null Beeld

ColumnMarijn de Vries

Ik wilde iets Cruijffiaans schrijven over een aanrijding. Tot er nóg een aanrijding kwam

Ik had me erg verheugd op Tom Dumoulin als analist bij de wereldkampioenschappen tijdrijden. Want dat was hij, gisteren bij de NOS. Normaalgesproken had Tom daar moeten rijden natuurlijk, als een van de favorieten zelfs, of nou ja: subfavorieten eigenlijk.

Maar hij had zijn pols gebroken. Bij een aanrijding. Een plots afslaande auto schepte hem een kleine twee weken geleden in de Ardennen, toen hij aan het trainen was. Hij vloog op de motorkap en kwam op straat terecht. Zoals bijna iedereen in een reflex doet, ving hij zich op met zijn handen. Zijn rechterpols brak. Zo ernstig, dat hij geopereerd moest worden.

En zo stond hij gisteren aan de finish in Brugge, met de onderarm die het meest in beeld was in het verband. Geen gips. Een drukverband was na de operatie genoeg. Ineens viel me op hoeveel Tom met zijn handen praat, want hij leek wel een gewond vogeltje met dat witte vlerkje dat steeds op en neer ging.

Vingers tussen de deur

Ik had veel zin om hem te horen praten over alle tijdrijders. Over hun cockpit, zoals het stuur van een tijdritfiets tegenwoordig heet. Volledig op maat gemaakt. Supersonisch ziet het eruit. Razend moeilijk om helemaal aerodynamisch op te blijven liggen.

Ik wilde hem zo graag nog eens horen vertellen hoe tijdrijden eigenlijk een wedstrijdje vingers-tussen-de-deur-houden is. Wie dat het langst kan volhouden, die wint. Tenzij je echt héél goed bent. Dan ga je voorbij de pijn. Rij je door een tunnel, als het ware. Alles in een waas. De flow, die voelt alsof je eindeloos kunt doorgaan. Zoals Primoz Roglic deed in Tokio, toen hij de olympische tijdrit won: hij reed gewoon dóór voorbij de streep. Dat doe je alleen als je je fantastisch voelt. Maar je fantastisch voelen, gebeurt bijna nooit.

Heerlijk waren de woorden die hij gebruikte voor de kersverse wereldkampioen Filippo Ganna. Een lomp sterke renner was hij volgens Tom. Een buffel. Een prototype tijdrijder: groot, massief – zoals er tegenwoordig niet veel meer zijn. Je ziet steeds meer flyers, renners met minder gewicht, die toch heel hard gaan. Zoals Tom zelf. Of Primoz Roglic. Of zelfs Wout van Aert.

Ook Tom dacht even dat de Belg ging winnen, op zijn thuisbodem. Hij was zo fantastisch hard van start gegaan. Maar Filippo, de man die vorig jaar ook al wereldkampioen tijdrijden was, kwam al snel dichtbij, en in de tweede helft van zijn rit nog meer op stoom. Juichend passeerde hij de finish. Toen hij zijn helm afzette, zag hij eruit alsof hij vrijwel niks had gedaan. Geen slijmbaard, geen snotkin. Geen bloeddoorlopen ogen van het afzien. Enkel een frisse, dolblije jongenskop. Wout van Aert, die net gefinisht was en nipt verloor, feliciteerde hem meteen.

Cruijffiaans

Ik had zin om dit allemaal eens goed te bekijken, en erover te schrijven. Iets Cruijffiaans zou ik erbij tikken, over hoe elk nadeel zijn voordeel heeft, met Tom Dumoulin dankzij een aanrijding ineens als analist.

En toen werd oud-wielrenner en co-commentator voor de Deense televisie Chris Anker Sørensen ook aangereden, terwijl hij aan het fietsen was in Zeebrugge. Hij overleed. En toen sloeg geen woord nog ergens op.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden