle 18-jarigen kampt als gevolg van te weinig fysieke activiteiten met afwijkingen in de rug die voorheen alleen aan het einde van de tweede levensfase werden gezien. Van Loon: “Dat noem ik de gameboyrug.”

Onvoldoende op hun buik in de box

“Dit zijn desastreuze cijfers, waar in de prilste jeugd één probleem aan ten grondslag ligt. Onze kennis over hoe om te gaan met baby’s is totaal veranderd. Kinderen worden tegenwoordig onvoldoende op hun buik in de box gelegd, als die er al is. Doordat ze in die houding grote moeite moeten doen om vanuit de rug het relatief veel te zware hoofd rechtop te houden, werken ze onbewust aan een sterke rug.”

Het gaat vanuit de wieg, aldus Van Loon, vervolgens van kwaad tot erger. Mede door falend overheidsbeleid op het gebied van houding en bewegen. “De eerste wet die de Duitse bezetters tijdens de Tweede Wereldoorlog invoerden, was de wet op het bewegingsonderwijs voor ieder kind op alle scholen. Dat zat al 150 jaar in hun systeem. Daar is niet veel meer van over. Jongeren lijken alleen nog maar geïnteresseerd in computers en smartphones. En niemand die hen erop wijst welke schade dat kan berokkenen. In de leeftijd van 12 tot 20 jaar zitten Nederlanders gemiddeld 10,4 uur per dag. Daarmee zijn ze Europees kampioen. Ik ken kinderen die zelfs eelt op hun rug hebben van het zitten. Er moet van regeringswege hoognodig aandacht worden besteed aan het compenseren en wegwerken van alle schade aan houdingsontwikkeling en loop- en beweegpatronen bij het groeiende kind.”

Het probleem concentreert zich volgens Van Loon vooral op de middenrug, tussen de tiende borstwervel en de tweede lendenwervel. “Die moet weer terug in de holle stand, zoals die zich in de eerste twee jaren al had moeten ontwikkelen.” Hij hoeft maar naar sport op de televisie te kijken om het belang van een goede ontwikkeling van dat kwetsbare deel van de rug te zien.

Lage middenrug

In de atletiek, bijvoorbeeld. “Ik snap heel goed dat Dafne Schippers op de 100 meter moeite heeft met de eerste fase na de start”, zegt Van Loon. “Ze heeft een groot, lang lijf en moet in de eerste meters haar lage middenrug oprichten. Door heel gericht te werken aan haar houding en de bron van de stijfheid als eerste aan te pakken, kan ze dat ondervangen. Dat gebeurt mijns inziens bij sporters sowieso onvoldoende. Veel concurrenten doen dat van jongs af aan gemakkelijker omdat ze dit onbewust hebben aangeleerd en genieten dus een voorsprong. Ik heb nooit een MRI-scan van haar gezien, maar kan me voorstellen dat daar de kern van het opbouwprobleem te zien is.”

Hetzelfde geldt in feite voor Arjen Robben, het verloren kind van FC Groningen dat zijn hele carrière wordt achtervolgd door rug- en spierkwetsuren. “Robben is een fantastische voetballer, maar met zijn bolle stijve bovenrug heeft hij wel de langste blessurelijst van het Europese voetbal opgebouwd. Zijn houding is verkeerd. Robben zakt door zijn heupen en knieën, om toch snelheid en wendbaarheid te krijgen. Zijn onderrug en hamstrings moeten de hele dag door veel compenseren. Met blessures tot gevolg.”

Veel problemen, meent Van Loon, kunnen eenvoudigweg worden voorkomen. Door de jeugd weer massaal buiten te laten spelen. “Vrij spel bevordert de ontwikkeling van de rugspieren, de houding, de lenigheid en het looppatroon. Het is bovendien goed voor de ontwikkeling van de ogen. Het oprukkende probleem van bijziendheid onder jongeren als gevolg van het turen op beeldschermen kan daarmee in één klap worden aangepakt.” Stuur de jeugd dus weer naar buiten, is zijn oproep. “Vrij spel is een zegen voor het lichaam. We moeten weer terug naar de natuur. Niet voor niets is er geen dier te vinden dat matig beweegt of slecht ziet.”

Lees ook:

Sportbonden in actie tegen motorische armoede bij kinderen

Vier grote Nederlandse sportbonden hebben de krachten gebundeld om de motorische ontwikkeling onder jeugdleden tot twaalf jaar te stimuleren en verbeteren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden