Atletiek

Jong atletiektalent van eigen bodem breekt mondiaal door

Femke Bol in actie in haar winnende race in Rome op de 400 meter horden, op 17 september.Beeld AP

Femke Bol en Lieke Klaver beleefden dit atletiekseizoen hun internationale doorbraak. Waarom bracht juist de 400 meter – hun afstand - Nederlands succes?

Met de Diamond League-wedstrijd van gisteravond in Doha zit het baanseizoen van de atletiek erop. Wat opvalt zijn de bijzondere prestaties van Femke Bol en Lieke Klaver, twee jonge Nederlandse atletes die beiden getraind worden door Laurent Meuwly en beiden uitkomen op de lastige afstand van 400 meter, met of zonder horden.

Bol (20) schreef als debutant twee Diamond League-races op haar naam: ze was in augustus in Stockholm de beste op de 400 meter horden en vorige week weer in Rome. Klaver (22), ook dit seizoen voor het eerst actief op dat prestigieuze internationale podium, won eenmaal: de 400 meter in de Italiaanse hoofdstad. Daar zegevierde ook Nadine Visser op de 100 meter horden.

Natuurlijk moet gezegd worden dat veel niet-Europeanen dit jaar ontbraken vanwege corona. Toch zeggen de overwinningen, gelet op de gelopen tijden, veel over de groeiende breedte aan de Nederlandse top. Tot deze zomer zegevierden er slechts drie landgenoten in de Diamond League: Sifan Hassan (dertien zeges), Dafne Schippers (elf) en Churandy Martina (twee).

‘Wat Femke heeft laten zien, is heel bijzonder op haar leeftijd.’

Het is geen toeval dat er nu twee Nederlanders mondiaal uitblinken op de 400 meter. Vooral de opmars van Bol is spectaculair, maar ook Klaver heeft de voorbije weken getoond het vak van topatleet aan te kunnen. “Dat is wat anders dan één keer hard lopen”, verklaart Ad Roskam, technisch directeur van de atletiekunie (KNAU). “Je moet leren winnen in een internationaal veld, je moet het leren om de zekerheid daarvoor te hebben. Met name wat Femke heeft laten zien, is heel bijzonder op haar leeftijd.”

Lieke Klaver op weg naar de overwinning op de 400 meter in Rome, op 17 september.Beeld EPA

Anderhalf jaar geleden werd Laurent Meuwly aangesteld als bondscoach, vanwege zijn expertise op de 400 meter. Sindsdien heeft de Zwitser naar eigen zeggen geprobeerd een cultuurverandering op Papendal te bewerkstelligen. “Soms zijn we te defensief en denken we ‘over vijf jaar haal ik pas het hoogste niveau’. Ik denk anders. Ik probeer de atleten te laten inzien wat ze nu al kunnen bereiken.”

Daarvoor is hard werken nodig. Zeker op de 400 meter loont dat, stelt Meuwly. “Het interessante aan die afstand is dat genetisch talent minder bepalend is dan op de kortere sprintnummers. Bij de 400, zeker de horden, komt meer techniek en tactiek kijken. Hard werken is van grotere invloed op uiteindelijk succes.”

Roskam noemt de 400 een ingewikkelde afstand. “Wij noemen de 400 meter de lange sprint en die zit op het overgangsgebied van anaeroob en aeroob. Het hangt precies tussen de korte sprintnummers en de middellange afstanden in. Een 100 meter kun je bij wijze van spreken zonder zuurstof lopen; de atleten hijgen pas na de finish. Bij de 400 moeten beide energiesystemen werken. Dat maakt die afstand ingewikkeld. Je blaast je lichaam op met lactaat, wat heel erg pijn doet.”

Groepsdynamiek als aanjager van succes

Meuwly ‘woont in die 400’ – bij uitstek een race die op verschillende manieren te lopen is. Klaver met haar sprintachtergrond opent vaak snel, Bol juist langzamer. Volgens Roskam is het daarom extra belangrijk om de begeleiding van de atleten persoonlijk in te vullen. “Bij een atleet op topniveau gelden de trainingswetten niet meer. Ieder lijf is anders, fysiologisch ook. Wie heeft explosieve vezels en wie niet? Laurent let heel goed op de persoonlijke details.”

Tegelijk noemt Meuwly zelf de groepsdynamiek een belangrijke aanjager van succes. Samen trainen, elkaar inspireren en uitdagen. Dat is ook de reden waarom hij een ervaren atlete uit Zwitserland heeft meegenomen naar Nederland, een oud-Europees kampioene op de 400 meter horden. “Femke en Lieke kunnen zo op dagelijkse basis van haar leren. Allebei zijn ze nu op een punt beland dat ze zich kunnen richten op de grote mondiale finales, van een wereldkam­pioenschap of de Spelen.”

Belangrijkste les van dit korte seizoen is volgens Roskam dat de jonge atletes de coronape­riode goed zijn doorgekomen. Door de lockdown kon er wekenlang niet op Papendal getraind worden, en zochten de pupillen van Meuwly de bossen op. “In zo’n seizoen zulke enorme stappen zetten als Femke en in haar kielzog Lieke, dat zie je internationaal heel weinig gebeuren. Dat betekent dat je inhaalt op de mondiale top. En dat biedt perspectief voor het komende olympische seizoen.”

Lees ook:

Femke Bol heeft de horden in haar hart gesloten

Femke Bol (20) verpulverde zaterdag op Papendal tijdens een testwedstrijd het Nederlands record op de 400 meter horden dat al 22 jaar op naam stond van Ester Goossens. Het supertalent lijkt gemaakt voor het veeleisende onderdeel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden