Hockey

Ineens was racisme voor hockeyer Van der Weerden geen ‘ver-van-mijn-bed- show’ meer

Mink van der Weerden, international die Oranje Rood verruild heeft voor een avontuur in Duitsland. Beeld Martijn Gijsbertsen

De woorden van mede-international Terrance Pieters over racisme openden zijn ogen. Mink van der Weerden, strafcornerspecialist, ziet een witte monocultuur in het hockey waarin zelfs zijn baard al niet kon. ‘Vertel mij dan maar dat we een hele open sport zijn.’

Mink van der Weerden schrok er een beetje van. Onlangs had hij zijn eerste training bij hockeyclub Rot-Weiss Köln, zijn nieuwe werkgever in Duitsland. “De eerste drie keer dat ik op doel wilde schieten, schoot ik constant op een stick”, vertelt Van der Weerden lachend in een brasserie in Someren, zijn woonplaats in Brabant. “Jonge mannetjes, die net uit de A-junioren komen, klapten er meteen vol op, terwijl je in Nederland vaak heel rustig aan een voorbereiding kunt beginnen. Achteraf vond ik dat wel mooi. Dit had ik kunnen weten, dacht ik.”

Het is de uitdaging waar Van der Weerden (31) naar op zoek is, legt de strafcornerspecialist uit vanachter een kop koffie. Na twaalf seizoenen Oranje-Rood (voorheen Oranje Zwart) maakt hij de overstap naar Rot-Weiss Köln, een Bundesliga-club in West-Duitsland. “Met de Duitse sportcultuur ben ik, zeker in het begin van mijn carrière bij Oranje, een aantal keer pijnlijk in aanraking gekomen”, vertelt Van der Weerden, onder andere refererend aan de verloren Olympische finale in Londen (2012). “Duitsland triggerde me altijd wel. Er is een hang naar een duidelijke structuur en daarnaast zijn ze zeer competitief. Het gaat daar niet om stijl, maar om winnen. Niet om het mooi te doen, maar om het goed te doen. En zo is ook mijn type spel.”

‘Ik denk dat er ik ietsjes op achteruit ga’

Er was wel wat moed nodig voor de overstap, bekent Van der Weerden. “Ik ben nooit heel erg goed geweest in veranderingen”, zegt hij eerlijk. “Dat vind ik eng. Ik wil het beheersbaar houden. Vandaar ook dat ik zo lang voor Oranje-Rood heb gespeeld. Als er een nieuw contract lag, dan was dat altijd een no brainer. Hup, tekenen. Maar het werd me allemaal iets te comfortabel. Ik denk dat het voor mij heel goed is om eens ergens anders te kijken.” En financieel? “Ik denk dat ik er zelfs ietsjes op achteruit ga.”

Onlangs nam Van der Weerden tijdens een barbecue afscheid van zijn teamgenoten bij Oranje-Rood, waarmee hij nog in de race was voor de play-offs. Voordat de fusieclub (tussen EMHC en Oranje Zwart) in 2016 ontstond, vierde Van der Weerden grote successen met Oranje Zwart. Hij werd drie keer op rij landskampioen. Maar na de samensmelting stokte de machine van de Eindhovenaren. 

“Een aantal jongens, onder wie ikzelf, dacht: we gaan gewoon op dezelfde voet verder en blijven winnen. Wij waren er heilig van overtuigd: dat wordt landstitel vier, vijf en zes”, bekent Van der Weerden. “Maar nieuwe club, nieuw complex, nieuw tenue, nieuwe coach en een aantal nieuwe spelers; dat waren stiekem best veel veranderingen. Ik denk dat we daar te makkelijk over gedacht hebben. Het ging wat minder snel dan gehoopt.”

Van der Weerden praat vrijuit. Hij oogt ontspannen. En wellicht heeft dat te maken met een zomer zonder toernooien. Even geen druk, geen stress. Of het hem goed uitkwam dat de Olympische Spelen in Tokio een jaar uitgesteld werden? Dikke grijns: “Dat ligt eraan aan wie je het vraagt: Mink de hockeyer of Mink de papa of vriend.” 

Serieus: “Als hockeyer zijn de Spelen geweldig. Met zo’n focus en intensiteit bezig zijn, dat vind ik het mooiste wat er is. Door het besluit dat de Spelen met een jaar zijn uitgesteld, is voor mij eigenlijk besloten dat ik nog zo’n jaar inga. Punt. Dat besef duurt misschien tien seconden. Totdat Lynn, mijn vriendin, hetzelfde bericht las en vroeg: goh, betekent dit dat je nog zo’n jaar ingaat? Ik reageerde verbaasd. Zo van: ja, tuurlijk, hoezo? Dan merk je pas dat je als topsporter heel egoïstisch bent. Later ga je je realiseren wat dit betekent voor mijn vriendin en mijn dochtertje Puk.”

Dialoog met Terrance Pieters 

Op dit moment is het nog overzichtelijk. Drie keer per week reist Van der Weerden af naar Amsterdam, waar een dubbele training wordt afgewerkt onder leiding van bondscoach Max Caldas. Er is de afgelopen periode vooral geschaafd aan de techniek, omdat partijvormen nog niet mogelijk waren in verband met corona. Tevens werd de dialoog gestart met speler Terrance Pieters, die in de Volkskrant uitgebreid vertelde over zijn ervaringen met racisme in het hockey.

Van der Weerden (173 interlands) neemt voorzichtig een aanloop naar dat beladen thema. “Hoe Terrance zich uitsprak - zo rustig, zo genuanceerd - vond ik ongelofelijk knap”, begint hij. “Racisme is voor mij altijd een ‘ver-van-mijn-bed-show’ geweest. Someren is een behoorlijk witte gemeenschap, ik zat op een witte school en op de hockeyclub waren misschien een paar gekleurde jongens en meisjes. Je kent het niet. Kunt het je ook niet voorstellen. En daarmee ben je, zonder dat je daar kwade bedoelingen bij hebt, ook onderdeel van het probleem. Dat is wel een eyeopener geweest voor mij.”

Of Van der Weerden zich - onbewust of onbedoeld - wel eens schuldig heeft gemaakt aan racisme? Hij denkt even diep na. “Kijk”, zegt hij. “Dit heb ik mezelf ook afgevraagd. Ik denk dat dat qua woord wel meevalt, maar qua onbewuste gedachten? Dan moet ik eerlijk zijn. Sommige vooroordelen leven onbewust toch wel. Dat komt voort uit je omgeving. Het is niet kwalijk dat ik ben opgegroeid zoals ik opgegroeid ben, maar wat er in onze geschiedenis is gebeurd en wat daarvan de gevolgen zijn, is niet echt duidelijk, terwijl dat juist heel belangrijk is. Dat is een taak van het onderwijs. En uiteindelijk een taak voor iedereen.”

Eenzijdig karakter van het hockey

Welke opdracht er ligt voor het hockey? De sport staat bekend als elitair, gesloten. “En dat zorgt ervoor dat mensen met een andere huidskleur of een andere afkomst zich daar niet welkom in voelen. Dat is een probleem”, vindt Van der Weerden. “Ik geloof erin dat sport verbindend moet zijn. Sport is bedoeld als spel, om jezelf en elkaar uit te dagen, maar tegelijkertijd hebben sporters een maatschappelijke functie.”

Het eenzijdige karakter van het hockey ligt ook besloten in de nationale teams; bij de vrouwen heeft iedereen een paardenstaart, bij de mannen is iedereen gekortwiekt. Tatoeages en piercings zijn uit den boze. Van der Weerden vertelt dat hij eens een baard liet staan na het WK van 2014. “Binnen de kortste keren kreeg Oranje Zwart een mailtje met de boodschap dat dat echt niet kon”, herinnert hij. “Als zoiets al een reden is om een mail te sturen, vertel mij dan maar dat we een hele open sport zijn.”

Het maatschappelijke debat is complex, merkt Van der Weerden, die uitgebreid de tijd neemt om zijn gedachten uiteen te zetten. “Wat is mijn gedrag? Wat kan ik zelf? Daar heb ik nog niet altijd een antwoord op. Het belangrijkste is in ieder geval dat de discussie gevoerd wordt. En dat we die ook blijven voeren.”

Lees ook: Exodus van buitenlandse hockeyers in de hoofdklasse. ‘Een Amerikaanse aanvoerster, moet je dat willen?’

In de hockeyhoofdklasse is mede vanwege de coronacrisis een uittocht gaande, vooral van buitenlanders. ‘Tweede garnituur moet je niet willen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden