null Beeld
Beeld

ColumnMarijn de Vries

Ik ben zo gelukkig dat ik eindelijk weer een beetje zijn mag wie ik ben

Misschien is het afgelopen jaar wel het ­beste te vergelijken met een blessure. Je hoort weleens dat sporters depressief worden als ze geblesseerd zijn. Zo op het eerste gezicht is dat misschien lastig voor te stellen: waarom zou je diepongelukkig worden van iets dat een tijdje duurt en moet herstellen, terwijl je weet dat je op termijn gewoon weer mee kunt doen?

Maar als sporten je werk is, dan verandert een blessure alles. Ineens sta je langs de kant. Doe je niet meer mee. En dat geldt niet alleen voor wedstrijden. Top­sporter ben je 24 uur per dag. In alles hou je rekening met je sport. In wat je eet, in hoeveel je slaapt. In

hoelang je op je benen staat buiten trainingen en wedstrijden om. In sociale activiteiten. Je weegt en balanceert: wat kan wel, wat kan niet? Hoe richt ik mijn leven zo in dat het het beste is voor mijn sport – daar draait het om.

Sport is dus niet alleen je werk. Het is wie je bent. Als dat wegvalt door een blessure, ben je jezelf kwijt. Alle houvast, alle zekerheden. Alles wat je leuk vindt, waar je energie van krijgt, en wat je goed kan. Iedereen gaat door, en jij moet herstellen. Gelukkig gaat herstellen vaak in opwaartse lijn. Er is een doel, hoe ver weg ook. Je weet waar je naartoe moet werken.

Rondjes zwemmen in een moeras

Misschien is het afgelopen jaar daarom wel het beste te vergelijken met een blessure waarbij je níet weet waar het eindpunt ligt. Dan wordt het rondjes zwemmen in een moeras. Telkens als je jezelf eruit denkt te trekken, krijg je een duwtje terug en zak je nog wat dieper weg.

Ik heb er vaker over geschreven. Ons bedrijf kwam vorig jaar maart stil te liggen. Onze hele jaaragenda, al onze fietsreizen en evenementen, congressen en bijeenkomsten: ­alles verdween in een week tijd. “Jullie zijn niet essen­tieel”, kregen we te horen. Plotsklaps zaten we in blessuretijd.

Als je met beide benen in de maatschappij staat, bijdraagt op jouw manier, en er wordt een streep door je gezet, dan doet dat ten diepste wat met een mens. Met mij, althans. Ik stond langs de kant te kijken. Mocht niet meer zijn wie ik ben. Niet doen wat ik goed kan, waar ik energie van krijg en mijn geluk uit haal.

Vorig weekend was de blessuretijd toch nog plotseling voorbij. Alsof het zo moest zijn, hield ook de regen ineens op. De zon ging schijnen. Het werd warm. Dertig vrouwen verzamelden zich om ons heen. Vrouwen met fietsen. We reden drie dagen samen. De wereld leek gewassen, zo fris groen en bruisend blij was iedereen. Wat is het lang geleden dat we zoiets leuks deden, zeiden we tegen elkaar.

Na een blessure gaat het altijd snel. Mooi is dat ook wel: je vergeet binnen de kortste keren hoe naar iets was.

Ik schrijf dit met een bak energie in mijn lijf. Zo gelukkig dat ik weer een beetje zijn mag wie ik ben. Niet essentieel? Het zal wel. Maar samenkomen en iets delen, in de sport of waar dan ook, dat is waar vreugde ­vrijkomt. En vreugde is wat het leven voor mij tot het leven maakt.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden