InterviewJeroen van der Lely

Jeroen van der Lely (24) was profvoetballer, maar is nu student. ‘Ga ik tien jaar opofferen om daarna pas te genieten van mijn leven?’

Ex-profvoetballer Jeroen van der Lely, nu student literatuurwetenschap.Beeld Jörgen Caris

2020 was een veelbewogen sportjaar. Trouw blikt in een serie terug. Vandaag Jeroen van der Lely die op zijn 23ste stopte als profvoetballer om voor een leven als student literatuurwetenschap te kiezen.

Jeroen van der Lely is net terug van een hoorcollege over vroegmoderne poëzie. Op de eettafel in zijn nette studentenstudiootje in Utrecht liggen boeken met namen als ‘Literair mechaniek: een inleiding tot de analyse van verhalen en gedichten’ en ‘European Literary History, an introduction’. Een doorsnee 24-jarige ­student literatuurwetenschap, zou je denken, maar Van der Lely is dat allerminst: tot vorig jaar was hij ­profvoetballer bij FC Twente en het Deense Vendsyssel FF.

“In mijn laatste seizoen bij FC Twente belandde ik op de tribune. Dat was nieuw voor mij. We waren gedegradeerd. In de eredivisie zat ik tenminste altijd nog bij de selectie. Het voelde alsof ik geld verdiende puur door aanwezig te zijn, ik hoefde alleen de wedstrijd te kijken. En dat vond ik best leuk hoor, maar ik miste de vooruitgang in mijn leven, dat ik ergens naartoe werkte.

“Ik merkte ook dat het me niet zoveel boeide, op de tribune zitten. Weer basisspeler worden of een mooie transfer maken, ik voelde die ambitie niet meer zo. En ik vond het ook wel fijn dat ik geen stress meer voelde. We moesten dat seizoen promoveren, maar de druk lag niet meer bij mij. Toen dacht ik: als je er zo over denkt, dan is het profvoetbal misschien niet het juiste beroep voor je.”

Op de tribune dwaalden zijn gedachten vaak af van het spel naar de boeken die hij las in zijn vrije tijd. ‘De waarheid over de zaak Harry Quebert’ van Joël Dicker bijvoorbeeld. Of ‘The Tao of Pooh’, het taoïsme uitgelegd aan de hand van de wijsheden van Winnie de Pooh. Van der Lely besloot dan ook begin dit jaar op 23-jarige leeftijd te stoppen met voetballen en te kiezen voor een studie literatuurwetenschap aan de Universiteit Utrecht.

Nul vertrouwen

Net als alle andere voetbalpupillen droomde Van der Lely profvoetballer te worden. Vanaf zijn twaalfde maakte hij deel uit van de jeugdopleiding van FC Twente, in 2014 werd hij zelfs uitgeroepen tot grootste talent van de club. Als rechtsback voetbalde hij zich in de basis, en speelde verdienstelijk meer dan vijftig duels voor de Tukkers.

Maar toen volgde het seizoen 2017-2018, onder leiding van Gertjan Verbeek. Na dat jaar zou FC Twente voor het eerst sinds 1984 uit de eredivisie degraderen. “Verbeek zag het niet in mij zitten, maar hij moest me wel opstellen, omdat de andere rechtsback geblesseerd raakte. Hij probeerde soms zelfs een rechtsbuiten uit op mijn plek. Ik merkte aan alles: hij wil gewoon echt graag zonder mij spelen, maar dat kon niet omdat ik de enige echte rechtsback was.

“Ik ging het veld in met nul vertrouwen. En speelde voor mijn gevoel ook superslecht. Ik voelde me er persoonlijk verantwoordelijk voor dat het slecht ging met het team. Ik kreeg veel gezeik van supporters; dat ik slecht speelde, dat we een andere rechtsback nodig hadden. Dat trok ik me erg aan. Door al die negativiteit had ik er geen zin meer in.”

Zelfs op de training was hij gestrest, bang om fouten te maken. “Ik dacht: ik ben ben blij als het er straks op zit, en ik niet negatief ben opgevallen. Bij partijtjes … ja, soms verlies je dan, maar ik wilde nooit de schuldige zijn, dat we door mij verloren. Dan ga je alles op zeker spelen, nul risico nemen. En dan staat je ontwikkeling natuurlijk totaal stil. Sport, of eigenlijk het hele leven, begint bij geloof in jezelf. En het was niet dat ik niet in mezelf geloofde, maar ik vond oprecht dat ik niet goed was.” Hij lacht. “Als ik trainer was, dan had ik mezelf ook nooit opgesteld.”

100 euro aan boeken

Het verhaal van Jeroen van der Lely staat niet op zichzelf. Faalangst, onzekerheid en depressiviteit; voetballers durven zich er steeds vaker openhartig over te uiten. Pasgeleden vertelde Gregory van der Wiel in een open brief over paniekaanvallen, angstgevoelens. 

Van der Lely heeft het gelezen, maar reageert verbaasd als hij hoort dat ook Ricardo Kishna en Género Zeefuik recent hebben verteld over paniekaanvallen en angsten. Van der Lely prijst die openhartigheid, maar het zou goed zijn als de psyche van spelers beter in de gaten wordt gehouden, denkt hij. “Ik weet zeker dat spelers beter presteren als ze goed in hun vel zitten. Het is belangrijk om echt naar de mens achter de voetballer te kijken. Als ik trainer zou zijn, zou ik wat opener communiceren. Vaker vragen: hé, gaat het eigenlijk wel lekker?”

Ja, hij heeft ook weleens gepraat met een mental coach op de club. “Maar het is vaak zo dat je het niet opzoekt als je behoefte hebt om te praten. Je ontkent het. Het voelde ook als zwakte tonen. Nee, dat wilde ik niet, zo wilde ik niet overkomen. Voetbal is wel een teamsport, maar eigenlijk sta je er alleen voor. Je moet jezelf zien te redden.

“Van der Wiel zei dat hij zijn emoties voor een groot deel had weggedrukt. Zelf heb ik wel altijd goed naar mijn emoties geluisterd. In 2015 ben ik ook kort gestopt. Ik voelde een soort leegte naast het voetbal. Ik wilde toen al kijken naar een studie, maar ik miste het voetbal te erg en keerde weer terug. Ondertussen heb ik altijd getwijfeld of dit wel het leven voor mij was, voetballen tot over je dertigste.”

Hij verdiende goed geld bij FC Twente. Toegegeven, het was dan ook een belangrijke reden dat hij het niet al eerder voor gezien hield als profvoetballer. In zijn op een na laatste seizoen in Enschede beurde hij zo’n anderhalve ton, schat hij. “Ik weet het eigenlijk niet eens echt meer, best wel erg, hè? Maar dat geld lag gewoon voor mij klaar. Het was zonde om ermee te stoppen. En ik ga nooit meer zo veel verdienen. Met mijn studie ga je niet de zakenwereld in, haha. Maar ik dacht ook: ga ik de komende tien jaar van mijn leven opofferen om daarna pas te genieten van mijn leven? Voor dat geld. Dat klopte niet in mijn hoofd. Ik heb makkelijk praten trouwens, ik heb het altijd goed gehad thuis. Geld speelde nooit echt een rol.

“Als voetballer hield ik er ook geen dure levensstijl op na. Ik interesseerde me niet zo voor dure kleding, zoals veel teamgenoten. Ik ging weleens duur uit eten, maar dat was een keer in de twee maanden.” Hij lacht. “Ik kocht voornamelijk boeken. En zelfs dat vond ik een beetje te gek worden. Ik mocht van mezelf niet meer dan 100 euro per maand aan boeken uitgeven.”

Machowereldje

In de zomer van 2019 liet hij zijn contract ontbinden bij FC Twente. Met frisse moed vertrok hij naar ­Denemarken, naar Vendsyssel FF. Maar ook daar wilde het nooit echt vlotten. Na drie maanden leverde hij zijn contract weer in.

Vlak voor de winterstop moesten ze nog een conditietest afleggen. “En echt tot je niet meer kan hè, totaal stukgaan. Samen met de keeper was ik de eerste die moest stoppen. Ik kon er wel om lachen hoor, maar ik dacht ook: shit, ik moet echt wat anders gaan doen.”

Hoe hij terugkijkt op zijn carrière? “Ja … verdrietig klinkt meteen zo heftig, maar ik denk dat ik er veel meer uit had kunnen halen. We deden het goed in 2017, we werden zevende, en ik zat ook in een goede flow. Maar het heeft zo moeten lopen. Ik denk dat ik nooit genoeg voldoening uit het voetbal zou halen. Het is fysiek uitdagend, mentaal ook. Maar je brein daag je totaal niet uit. Daar zocht ik naar in mijn vrije tijd door veel te lezen.”

‘Het gezeik’ eromheen, het opgepompte machowereldje van het profvoetbal, dat gaat hij niet missen. “Het is maar voetbal, een spelletje, dacht ik vaak. Ik kon soms niet helemaal bevatten dat het zo groot wordt gemaakt. Maar, dacht ik dan tegelijkertijd, waarom kan ik de stress dan niet van me af laten glijden?

“Wat ik ook niet mis, is dat mensen je voor je gevoel in de gaten houden. Ik woonde in Enschede in het centrum. Iedere keer als ik de deur uitging, boodschappen doen, dacht ik: mensen kijken naar me. En vooral als het slecht ging met de club voelde het alsof iedereen me veroordeelde. Dat anonieme van nu vind ik heel fijn, ik leid mijn eigen leven, niemand maakt het uit wat ik doe. Dat geeft een heel vrij gevoel.”

Lees ook: 

Sportpsycholoog: ‘Coaches creëren angstcultuur voor voetballers’

Oud-international Gregory van der Wiel (32) schreef een open brief, waarin hij vertelt over zijn paniekaanvallen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden