ColumnMarijn de Vries

Ik denk alleen maar aan Berend, op zijn fiets. Hij werd maar net vier jaar.

Het is de etappe waar ik zo naar uitkeek, met de finish op een verschrikking van een berg genaamd de Angliru. Maar hoe spannend het ook is, het koersen daar in Spanje – het interesseert me nu het erop aankomt nagenoeg niets. Voor mijn ogen zie ik geen bergflanken met zwoegende mannen, maar een blond jongetje op een fiets. Hij rijdt rondjes met de zon mee. Zijn krullen lichten steeds verder op. Het filmpje is van een jaar geleden, denk ik. De zon schijnt scherp en schuin. Een fragment uit een argeloos gelukkig leven.

Uit een leven waarin een heel wielerjaar in de herfst nog niet bestond. Bij de herfst hoorde alleen de Ronde van Lombardije. Maar de Ronde van de Vallende Bladeren, die reden we nu een heel in elkaar gedrukt seizoen lang. Van Vlaanderen tot de Vuelta, van het WK tot Luik-Bastenaken-Luik: vuurrode toppen, geelbruine bermen, oranje gedwarrel in de lucht. Het strijklicht, dat goudgekleurd de wereld kust. In elke koers zag ik de documentaire van zijn vader, de schitterende film ‘Il Lombardia’.

Ik zoek fragmenten op, en kijk. Elk beeld is net een schilderij. Je kunt de herfstgeur bijna ruiken. De hoofdrolspelers: Robert Gesink, heel jong nog, met minder vreugde in zijn ogen dan vandaag de dag. Johnny ­Hoogerland, die als eerste bovenop de Madonna del ­Ghisallo wilde zijn. Een klim vanaf het Comomeer, met een kapelletje op de top. De klokken luiden, zoals altijd. Johnny trekt zijn koerstrui open. Per te, VDB staat er op zijn ondershirt. Een hommage aan wielrenner Frank Vandenbroucke, die een week daarvoor uit het leven is gestapt. Paolo Bettini, de kleine Italiaanse wereldkampioen. Hij wint Lombardije door groot verdriet: een maand daarvoor verongelukte zijn broer Sauro. Liefst had hij zijn fiets weggesmeten, maar als eerbetoon stapte hij toch op in de laatste klassieker van het seizoen.

Ik kan me niet voorstellen hoe je zoiets aankunt

De blonde jongen op de fiets heet Berend. Hij werd maar net vier jaar. Woensdag overleed hij, na maanden heel erg ziek te zijn geweest. Zijn ouders hielden de door corona zo beperkte wereld via de sociale media op de hoogte van de ziekte van hun zoon. Ik ken hen maar een beetje: zijn vader Robert Jan van prachtige wielerproducties. Zijn moeder Nynke schrijft ook voor deze krant. Als je op haar naam zoekt, kom je als eerste een verhaal uit februari tegen. Ze interviewt VNO-NCW West-directeur Kim Boersma over het overlijden van haar pasgeboren zoon Dante. “Het leek net alsof het verdriet stukje bij beetje binnenkwam. Alsof ik binnenkreeg wat ik aankon.”

Ik kan me niet voorstellen hoe je zoiets aankunt. Het is niet mijn verdriet, en toch kan ik al dagen nergens anders aan denken. Ik zie mijn oudste van drie op net zo’n loopfiets. Ik zie mijn jongste, haar blonde haartjes worden steeds langer. Er ontstaan krulletjes achter haar oor. Ik hou ze beiden steeds net te stevig vast. De oudste vraagt: “Mamma, ben je nog steeds verdrietig om Berend?” In een tijd waarin de wereld stilstaat, kan de wereld dus nog stiller staan.

Jongens op fietsen sterven niet als je over ze blijft praten. Over ze blijft schrijven, hun naam blijft noemen. Door Robert Jan bestaan Sauro Bettini en Frank Vandenbroucke nog een beetje. Door Nynke leeft Kim Boersma’s zoon voort. Dus daarom. Ik noem hem.

Per te, Berend. Ciao bello.

En eens te meer onthou ik: neem het leven nooit voor lief.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden