null Beeld

ColumnPepijn Keppel

Ik zou willen dat ik, als Annemiek van Vleuten, kan genieten van de pijn

Pepijn Keppel

Zaterdagochtend. Ergens op een dijk, links en rechts water. De stad slaapt nog, alleen de fietsers zijn wakker. Ik ben met spanning in het lijf opgestaan, mijn kuiten stram, mijn mond droog, hoofdpijn achter mijn oren. Ik trap mijn lichaam los, de wind waait mijn ogen nat. De hoofdpijn lijkt met een paar omwentelingen te verdampen op mijn kruin.

Ik kocht mijn fiets een jaar geleden, tweedehands van een jongen die er maar een half jaar op gereden had. Sindsdien rijd ik elk weekend. Nooit ver, maximaal vijftig kilometer, verder lukt niet. De eerste kilometers denk ik vaak aan het almaar repeterende, nooit veranderlijke slijten van de tijd. Na twintig kilometer verdringt het lichamelijk lijden de gedachtes uit mijn kop. Dan is het nog alleen maar de fiets en ik, mijn onderrug, zadelpijn. Ik stel me voor hoe het is om te koersen, een ronde te rijden, een groot wielrenner te zijn, met het hart van een paard en longen van een walrus. Ik probeer mezelf voor te stellen hoe het is om Annemiek van Vleuten te zijn.

Een bruggetje. Ik ga op mijn pedalen staan, zoals Van Vleuten donderdag in de koninginnenrit deed, een kleine dertig kilometer voor de eindstreep. Ik wieg mijn stuur, schommel mijn kont boven het zadel, tot net over het hoogste punt, en laat mezelf dan naar beneden rollen. Het zweet staat op mijn voorhoofd, ik voel druppels langs mijn slapen glijden. Ik sluit kort mijn ogen, zie voor me hoe ze omhoog reed, die laatste kilometers. Zwoegend, briesend, haar neus richting het asfalt. Ze leek te kunnen genieten van haar pijn. Ik zou willen dat ik dat kon.

Zaterdag, begin van de avond. Van Vleuten rijdt de voorlaatste etappe van de Vuelta, de laatste etappe waarin het mogelijkerwijs mis kan gaan. Ik zit nog in mijn fietsbroek in de woonkamer. Ze komt als zesde over de streep, houdt stand in het algemeen klassement. Een van de grootste sporters van mijn tijd voltooit een ongekende trilogie: de Giro, de Tour, de Vuelta, allemaal in één jaar. ‘Een schitterend rijtje, toch?’, vraagt een NOS-verslaggever.

Ze lacht ongemakkelijk. ‘De buitenwereld is bezig met rijtjes, maar ik gelukkig niet.’

Deze Vuelta is géén grote ronde, vindt Van Vleuten. De afstanden zijn te kort, vijf dagen te weinig. De Tour de France Femmes was een opzichzelfstaand evenement, bij de Vuelta zijn de vrouwen, in haar woorden, ‘side-show.’ Ik hoor verhuld verlangen naar gelijkwaardigheid, naar een trilogie die voor haar ook vóélt als trilogie. Ik kijk naar het scherm, mijn euforie maakt plaats voor een zekere frustratie, irritatie misschien. Ik zou haar willen toeschreeuwen hoe uniek, hoe bijzonder het is wat ze zojuist heeft gepresteerd. Ik wil haar zeggen dat ik aan haar denk als ik het zelf niet meer trek, als mijn benen verzuren terwijl ik het bruggetje op fiets.

Zondag. Ergens in Madrid, links en rechts dranghekken. De stad slaapt nog, alleen het peloton is wakker. De commentator zegt dat het later op de dag, als de mannen rijden, drukker zal zijn.

Oud-hockeyer Pepijn Keppel schrijft wekelijks een column voor Trouw. Lees hier zijn columns terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden