null Beeld

ColumnMarijn de Vries

Jasper Stuyven is de allerbeste bonbon uit de doos

Het leven is net een doos bonbons. Je weet nooit wat er binnen in de chocolade zit. Tenzij je de grootste pakt. Daar weet mijn vader alles van.

Hij was een jaar of zes en een enorme snoeperd, toen mijn oma truffels voor hem maakte. Het was Sinterklaas. Een hele doos vol kreeg hij, voor hem alleen. De grootste mocht hij meteen opeten. Gulzig viel mijn vader aan, hij deed de reuzentruffel in één keer in zijn mond. Sloot zijn lippen en zijn tong erom. Beet er gelukzalig in, heel zachtjes, en ... zeep.

Lachen dat we moesten, als mijn vader er weer eens over vertelde. Maar de les was duidelijk: wees niet te gulzig. Pak niet de grootste. Of, zoals mijn oma zeggen zou: Wie ’t kleine niet eert, is ’t greute niet weerd.

Maar hoe weet je of je de juiste bonbon pakt? Hoe weet je of er van die heerlijke praliné in zit, of juist advocaat, waar je niet zo van houdt? Ik wil het altijd nog eens aan Jasper Stuyven vragen. Hij heeft een chocoladewinkel in het Vlaamse dorpje Betekom, samen met zijn oom. Naar verluidt maken ze zalige bonbons. Zou je aan hun chocolaatjes aan de buitenkant kunnen bespeuren wat ze van binnen te bieden hebben?

Stevig en onwrikbaar

Als de bonbons net als Jasper zijn, dan heb ik wel een vermoeden. Dan zien ze er van buiten altijd overheerlijk uit. En stevig. Met een flinke laag donkere chocola. Of een dikke laag knapperig wit. In ieder geval een laag waar je flink je tanden in moet zetten voor-ie breekt.

Want als je kijkt, op welk moment in de koers ook, dan zit Jasper daar: stevig en onwrikbaar. Op de juiste positie om te kunnen reageren als er iets gebeurt. Vooral tijdens de voorjaarsklassiekers meestal goed voorin. Kan ook niet anders. Voor je het weet wordt er gevallen, aangevallen, wordt het smal of gaat het omhoog.

Maar als het kan, zoals zaterdag van Milaan naar Sanremo, zit hij op zijn gemak. Die eerste uren hoef je alleen maar overeind te blijven. Te sparen, en te sparen. Zo veel mogelijk energie voor het laatst. Saai is het vaak. Tot je aan zee komt. Dan valt er wat te kijken.

In de finale, op de Cipressa, komen er kleine barstjes in Jaspers pantser. En dan proef je al een heel beetje hoe het zit. Is het zoet? Bitter? Of zuur, wat er naar buiten lekt? Zaterdag smaakt het lekker, als de top van de Poggio eenmaal is gerond. Nog 3 kilometer te gaan. Met Jaspers demarrage breekt er een stuk heerlijk praliné naar buiten. Wordt het verschalkt door de achtervolgers, eerst door Soren Kragh Andersen en dan door de rest? Het lijkt erop.

We roepen, de tv lijkt het te horen. Rijen Jappe, rijen! Nog 200, 150 meter. Jasper ploft volledig open. Benen op apegapen. Tandenknarsend in een grimas op elkaar. Hij kan niet eens meer op de pedalen staan. Hij is de beste bonbon uit de doos. Met Mathieu van der Poel, Wout van Aert of Julian Alaphilippe had je vandaag zeep in de mond. Het is en blijft heel moeilijk kiezen. Maar niet voor de allergrootste gaan, is soms zeer de moeite waard.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden