Oud-korfbalinternational Casper Boom (l) en sportjournalist Thijs Smeenk.

InterviewHomoseksualiteit

Homodiscriminatie blijft onbestraft in de sport. ‘Er is nog nooit een wedstrijd om stilgelegd’

Oud-korfbalinternational Casper Boom (l) en sportjournalist Thijs Smeenk.Beeld Patrick Post

Hij juicht het toe, alle aandacht voor racisme in het voetbal, maar het wordt tijd dat ook discriminatie van homo's in het voetbal en homofobe spreekkoren worden aangepakt, vindt Thijs Smeenk. Hij geeft vanuit de John Blankenstein Foundation voorlichting bij clubs, profs en amateurs. ‘Waar blijft de daadkracht van de KNVB en de clubs?’

Hij groeide op in het gelovige dorp Hoevelaken, waar veel mensen homoseksualiteit raar vonden. “Ik vond het zelf ook vies. Ik durfde het woord niet eens uit te spreken.” Toch wist Thijs Smeenk op zijn 13de dat hij op jongens viel. Hij voetbalde met passie, maar stopte op zijn 16de. Hij hoorde in de kleedkamer hoe er over homo’s werd gedacht, en dacht dat hij met z’n geaardheid niet in die wereld paste.

Inmiddels is hij 37 jaar en veertien jaar uit de kast. Een paar jaar geleden pakte hij het voetbal weer op. “In het achtste elftal van Hoevelaken. Het was even spannend toen ik weer begon. Het bekende grapje is dat homo’s onder de douche expres zeepjes laten vallen. Mijn vrienden in het team hadden daarom rond mijn ­eerste wedstrijd drie zeepbakjes hoog op een venster gezet. Iedereen kon erom lachen. Het ijs was gebroken.”

Smeenk is sportjournalist bij het ANP en schrijft veel over betaald voetbal. Na zijn ­coming-out dacht hij aanvankelijk dat hij niet meer in die sport kon werken. “Het is een ­machowereld waar ik me niet veilig voelde. Dat zat in de grappen en opmerkingen, de sfeer op de tribune. Er was niemand homoseksueel, er waren geen voorbeelden. Ik had in mijn hoofd: dat kan niet in deze wereld. Als ik ermee naar buiten kom, heb ik een groot probleem.”

Sportjournalist Thijs Smeenk (rechts) en oud-korfbalinternational Casper Boom geven workshops bij verenigingen en middelbare scholen om de acceptatie van homoseksualiteit in de sport te bevorderen. Beeld Patrick Post

De Geers en Goors van deze wereld

Het bleek uiteindelijk geen probleem. “Ik heb er nooit een opmerking over gekregen. Dat bewijst nu dat het helemaal niet zo’n ding hoeft te zijn. Dat is het pijnlijkst. Ik kon vroeger geen kant op. Het ging nooit over homoseksualiteit: thuis, op school, in de media. Met de rolmodellen die er waren, de Geers en Goors van deze wereld, had ik niks. Veel van mijn generatiegenoten lieten hun beeld van de ­homo ­bepalen door dat soort types. Een homo is vrouwelijk, houdt van shoppen en heeft een verwijfd loopje. Dat ligt heel ver van voetbal af. Er zijn genoeg mannen zoals ik in die ­wereld, maar die denken: ik hou mijn mond maar. Thomas Hitzlsperger, Duits international, kwam op zijn 31ste uit de kast. Een harde speler, die veel gele kaarten pakte. Helaas komen er niet meer van die types naar buiten.”

Heel vreemd is dat niet, zegt Smeenk. “De eerste wedstrijd van dit jaar waarbij ik op de tribune zat, was NAC-PSV, voor de beker. Er waren regelmatig spreekkoren over homo’s. Ook in de vijf wedstrijden erna tot de coronabreak hoorde ik in de stadions ­homofobe spreekkoren. Ach joh, trek het je niet aan, hoor ik dan. Hoe is dat voor een voetballer die op het veld staat en homo is? Die kijkt wel uit om uit de kast te komen: dan maar ongelukkig doorvoetballen. Er is veel verborgen leed in het voetbal.”

Smeenk zet zich daarom in voor de John Blankenstein Foundation, genoemd naar de openlijk homoseksuele topscheidsrechter die in 2006 overleed. De stichting, opgericht in 2008, zet zich in voor de acceptatie van lhbti’ers in de sport. Blankensteins zus Karin is de drijvende kracht erachter. De stichting was ook betrokken bij het ‘aanvalsplan’ tegen discriminatie en racisme dat in februari door de KNVB werd gelanceerd. Veel aandacht ging er niet naartoe.

Homo’s zijn niet zichtbaar

Smeenk: “Ik ben blij met de discussie over racisme in het voetbal. Maar ik bespeur ook een dubbele moraal. Ik begrijp het: zwarte ­spelers zijn zichtbaar en homo’s zijn dat niet. Maar homofobe spreekkoren hebben op ­homo’s in het stadion hetzelfde kwetsende ­effect. Als je het niet aanpakt, komt er nooit iemand uit de kast. Het is helaas nog nooit ­gebeurd dat om die reden een wedstrijd werd stilgelegd.

“Eind vorig jaar, kort voor het racisme-­incident rond Mendes bij Den Bosch tegen ­Excelsior, droegen alle aanvoerders een regenboogband. Een goede actie, ik hoop dan dat kinderen voor de tv vragen: wat is dat, wat ­betekent dat? In dat weekend was ik zelf bij FC Utrecht-PSV. De aanvoerders droegen die band. Vanaf de Utrechtse Bunnikside werd ­minutenlang ‘alle boeren zijn homo’s’ gezongen. Niemand keek ervan op. De scheidsrechter zou ook eens kunnen zeggen; we gaan ­allemaal naar binnen. Ik zit daar op te wachten.”

Beeld Patrick Post

Jongere generaties zijn toleranter

Smeenk gelooft in vooruitgang. Waar bij zijn eerste toernooi na zijn coming-out, het EK voetbal in 2008, voor zijn gevoel nog het hele stadion ‘Luca Toni is homo’ zong, doet de laatste jaren nog maar een deel van het stadion dat. Zeker bij de jongere generaties trainers en voetballers bemerkt hij een tolerantere houding. Al vier jaar lang gaat Smeenk met andere vrijwilligers van de John Blankenstein Foundation langs sportverenigingen, vooral voetbalclubs, maar ook middelbare scholen. In workshops maken ze het thema bespreekbaar bij trainers, begeleiders, bestuursleden en spelers. Ook ex-sporters als korfballer Casper Boom en hockeyer Thijs de Greeff, beiden voormalig ­internationals, geven regelmatig workshops.

“In het begin was het trekken aan een dood paard. Ook bij de KNVB vonden ze aandacht heel lang niet nodig. Nu realiseren ze zich dat het een grote schande zou zijn als ze niets met dit thema doen. In de hockeywereld werd ook gedacht: ach, dat is die conservatieve stomme voetbalwereld. Tot Thijs de Greeff na zijn carrière zijn verhaal vertelde. Over het homofobe taalgebruik in het (top)hockey. Zijn team had een yell: drie hoeraatjes voor de scheidsrechter en voor die homo’s van de tegenstander! Thijs dacht altijd: ik durf dit hier niet te vertellen. Het speelt dus niet alleen in het voetbal. Ken jij homoseksuele mannelijke tennissers of wielrenners? In het turnen en de paardendressuur gaat het gemakkelijker, maar wat ook zo’n Ian Thorpe na zijn coming-out in het zwemmen heeft meegemaakt... Dat is heel heftig.”

Openlijk lesbisch-zijn is in de topsport blijkbaar geen probleem. “In het Nederlands hockeyteam waren er op enig moment zes openlijk homoseksueel, in het voetbalteam vijf. Het grote verschil is dat mannen homo’s zien als zwak en minder. Het is een macho-­wereld. Dus hadden veel voetbalverenigingen de houding: homoseksualiteit speelt hier niet. Dan heb je wel een dikke plaat voor je kop. Dat is aan het veranderen. Een amateurclub met 1700 leden waar niemand homo is? Die clubs zijn nu ook gaan inzien: dat klopt niet. Maar het is bij de mannensport een taboe, misschien wel het laatste bastion.”

Een handjevol homo’s in het profvoetbal

Inmiddels werd bij de meeste profclubs een workshop gegeven. Sommige clubs, zoals PSV, zijn er actief mee bezig, merkt Smeenk. “Maar soms rijd je na zo’n avond met een slecht gevoel naar huis. Bij AZ ging het bijvoorbeeld heel moeilijk. Daar waren best veel jeugdtrainers die zeiden: het gaat toch om winnen? De sfeer was zelfs wat vijandig. Ze zien niet in dat een jongen misschien wel beter gaat presteren als hij helemaal kan zijn wie hij is.”

Smeenk kent ze: homo’s in het profvoetbal. “Een handjevol. Merel van Dongen (voetbalinternational, red.) zei een keer: ‘Als ik man zou zijn geweest, zou ik nu mijn moment pakken, dan ga je de geschiedenisboeken in’. Maar ik begrijp wel dat voetballers in de kast blijven. Je krijgt zoveel over je heen. In de praatprogramma’s, de spreekkoren, en je kunt het ook wel vergeten om nog een keer in een ver land in de woestijn je zakken te vullen. Maar wat zou het fijn zijn als een type als Messi of Ronaldo een rolmodel zou worden. Het zou ons verhaal zoveel sterker maken. Het blijft frustrerend als mensen zeggen: ze zijn er niet. Misschien zouden topspelers zelf eens een statement kunnen maken, maar ook de KNVB en de clubs mogen wel wat meer daadkracht tonen.”

Zelf prijst hij zich elke dag gelukkig dat hij nu zichzelf kan zijn. Hij hoeft niet meer schuw om zich heen te kijken, spiedend of iemand het aan hem kan zien. Tegenwoordig loopt Smeenk met de borst vooruit de tribunes op. Zijn missie? “Ik voel het als een verplichting om dit te doen. Het is zo zonde als sportende kinderen hetzelfde mee moeten maken als ik tussen mijn 13de en 23ste. Dat is een van de leukste periodes in je leven. Daarin ontwikkel je je als mens. Ik gun iedereen dat hij in die cruciale fase zichzelf kan zijn. Ik zet me in om het voor andere generaties beter te maken.”

‘Ik was de enige homo in het topkorfbal, dacht ik’

Casper Boom (40) werd na zijn loopbaan als topkorfballer coach, maar heeft dat voorlopig stopgezet. Hij wil meer tijd besteden aan workshops geven over ­homoseksualiteit in de sport. De afgelopen weken ging dat via videoverbindingen. Hij gaf onder meer voorlichting aan studenten van het CIOS in Heerenveen.

“Dat deden we al op het CIOS in Goes en Arnhem. Dit zijn toch de toekomstige professionals in de sport. Op school was er nog niets gedaan met het thema, dat wij verbreden naar discriminatie. Eigenlijk vind ik dat sportbonden het verplicht in hun opleidingen en cursussen zouden moeten opnemen. Ook clubs zouden kunnen worden aangemoedigd actiever te worden. Als iemand voor ­homo wordt uitgescholden, zou je het gesprek aan kunnen gaan. Met het vingertje wijzen heeft niet zoveel zin, dat doen wij ook niet, het gaat wel om bewustwording.”

Begripvol en liefdevol

Zelf was Boom tien jaar geleden als international met het Nederlands team op trainingsstage in China toen hij uit de kast kwam. “Ik stuurde een mail naar vrienden, familie en bekenden. Ik heb die nacht niet geslapen. Maar iedereen was begripvol en liefdevol. Ik heb het dus vooral mezelf moeilijk gemaakt. Ik had moeite het bij mezelf te accepteren. Toen ik erachter kwam, dacht ik: dit is niet cool, dit wil ik niet. Ik stopte het weg en stortte me volledig op het korfbal. Ik had een tunnelvisie. Ik was de enige homo in het korfbal, dacht ik, en was bang dat het publiek me zou gaan uitjouwen omdat ik voortaan een stempel op mijn voorhoofd zou hebben. Ik ben meer dan een homo. Maar het bleek geen schok te zijn. Mensen namen het voor kennisgeving aan.”

Boom zet zich nu in voor de John ­Blankenstein Foundation om de sportomgeving voor kinderen en volwassenen ‘veiliger en inclusiever’ te maken zodat lhbti’ers zichzelf kunnen zijn. “Op dat vlak valt nog een wereld te winnen.”

Lees ook: 

Een interessant taboe, homoliefde in het profvoetbal

James Ivory’s filmklassieker ‘Maurice’, (1987) over de grote onmogelijke liefde tussen twee studenten, was vorig jaar opnieuw te zien en bleek gloeiend actueel. Kijk maar naar het nieuwe drama ‘Mario’ over twee verliefde voetballers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden