ColumnMarijn de Vries

Ik kan me voorstellen dat veel kinderen ontroostbaar zijn, wees een beetje mild voor ze

Een van mijn leukste jeugdherinneringen gaat over volleybal. U kent me natuurlijk als wielrenster, maar als kind zat ik op volleybal. Bloed­fanatiek was ik. De topsportmentaliteit zat er achteraf gezien altijd al in. Dat fanatisme bracht me ver, maar het echte talent voor volleybal had ik niet.

Toch vond ik het geweldig. Je kon me niet blijer maken dan met een extra training. Of een invalbeurt, of desnoods met alleen op de bank zitten bij een hoger team. Soms moest ik van mijn ouders een wedstrijd afzeggen. Als mijn oma haar verjaardag vierde, bijvoorbeeld. Terecht natuurlijk, maar toen kon ik erom stampvoeten van woede.

De laatste dagen denk ik vaak aan mijn liefde voor de volleybal. Hoe had ik het gevonden als mijn ouders me hadden verteld dat ik voorlopig niet trainen kon? En geen wedstrijden spelen mocht? Om niet veel later te horen dat die situatie nog weleens veel ­langer zou kunnen duren, misschien wel tot het einde van de competitie?

Ik denk dat ik ontroostbaar was geweest. Ik kan me voorstellen dat veel kinderen ontroostbaar zijn. Niet meer voetballen. Niet meer hockeyen. Niet meer gymmen. Niet meer handballen. Niet meer tennissen. Niet meer zwemmen. En niet meer naar school. Niet naar je vriendjes. Niks.

Gillend op de trampoline

We hebben de neiging elkaar als volwassenen te vertellen hoe moeilijk we de situatie vinden. Hoe lastig het is thuisonderwijs te geven, terwijl je ook nog moet werken. Hoe onzeker we zijn over onze financiële situatie. We hopen op begrip, en geven elkaar dat ook.

Deze week hoorde ik nogal wat mensen klagen over kinderen. “Ze springen al twee uur gillend op de trampoline in hun achtertuin. Ik word er gék van. Wanneer mag ik er wat van zeggen?!” En: “De buurjongen stond al om half zeven vanochtend met zijn voetbal tegen een schutting te trappen. Zó blij dat de buurman van verderop hem woedend naar binnen heeft gejaagd.”

Instemming volgde. Gillende kinderen zijn de hel. Nederlandse kinderen weten zich sowieso niet te gedragen. En die ouders dan… Het komt door de ouders, natuurlijk.

Ik snap het best hoor. Ik vind gillende kinderen ook super­irritant. Maar kinderen moeten hun energie kwijt. Ze kunnen niks, dezer dagen. Behalve trampoline springen in de achtertuin. Of een balletje trappen tegen de schutting. In hun uppie. En het dan even uitschreeuwen, omdat alles wat leuk was weg is. En ze al zoveel binnen moeten zitten.

Flatten the curve

Misschien heeft de moeder van de voetballende jongen hem wel extra vroeg naar buiten gestuurd, zodat hij met niet teveel andere mensen in contact zou komen. Flatten the curve, immers. Misschien was de jongen binnen niet meer te houden, boos en verdrietig om de wending die het leven heeft genomen. Misschien vluchtte hij wel voor zijn vader, die hem regelmatig slaat – en nu hij de hele dag thuis is nog veel vaker. Je weet het niet.

Ik snap best dat je wilt dat overlast van spelende kinderen stopt. Maar ik weet niet of dit nu het moment is om de kinderen, of hun ouders, er boos op aan te spreken. Heb dus een beetje ­geduld. Wees mild. Dit is voor niemand leuk. Voor kinderen al ­helemaal niet. Geef ook hen wat extra ruimte. Tot ze weer naar school en naar de sportclub ­mogen.

En wordt de overlast echt te groot, dan hier dé tip van ouders die inmiddels al weken thuiswerken met rumoerige kinderen om zich heen: koop een noise cancelling headphone.

Rust verzekerd.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden