Roger Federer kust zijn bokaal. Beeld AFP

Klein verslag

Ik veracht mezelf omdat ik Federer alleen liet

Mag ik het nog even over Roger Federer hebben, ook nu zijn historische twintigste grandslamtitel alweer enige dagen achter ons ligt en er alles over gezegd en geschreven is?

Nou ja, alles, ik heb er veel over gelezen, ook in buitenlandse kranten en de teksten overtroffen elkaar in superlatieven uitmondend in het acroniem GOAT : Greatest Of All Times.

We zijn allen gezegende tijdgenoten van Roger Federer, zijn sterrengloed straalt ook op ons af. Zijn werken kunnen eigenlijk alleen nog met de middelen van de lyriek worden bezongen, en daartoe las ik de bijdragen van Wilfried de Jong in NRC en die van Frank Heinen in HP/deTijd. De laatste citeerde nog uit de eulogie van de Wall Street Journal: 'De man is 102, heeft 12 achterkleinkinderen en een abonnement op meerdere papieren kranten.'

'Het enige wat ik kan doen,' verzuchtte Heinen, ' is het beschrijven van de associaties die het spel van Federer bij me loswoelen. Het is het achterover in het gras liggen in een traag zakkende zon, het is het gorgelen van een privézwembadje. Het met lichte griep op de bank liggen en naar de blaadjes van een struik kijken. Het is het voor het eerst ontdekken dat er zoiets bestaat als de toon van Remco Campert...' et cetera.

Weeffouten

Wilfried de Jong zocht naar weeffouten in de tennisgod: 'Ik ging op zoek naar imperfectie. Tijdens de tweede set bestudeerde ik zijn bakkebaarden. Was daar dan misschien iets op aan te merken? Maar al snel gaf ik mijn onzinnige missie op. Bakkebaarden, dat woord paste niet bij een tennisheld. Langs zijn oren groeiden - zo verzon ik - 'penseeltjes van zacht marterhaar, gedoopt in Van Dyke-brown.'

Ik zoog dat allemaal op, en ook noteerde ik ergens dat Federer te midden van de afgetrainde powerhitters als ijswater over de baan vloeide. Kan ik hier nog overheen? Nee. Ik kan alleen maar beschamend veel lager.

Met een bekentenis.

Zondagochtend. Ik kijk naar de finale, nog in nachtgoed. Ik bén Roger Federer. Ik zit in hem. Ik voel wat hij voelt. Als hij zich sterk voelt, zoals in die eerste set, voel ik me ook sterk. Als hij twijfelt, twijfel ik ook. En als het slecht gaat met hem, dan gaat het héél slecht met mij.

Tranen

Vierde set. Federer verliest vier games achter elkaar, zijn precisieservice hapert, hij gaat van een 3-1 voorsprong naar een 5-3 achterstand. Zijn reusachtige tegenstander is gretiger en verbetener dan ooit. Ik voel dat het spel me ontglipt, ik voel mijn leeftijd, de zwaarte van elke opslag. Ik kan niet meer. Ik sta op, loop naar boven en neem een douche. Ik wil de neergang niet meemaken. Als ik terugkeer bij de buis en de baan zal Federer met 3-0 achterstaan in de vijfde set. En ik haat mezelf om mijn laffe wegkijken. Maar de onttakeling van zoveel schoonheid kan ik niet verdragen. Hier stopt zijn carrière. Er is maar een oogwenk voor nodig.

Gedoucht keer ik terug naar de woonkamer. Federer staat met 3-1 voor in de vijfde set. Ik kan het niet geloven. Hij heeft het momentum teruggepakt en ik veracht mezelf nog meer omdat ik hem alleen liet.

Als hij dan even later de bokaal kust en breekt, dan vloeien ook bij mij de tranen, tranen uit hetzelfde ongeloof, dat een mens wonderbaarlijks kan verrichten. Ik laat hem niet meer alleen. Zijn ondergang wordt groots.

Wim Boevink doet dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Lees hier alle afleveringen van de rubriek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden