InterviewVolleybal

Joop Alberda is voor altijd gelinkt aan dat ene beeld uit Atlanta. ‘Ik ben er wel trots op’

Joop Alberda bij het water De Wijde Blick achter zijn huis in Kortenhoef. Beeld Bram Petraeus
Joop Alberda bij het water De Wijde Blick achter zijn huis in Kortenhoef.Beeld Bram Petraeus

Na een rumoerig leven in de sport, gaat Joop Alberda op zoek naar stilte en rust. ‘Ik ben altijd obsessief bezig geweest. Het is nooit klaar en het moet altijd beter.’

Fred Buddenberg

Bijna verlangend denkt Joop Alberda terug aan het moment dat hij voor het eerst echt de stilte omarmde. Het was in 2010, op een vlot in Alaska met vriend en oud-volleybalcoach Geert Trompetter. Drie weken varen, met elke dag zalm en chardonnay op het menu, in de absolute stilte van het prachtige Noord-Amerikaanse landschap.

Elf jaar later gaat Alberda weer op zoek naar die stilte en rust. Hij denkt, zegt hij in zijn huis in Kortenhoef, dat hij weer moet leren om in stilte te leven, na een leven in de rumoerige omgeving van de sport. In alle rust een boek lezen bijvoorbeeld, zonder onderbrekingen. “Ik heb na twee dagen geen idee wat ik heb gelezen”, zegt hij. Lachend: “En dat ligt niet aan de ouderdom, en ook niet aan de schrijver van het boek.”

Laatste piketpaaltje

Na een wonderlijke reis door het Nederlandse sportlandschap heeft Alberda zijn laatste piketpaaltje geslagen. Er zijn altijd redenen om door te gaan, weet hij, maar hij kwam er de afgelopen tijd achter dat er ook voldoende redenen zijn om te stoppen. Meer aandacht besteden aan familie, maar ook het verlies van een aantal mensen om hem heen deed de 70-jarige Fries beseffen dat alles eindig is.

“Je leeft met een concept van oneindigheid”, zegt Alberda, zittend aan de keukentafel en roerend in zijn cappuccino. “Maar vroeger of later komt er een zandloper op je nachtkastje dat zegt van: grote vriend, ook jou gaat iets gebeuren. Of ik daar bang voor ben? Nee, helemaal niet. We leven allemaal in een oneindig continuüm, totdat het tegendeel medegedeeld wordt.”

Zaterdagavond, op zijn een na laatste dag als technisch directeur van de volleybalbond, zat Alberda in Apeldoorn op de tribune bij de wedstrijd tussen Dynamo en Lycurgus. Vanaf vandaag, 1 november, is hij een vrij man. Wat dat voor een dag wordt? “’s Ochtens komt er iemand op de koffie en ’s middags komt een vriend die hier achter woont een glas wijn drinken.”

Het WK Volleybal voor vrouwen dat in 2022 in Nederland wordt gehouden, was voor Alberda geen reden om nog een jaar door te gaan. Want er is altijd wel weer iets. “Ik loop nu nog voorop in de organisatie en ik wil er niet als een meubelstuk in een kar achteraan hangen. Ik vind dat nieuwe generaties op hun eigen wijze, maar ook eigenwijs, het recht hebben die plek te veroveren. Ik ben nu al twintig, dertig keer door een bepaalde hoepel gesprongen.”

“Het is mijn natuurlijke attitude om mij vast te bijten in een concept en daar obsessief mee bezig te zijn. Het is nooit af, het is nooit klaar en het moet altijd beter. De combinatie ambitie, perfectionisme en verantwoordelijkheid is voor mij nooit een tijdelijke bezigheid. Als ik opsta, gaat de computer open en hij gaat pas weer dicht als ik naar bed ga.”

Olympisch goud

Alberda neemt op deze zonnige donderdagmiddag geduldig de tijd om te poseren voor de fotograaf, aan de achterkant van zijn huis in Kortenhoef met prachtig uitzicht op het water van De Wijde Blick. De houten tafel en de drie stoelen op het einde van de steiger noemt hij zijn ‘mijmerplek’. Mijmeren zal hij de komende tijd wellicht over een eventuele terugkeer naar Friesland, naar zijn kinderen, zijn in Sneek wonende en werkende vriendin en naar zijn boot in Hindeloopen.

Uiteraard komt het gesprek met Alberda op een gegeven moment uit op 4 augustus 1996, de dag dat hij in Atlanta als bondscoach de Nederlandse volleyballers in de finale tegen Italië naar olympisch goud leidde. De dag die hij omschrijft als zijn ‘wedergeboorte’ en die zijn leven in een klap veranderde. “Het mooiste wat mij daardoor is overkomen, is dat ik verticaal door de samenleving mag. Ik zit niet alleen in een sportomgeving, maar ik ben overal min of meer welkom. Van de koning tot de Shell-pomphouder, tot de werkloze op straat. En dat is wel een bijzonder voorrecht.”

Hij herinnert zich de twijfels over zijn competentie als bondscoach. Nooit international geweest, kleiner dan twee meter en net goed genoeg voor de eredivisie. Het zal dus wel niks worden. Het had ook anders kunnen lopen, realiseert Alberda zich. “Als Giani in de finale die bal anders had geslagen, waren we tweede geworden. Weer tweede, na de spelen van Barcelona. Dan hadden ze mij op het vliegtuig naar Eelde gezet en gedeporteerd naar Friesland. En had niemand ooit nog van me gehoord.”

Maar na het historische goud was de naam van Alberda gevestigd. Al flitste het wel onmiddellijk door zijn hoofd dat hij als relatief jonge coach, hij was destijds 45, de overtreffende trap van succes had bereikt. Mooier kon het nooit meer worden. “Ik stond met mijn vuisten omhoog, zag de feestende spelers en ik dacht meteen: wat nu? Ik had geen doel meer, terwijl ik mijn hele leven met doelen had gewerkt.”

‘Overal dingen verstoord’

Aan het eind van 1996 trad Alberda als technisch directeur in dienst bij sportkoepel NOC-NSF, waar hij in januari 2005 vertrok. Daarna ging hij aan de slag bij de volleybalbond, de wielerploeg Cervélo, de roeibond, de atletiekbond, de zwembond en de laatste drie jaar weer bij ‘zijn’ volleybalbond. “Of mensen moeite hadden om met mij samen te werken? Daar hoef ik niet moeilijk over te doen. Het verleggen van normen is voor sommigen heel lastig geweest. Vernieuwing, verandering is voor de meeste mensen crisis. Ik heb overal dingen verstoord en dat mensen dat niet altijd comfortabel vonden, dat geloof ik heel graag.”

Alberda verloor ook nooit het maatschappelijk belang van sport uit het oog. Hij was de initiatiefnemer van het pamflet Bewegen als het nieuwe normaal. Als oud-gymnastiekleraar vond hij dat het hoog tijd werd om de beweegarmoede in Nederland aan de kaak te stellen en aan te pakken. “Corona heeft laten zien welke impact sport heeft. Dat hoeft sport nooit meer te bewijzen. Ik heb er vertrouwen in dat er meer geld gaat komen voor de professionalisering voor de breedtesport. We hebben 24.000 verenigingen, die verbinden mensen en zorgen voor een vitalere samenleving.”

Zonder concrete plannen begint Alberda aan het leven na de sport. En hij weet ook nog niet welke gevoelens overheersen als hij straks, wellicht op zijn ‘mijmerplek’ aan het water, terugkijkt op het leven vóór de sport. “Mijn kinderen zeggen dat ik veel te bescheiden ben, maar mijn pake zei altijd: hou van mensen en vergeet niet waar je vandaan komt. Ik ben er wel trots op dat wij het sportmoment van de eeuw zijn geworden.” Het moment waar hij altijd aan gelinkt zal worden. “Als ik overlijd, kom ik nog een keer op tv met dat ene beeld uit Atlanta.”

Lees ook: ‘Nederland helpt het volleybal vernieuwen’

Voor het eerst komt er in Nederland een WK zaalvolleybal. In de strijd om de organisatie werd China afgetroefd. Met dank aan de Hollandse koopmansgeest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden