ColumnHenk Hoijtink

Ik voorzie een best roerig 2020 in het hoofd van Ronald Koeman

Al een tijdje zit ik in het hoofd van Ronald Koeman, voor zover dat dan kan natuurlijk. Dat moet je als journalist altijd proberen, in het hoofd van een trainer te zitten, maar dit is toch iets anders – ik zit er ook al wat langer. Op en over de drempel van 2020 dacht ik veel aan (en in) hem, aan het EK dat komen gaat, maar ook aan de achterliggende maanden.

Het is vooral anders, omdat Koeman er niet één is bij wie het nodig is om in zijn hoofd te gaan zitten. Hij is geen toneelspeler, zegt hij graag zelf. Hij kan moeilijk verhullen wat hij voelt en denkt. Je hoeft bij hem de amateurpsycholoog niet te gaan uithangen – normaal gesproken dan.

Chagrijnig

Het was niet zo moeilijk, dacht ik, om begin juni vorig jaar na de verloren Nations League-finale tegen Portugal in zijn hoofd te kruipen. Koeman was chagrijnig. Hij voelde, psychologiseerde ik, dat dit de grens van Oranje was, dat het op korte termijn niet veel beter zou kunnen worden en dat dit tegen een goede tegenstander dan de consequentie kon zijn: wat was Oranje kansloos geweest.

Daarom – het was nog steeds niet zo moeilijk, dacht ik – deed hij zijn best om de wedstrijd tegen Duitsland, begin september, niet zo belangrijk te maken. Hij was niet cruciaal, nee, maar door de (weer) wonderlijke zege veranderde het perspectief – toch ook kennelijk bij Koeman. Niemand sprak nog over ‘Portugal’.

Waarom temperde hij toch niet iets? Relativeren, streng oordelen, hij is er zo goed in. Waarom nu niet? Toch bedwelmd, de winnaar die hij al is, door het zoet van de overwinning, van zo’n bijzondere overwinning, zegt de amateurpsycholoog in mij. Menselijk misschien, maar het tekende wel het vervolg.

Daarna kwamen wedstrijden tegen Estland, Noord-Ierland en Wit-Rusland, ondankbare wedstrijden, wedstrijden waarin je het zelden of nooit goed kunt doen. Het liep niet zo lekker, en Nederland had alweer kritiek. Iemand van de statuur van Koeman haalt over zoiets de schouders op, zou je zeggen. Die wedstrijden zeggen niets. Ja, dat Oranje zó goed nu ook weer niet is. Maar dat wísten we toch al? Dat had de bondscoach toch vaak genoeg fijntjes gezegd, wanneer daar reden toe was?

Maar zo keek het volk niet. Het volk wil altijd meer, vaak te veel, en dan heeft ook de bondscoach (die dat toch zo goed moet weten) net gejubeld na een mooie zege; hij heeft kanttekeningen niet gemaakt die hij doorgaans maakt en die toch ook nu te maken waren. Wat had het in Hamburg, tegen Duitsland, toch ook anders kunnen lopen.

Holle kritiek

Koeman kon over de holle kritiek zijn schouders niet ophalen. Hij zei, met de kinderlijkheid van het schoolplein ineens, dat hij wél een toernooi had gehaald.

Groot blijven, riep ik, in zijn eigen hoofd nog steeds, hem toe.

Ik tast verder door zijn hoofd. Hij moet het volk een reëel beeld geven van de kracht van zijn ploeg, die zo gering natuurlijk niet meer is. Hij kan zijn spelers daarom vertrouwen geven, maar o, hoe zwaar telt daarin dosering – een delicaat evenwicht altijd voor trainers.

Hij weet dat het niet altijd goed kan gaan, maar hij kan geen kritiek gebruiken. Althans, hij denkt dat hij die, met een lonkend oog naar Barcelona, niet kan gebruiken. Is het niet zo dat ook een tamelijk ongecompliceerd iemand als hij daarin verstrikt kan raken? Zie of voel ik dat in het hoofd gebeuren?

Hij wordt volop geprezen, toch? Het was soms net alsof hij dat in narrige verongelijktheid niet meer hoorde.

Ik voorzie een best roerig 2020 in het hoofd van Ronald Koeman.

Redacteur Henk Hoijtink bespreekt in zijn columns de voetbalwereld. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden