Column Henk Hoijtink

Is Mark van Bommel wel een geboren trainer?

Mijn eerste gedachte toen Mark van Bommel trainer werd? Hoe zal hij met spelers omgaan? Zal dat uiteindelijk niet zijn achilleshiel zijn?

Van Bommel passeerde doelman Jeroen Zoet, die te veel fouten had gemaakt. Dat ging vreemd. In Tilburg, waar PSV tegen Willem II moest spelen, deed Zoet nog mee aan de warming-up voor de nieuwe eerste doelman. Daarna liep hij met zijn ziel onder de arm door het stadion, later dook hij weg in de spelersbus.

Hij was ineens derde doelman. Van Bommel legde het omstandig uit. Met Zoet op de bank zouden de camera’s maar op hem gericht zijn. Alles was zo doordacht, wilde hij laten blijken.

Een dag later kreeg Zoet excuses van de trainersstaf. Communicatiefoutje. Van Bommel had Zoet gezegd dat hij niet zou spelen. Keeperstrainer Ruud Hesp zou hem daarna zeggen dat hij in Tilburg derde doelman zou zijn. Dat was niet gebeurd.

Warrig allemaal.

Mark van Bommel was een geboren trainer, heette het. Dat was voor een groot deel geen onlogische gedachte. Als speler had hij altijd diep nagedacht over voetbal, het niet natuurlijke talent dat begreep dat hij dat moest doen, en dat dat wilde.

Direct, eerlijk en duidelijk

Van interviews maakte hij graag twistgesprekken. Hij stelde wedervragen, liet stiltes vallen, deelde prikjes uit. Ik vond het altijd wel leuk, hij ook. Zo wilde hij zijn tegenover journalisten: uitdagend, ongrijpbaar. Althans, zo ongrijpbaar vond ik hem niet, maar hij hield zichzelf graag voor dat hij het (voor ons) was.

In de wedervragen, de prikjes, kon een lading zitten, vilein soms, omfloerst vaak. Populair was hij niet, maar een probleem kon dat niet zijn. Als hij als speler zijn positie zo wilde bewaken, als hij zich zo wilde neerzetten: zijn keuze. Trainer, dat zou een ander verhaal zijn, dacht ik al vaker.

Wim Kieft sprak onlangs in ‘Veronica Inside’ met respect over Dick Advocaat. Hij was altijd ­direct, eerlijk en duidelijk, zei Kieft. Je kunt veel van Advocaat zeggen, steeds meer naarmate hij zijn loopbaan met de ene uitzendklus na de andere verlengt, maar dát geloof je.

Al zijn spelers zeiden het ook over Louis van Gaal: direct, eerlijk en duidelijk. (Totdat Van Bommel, ja hij, met hem botste. Van Gaals duidelijkheid dat hij, dertiger, bij Bayern München minder werd, kwam hem niet uit.)

Een gevalletje om op te slaan

Vorig seizoen vroeg ik me al weleens af of Van Bommel de geboren trainer is waarvoor hij wordt gehouden. Vóór hem had Phillip Cocu, die met een magere ploeg kampioen werd, de zwakte weten te compenseren door spelers hun geringe krachten te laten bundelen en ze dicht bij elkaar te laten spelen. Van Bommel wilde andere, aanvallender accenten leggen. Een beginnersfout, met vooral een (nu nog) even mager middenveld: de trainer die zich wel even zal laten gelden, zal laten zien dat (hij) het anders kan.

Dat is een fundamenteel verschil: de trainer die kijkt naar zijn spelers en stilzwijgend kneedt aan iets waarin zij zich het best kunnen voelen, en de trainer die zich door geldingsdrang laat leiden en daarmee in de kern zichzelf centraal stelt.

Direct, eerlijk en duidelijk – het klinkt simpel, maar het is o zo moeilijk om dat in een groep voor iedereen te zijn, een groep die je moet domineren, maar die je óók moet dienen, die je vaak genoeg juist domineert door te dienen. Het is een delicaat evenwicht, voor spelletjes is geen ruimte.

Waarom zei Van Bommel Zoet niet zelf direct, eerlijk en duidelijk dat hij derde doelman zou zijn? Ik zeg nog niet dat hij geen geboren trainer is. Maar een gevalletje om op te slaan is het wel.

Chef sport Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden