Sportief Elftal Verenigingsleven

Individueel sporten gaat ten koste van de traditionele verenigingen en hun sociale verbanden

Individueel sporten neemt in Nederland een grote vlucht. Die veranderende sportbeleving gaat ten koste van de traditionele verenigingen en hun sociale verbanden. Is dat erg?

De trend is al jaren zichtbaar: hoewel het aantal sporters in Nederland stijgt, dalen de ledentallen van sportverenigingen. Steeds meer Nederlanders kiezen ervoor om individueel te sporten, in plaats van een teamsport waar men op afspraak bij elkaar komt. Vooral de fitnesscentra hebben de laatste decennia een forse groei doorgemaakt. Ook wandelen, fietsen en yoga zijn in opkomst onder de sportbeoefenaar. Is dat een zorgwekkende ontwikkeling voor het verenigingsleven in Nederland?

“Sport wordt steeds meer vanuit het gezondheidsperspectief bekeken”, constateert sportfilosoof Ivo van Hilvoorde, die verbonden is aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en als lector aan de Hogeschool Windesheim. Maar deze trend moet sportverenigingen wél een spiegel voorhouden, meent voormalig hockeyster Minke Booij. “Het is natuurlijk goed dat mensen het belang van sport inzien, maar verenigingen moeten meer inspelen op de veranderende wensen en behoeftes van de leden.”

Booij: “Het verenigingsleven kan ontzettend waardevol zijn voor de rest van je leven. Ik ben als kind opgegroeid in een tennis- en hockeycultuur, waar ik veel plezier aan heb beleefd. Hockeyclub Den Bosch, waar ik mijn hele carrière heb gespeeld en nog steeds actief ben, voelt als een soort tweede thuis. De mensen die ik daar ontmoet, ken ik mijn hele leven al. Ik vind het belangrijk dat zo’n plek er is.”

Van Hilvoorde: “Nederland heeft een geweldige infrastructuur op sportgebied. Dat kan heel waardevol zijn. Ik zie dat ook wel bij mijn zoons, die lid zijn van de voetbalclub in het dorp waar ik woon. Zij komen via de club in contact met andere kinderen van verschillende scholen, iets wat zonder die sportvereniging veel minder vanzelfsprekend is. De eerste vijf à tien minuten van een training praten ze met elkaar over school en andere dingen.”

Booij: “Mijn zoon doet aan boksen, taekwondo en voetbal. Ik zie mijn zoon genieten van teamsport. Zo van: jij bent daar goed in, ik ben hier goed in en ­samen zijn we beter. Het is zo belangrijk dat kinderen leren om met elkaar samen te werken.”

Beeld Werry Crone

Verruiming van begrip ‘sport’

Van Hilvoorde: “De verenigingscultuur is enorm sterk in Nederland. De sociale functie is belangrijk en wordt in sommige kringen nog sterk overgedragen op de nieuwe generaties. Vanaf het einde van de negentiende eeuw zie je de verenigingsstructuur ontstaan en vanaf de tweede helft van de twintigste eeuw zie je daarin een explosieve ledengroei. Ik denk dat we de laatste decennia vooral met een verruiming van het begrip sport te maken hebben. Fitness was eerst iets commercieels, maar wordt nu gezien als sport. Hetzelfde geldt voor wandelen en yoga. Het sportlandschap is anders ingericht.”

Booij: “Verenigingen moeten goed luisteren naar de wensen en behoeftes van de leden. Zij moeten met de tijd meegaan. Dat betekent dat je flexibeler moet zijn, want kennelijk zijn mensen daarnaar op zoek. In een teamsport is dat natuurlijk wat lastiger, want dan spreek je samen een tijd af om te gaan sporten, maar individueel liggen er zeker mogelijkheden. Tot vier uur ’s middags gebeurt er op een vereniging vaak helemaal niets. Dat is zonde.”

Van Hilvoorde: “Ik zie niet echt een probleem in die verschuiving. De keuze is enorm toegenomen voor de consument, net als het belang van sport. Sport is nog steeds een bindmiddel in de samenleving. Wat vroeger de kerk was, is nu deels overgenomen door de sport. Mensen willen ergens bij horen. 

“In Amerika verscheen in 2000 het geruchtmakende boek Bowling Alone van Robert Putnam, dat een ruwe schets is van de samenleving en de achteruitgang van ons sociaal kapitaal. Het boek suggereert dat sportgemeenschappen verdwijnen of vluchtiger worden. Maar dat beeld is niet helemaal juist. Individualisering, en de toename van keuzevrijheid, gaat niet per definitie samen met het verdwijnen van sociale structuren. Er komen ook weer andere dingen voor terug en er ontstaan nieuwe netwerken. Tegenwoordig zie je, los van de traditionele verenigingscultuur, bijvoorbeeld fietsclubjes en loopclubjes ontstaan.”

Booij: “Of bootcampclubjes, waar je ook met elkaar afspreekt om te sporten. Mensen willen betalen voor iets wat je krijgt. Ook daar zie ik nog mogelijkheden voor verenigingen. Zij moeten dat meer gaan omarmen.”

Van Hilvoorde: “Nieuwe technologieën worden vaak als vijand gezien om te sporten, maar ze worden juist ook benut om mensen bij elkaar te brengen. Een mooi voorbeeld is de app Strava, waar je geregistreerd kunt lopen of fietsen en met elkaar in contact kunt komen.”

Booij: “Ik vind ook dat verenigingen veel meer moeten samenwerken met scholen. Steeds meer jongeren zitten onder de bewegingsnorm. Dat is een slechte zaak. Hoe gaaf zou het zijn als kinderen vanuit school naar de sportvereniging worden gebracht, zodat ouders geen hele planning hoeven te maken om hun kinderen heen en weer te brengen? Daar zie ik nog wel kansen voor verenigingen.”

Van Hilvoorde: “Dat is een lastig punt. In het verenigingsleven heb je vaak te maken met vrijwilligers. Wat kun je dan eisen?”

Booij: “Ook bij clubs is er vaak wel iemand in dienst. En zo niet, dan hoeven ze dit ook niet zelf te organiseren. Het onderwijs, kinderopvang en zorginstellingen die wel professioneel ingericht zijn, kunnen hier een rol in spelen. Met name gemeentes moeten partijen bij elkaar brengen en veel meer stimuleren om samen te werken. Verenigingen nemen vaak veel door de gemeente gefinancierde grond in gebruik, en daar tegenover moet de club geholpen worden om het complex open te stellen voor andere organisaties en activiteiten.”

In het sportief elftal buigen zich, naar het voorbeeld van de elftallen van onze redactie religie & filosofie, per aflevering twee van de elf deskundigen over een actueel sportief vraagstuk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden