Stefanie van der Gragt kopt richting het doel tijdens het WK in 2015.

Hersenschade

Is koppen schadelijk? Artsen van de hersenschuddingpoli zien (nog) geen bewijs

Stefanie van der Gragt kopt richting het doel tijdens het WK in 2015.Beeld ANP

In een speciale polikliniek in Zeist worden sporters met hersenschuddingen behandeld. Daar onderzoeken artsen op basis van 116 voetbalwedstrijden of koppen daadwerkelijk kan leiden tot hersenschade. Volgens de specialisten is dat nog niet bewezen.

Matthijs van Dam

Ogen dicht en als een flamingo op één been balanceren. De patiënt van stagiair-neuropsycholoog Miriam Warmerdam wankelt meermaals. Hij is herstellende van een zware hersenschudding na een recent ski-ongeluk. De twintig minuten na de crash is hij kwijt. Als het blauwe platform waarop hij staat ook nog begint te bewegen, grijpt hij naar de armleuningen.

De ‘polikliniek voor sportgerelateerde hersenschuddingen’ op de KNVB Campus in Zeist behandelt jaarlijks meer dan honderd sporters die trager dan normaal herstellen van een hersenschudding. Iedere sporter – van jong tot oud, van prof tot amateur en van voetballer tot skiër – kan aankloppen.

Slachtoffer van alle verzoeken

De poli, die in 2018 is opgezet door de KNVB en UMC Amsterdam, behandelt nu zo’n tien cliënten per maand. Volgens de Hersenstichting lopen jaarlijks 76.000 sporters in Nederland een hoofdblessure op. In ongeveer 90 procent van de gevallen verdwijnen klachten vanzelf, maar 10 procent herstelt vertraagd, zegt neurowetenschapper Marsh Königs van het Amsterdam UMC, die samen met KNVB-arts Edwin Goedhart de kliniek runt. Voor die trage herstellers is de poli bedoeld, want begint iemand te snel en krijgt hij vervolgens een nieuwe tik, dan kan dat tot grotere hersenschade leiden.

Vlnr: Shari Lang, Marsh Königs en Edwin Goedhart. Beeld Bram Petraeus
Vlnr: Shari Lang, Marsh Königs en Edwin Goedhart.Beeld Bram Petraeus

Volgens Goedhart werd de poli ‘bijna slachtoffer’ van het aantal behandelverzoeken. De menskracht is met Goedhart, promovenda Shari Langdon en een fysiotherapeut beperkt. Dus hanteren ze strikte criteria voor behandeling. Zo kunnen sporters pas vier weken na een hersenschudding aankloppen. Eerder is vertraagd herstel niet zichtbaar. Bovendien moet de hersenschudding écht door sport komen. Wie aan die voorwaarden voldoet, wordt in zes weken twee keer onderworpen aan nekscreenings, balansoefeningen en neuropsychologische testen. Afhankelijk van hoe het herstel verloopt, komen daar nog meer test- en adviesmomenten bij.

Verschillende typen hersenschuddingen

Inspiratie haalde Goedhart onder meer uit bezoeken aan Amerikaanse concussion clinics, volledig ingericht voor de behandeling van hersenschuddingen. Zulke klinieken zijn daar al ingeburgerd bij sporten als American football, berucht om het risico op hersenletsel.

Ondertussen zagen Königs en Goedhart sporters binnenkomen met tientallen verschillende klachten, terwijl de medische wereld lang dacht dat er slechts één type hersenschudding was. De een had geheugenproblemen, de ander klaagde over verminderd zicht. Goedharts Amerikaanse vakgenoten wisten al dat er meerdere varianten bestonden.

KNVB-arts Edwin Goedhart. Beeld Bram Petraeus
KNVB-arts Edwin Goedhart.Beeld Bram Petraeus

In vier jaar behandelden zij meer dan 300 sporters in de poli. Met de verzamelde data konden Goedhart, Königs en Langdon 26 verschillende symptomen onderverdelen in vier groepen van gelijksoortige klachten. Nu die verschillende hersenschuddingen in kaart zijn gebracht, hopen zij sneller een passende behandeling te vinden. Bij de skiër die Warmerdam behandelt, lijkt dat al het geval. De uitgedraaide resultaten laten een stijgende lijn zien in zijn prestaties.

Zeker in het voetbal is hersenschade onderwerp van discussie. Willie Stewart, hoogleraar neuropathologie aan de universiteit van Glasgow, concludeerde in 2019 dat oud-profs drieënhalf keer meer kans op alzheimer en parkinson hebben.

Verdedigers en middenvelders zelfs bijna vijfmaal zoveel, onderzocht hij vorig jaar onder bijna 8000 Schotse voetballers. Stewart begon vorige week met een derde onderzoek, naar risicoverkleining van dementie bij oud-profs, gefinancierd met ruim één miljoen pond door de Fifa en de Engelse voetbalbond.

Shari Langdon doet promotieonderzoek in de hersnenpoli in Zeist. Beeld Bram Petraeus
Shari Langdon doet promotieonderzoek in de hersnenpoli in Zeist.Beeld Bram Petraeus

Toch waken Goedhart en Königs voor paniek. Niet elke hoofdblessure is een hersenschudding. Die herkennen is volgens Goedhart een kwestie van observeren en doorvragen. Wazig kijken, misselijkheid, geheugenverlies en duizeligheid zijn duidelijke symptomen. Hebben spelers daar geen last van, dan mogen ze van Goedhart door. Verlies van bewustzijn is sowieso altijd wisselen.

Dat geldt ook als Goedhart twijfelt, bijvoorbeeld als zo’n gesprekje moeite kost. Stewart noemde het beleid rondom hersenschuddingen in het voetbal vorig jaar ‘a shambles’, een puinhoop. Leer nou van het rugby, zei de hoogleraar. Daar is een tijdelijke wissel mogelijk na een hoofdblessure.

De voetbalpraktijk maakt dat Stewarts zorgen niet ongegrond zijn. PSV’er Joey Veerman klapte onlangs in de bekerfinale hard met zijn hoofd op de grond. Hij voelde zich pas een half uur later weer normaal en zei na afloop ‘de helft niet meer te weten’. Maar hij wilde ‘natuurlijk’ niet gewisseld worden in een finale. Volgens Goedharts criteria had Veerman eraf gemoeten.

Vijf dagen later verscheen Twentenaar Michel Vlap voor de camera met een beschadigde neus en een grote buil op zijn voorhoofd, na een botsing met een speler van Sparta. Of hij aan wisselen had gedacht? Vlap lachte de interviewer nog net niet uit. “Zeer onverstandig”, zei Goedhart over dit doorspelen met klachten bij ESPN. Ook Ajax-verdediger Lisandro Martínez, zichtbaar duizelig na eenzelfde botsing tegen Benfica, weigerde het veld te verlaten.

De ernst van hoofdblessures dringt te weinig door tot voetballers, daarom moet een teamarts volgens Goedhart te allen tijde de beslissing nemen over een wissel. Anders dan in de poli heeft een teamarts op het veld maar kort de tijd, dus is een hersenschudding nooit helemaal zeker vast te stellen. Königs: “Maar als een dokter een hersenschudding vermoedt, dan vinden wij dat een speler eraf moet.”

Marsh Königs.  Beeld Bram Petraeus
Marsh Königs.Beeld Bram Petraeus

Veel mensen denken bij hersenschade in het voetbal aan het koppen van een bal. “Koppen doodde de spits”, schreef The Guardian al in 2002 over de Engelse spits Jeff Astle, die op 59-jarige leeftijd aan dementie overleed. Met Wout Holverda (63) bezweek eind vorig jaar ook een Nederlandse oud-voetballer aan alzheimer. De relatie tussen koppen en dementie zou bij hem zijn aangetoond. NRC schreef dat koppen ‘een grote rol’ had gespeeld bij Holverda’s dood. Diezelfde link legden oud-voetballers in Engeland bij het nationale elftal dat in 1966 wereldkampioen werd. Vijf van hen kregen alzheimer, vier zijn inmiddels overleden.

Königs ziet nog geen sluitend bewijs dat koppen schadelijk is. “De verhoogde kans op dementie is zorgelijk, maar direct herleidbaar tot koppen? Dat niet.” Mogelijk speelt koppen een rol, maar volgens Königs is het ook mogelijk dat Holverda’s alzheimer is veroorzaakt door meerdere onbehandelde hersenschuddingen. In de jaren zeventig en tachtig van Holverda’s loopbaan bestond nog geen behandelbeleid voor hersenschuddingen. Volgens Goedhart zou het goed zijn als de discussie over koppen meer op inhoud en minder op emotie wordt gevoerd.

Nieuw onderzoek

Ook over bestaand wetenschappelijk onderzoek naar de schadelijkheid van koppen, de inhoud dus, zijn Goedhart en Königs kritisch. Onderzoekers aan de Liverpool Hope University lieten dertig amateurvoetballers twintig ballen in tien minuten koppen en constateerden verminderde hersenfuncties. Die conclusie ging de wereld over. Goedhart: “Zoiets is helemaal niet voetbalspecifiek. Niemand kopt tijdens een wedstrijd zoveel ballen weg in zo’n kort tijdsbestek.”

Langdon, Goedhart en Königs onderzoeken nu in ‘realistische omstandigheden’ of koppen daadwerkelijk schadelijk is. In 116 wedstrijden van Nederlandse nationale elftallen registreerden zij alle kopballen van spelers, van zachte lobjes tot hardere ballen over tientallen meters.

De komende vier jaar gaan zij meten hoeveel afvalstoffen uit de hersenen in het bloed van die spelers zit na het koppen. Pas dan weten we volgens Königs zeker of dat leidt tot hersenschade. Een bepaalde hoeveelheid afvalstoffen uit de hersenen in het bloed is normaal, maar hij weet uit bestaand onderzoek dat verhoogde waarden op hersenletsel kunnen duiden.

In Engeland wachten ze dat onderzoek niet af. Daar is koppen voor kinderen onder de elf jaar al verboden, terwijl profs op de training maximaal tien ballen per week mogen koppen. Dat getal is volgens Goedhart en Königs ‘een slag in de lucht’. Goedhart: “Op dit punt zou de voetbalwereld conservatief zijn, maar voor een verbod bestaat geen enkele wetenschappelijke basis. Wie heeft bepaald dat tien kopballen veilig is? Waarom niet acht of twaalf?”

Als zij straks inderdaad een relatie tussen koppen en hersenschade ontdekken, ziet Königs wel reden om te stoppen met koppen. Tegelijkertijd beseffen ze dat ze daar als wetenschappers geen invloed op hebben. Goedhart: “Eerst gaan we maar eens kijken of en hoe koppen veilig kan. Als uit dit onderzoek blijkt dat koppen inderdaad schadelijk is, dan geldt dat niet alleen voor kinderen, maar voor iedereen.”

Lees ook: Vader Wout Holverda kreeg naar eigen zeggen dementie door al het koppen: ‘Nu is het tijd voor meer onderzoek’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden