Wangedrag

Hoe vraag je een sportvrijwilliger om een VOG zonder dat je hem afschrikt?

Sportpark De Bongerd in Barendrecht . Ouders kijken naar de training van hun kinderen. Beeld Arie Kievit
Sportpark De Bongerd in Barendrecht . Ouders kijken naar de training van hun kinderen.Beeld Arie Kievit

Nog altijd vragen weinig sportverenigingen hun vrijwilligers om een Verklaring Omtrent Gedrag. Een campagne moet dat vanzelfsprekender maken. Maar NOC-NSF geeft toe dat financiële druk van gemeenten effectiever is.

Esther Scholten

Het Centrum Veilige Sport Nederland, dat onder sportkoepel NOC-NSF valt, heeft maandag de landelijke campagne ‘Heb jij ’m al?’ gelanceerd. De vraag slaat op de Verklaring Omtrent Gedrag (VOG), een hulpmiddel bij het veilig houden van een sportvereniging. Nog altijd eisen opvallend weinig clubs zo’n bewijs van hun vrijwilligers.

Vorig jaar al zei de toenmalig directeur van NOC-NSF, Gerard Dielessen, dat deze tijd draait om ‘integriteit, integriteit, integriteit’. Sinds 2015 kunnen verenigingen voor hun (nieuwe) trainers of begeleiders gratis een VOG aanvragen. Normaal moet er per document ongeveer 40 euro betaald worden. Uit cijfers die het Algemeen Dagblad inzag, blijkt dat nog geen 20 procent van de bijna 24.000 bij NOC-NSF aangesloten verenigingen de kostenvrije regeling benut.

Juist in het Nederlandse sportlandschap, dat drijft op verenigingen en vrijwilligers, zou de VOG kunnen helpen om intimidatie, agressie en seksueel grensoverschrijdend gedrag buiten de kleedkamers en trainingslocaties te houden. Daarom drong de sportkoepel er vorig jaar bij gemeenten op aan om een VOG-regeling te koppelen aan subsidievoorwaarden.

Het spanningsveld van regeldruk

“Ik heb stellig de indruk dat dat ook steeds vaker gebeurt”, zegt Erik Lenselink, manager bij NOC-NSF. Harde cijfers heeft hij niet, wel voorbeelden. Hij noemt Amsterdam en Maassluis. Ook weet hij dat bij meer dan de helft van de lokale sportakkoorden, die zijn afgeleid van het nationale akkoord, een positieve sportcultuur expliciet genoemd wordt. “Gemeenten willen het gesprek met de vrijwilligers voorzichtig voeren. Ze proberen te voorkomen dat die ermee stoppen vanwege een toenemende regeldruk. Daar zit een spanningsveld.”

Daarom is deze campagne ook belangrijk, meent Lenselink. Een VOG moet vanzelfsprekender worden: tuurlijk heb ik als vrijwilliger een VOG, moet de gedachte worden. “Maar ik ben van mening dat de druk van lokale overheden in principe effectiever is. Tegelijk zijn dat er 352, die allemaal autonoom zijn.”

André de Jeu van de Vereniging Sport en Gemeenten ziet dat gemeenten met dit onderwerp worstelen. “Men wil het liever over de wedstrijd van zaterdag hebben. Maar men realiseert zich ook dat er wat moet gebeuren. Je kunt niet van incidenten blijven spreken.”

De groeiende zorg en aandacht vertaalt zich niet altijd naar een koppeling tussen subsidie en VOG, weet De Jeu. Volgens hem is dat ook niet erg, omdat de VOG een middel is en niet het doel. In Venlo bijvoorbeeld is grensoverschrijdend gedrag een thema dat met regelmaat besproken wordt. “Daar gaat het uiteindelijk om. Dat verschillende partijen elkaar helpen. Dat er samen wordt nagedacht. Hoe kun je dingen herkennen?”

Onderzoek naar misbruik

“Voor veel gemeenten raakt dit ook niet sec de sport. Het is een maatschappelijk vraagstuk, waarbij gemeenten sportverenigingen zeker willen benutten om het bespreekbaar te maken. Veel slachtoffers hebben immers een jonge leeftijd en bijna 90 procent van de jeugd tot 13 jaar is lid van een sportclub. Daar kun je dus echt wat betekenen.”

Precies een jaar geleden presenteerde NOC-NSF een onderzoek naar misbruik in de jeugdsport: 22 procent van de sporters heeft in zijn of haar kinderjaren emotioneel grensoverschrijdende gebeurtenissen meegemaakt, 13 procent ernstig lichamelijk wangedrag en 7 procent meldt seksuele gebeurtenissen.

Volgende week stemt de ledenvergadering van NOC-NSF over nieuwe, aangescherpte kwaliteitseisen. Het voorstel is dat alle sportbonden vanaf 2024 een concreet doel stellen met betrekking tot de VOG. Bijvoorbeeld: dit jaar gebruikt 8 procent van onze verenigingen de verklaring, volgend jaar 12 procent. Het is een inspanningsverplichting, verklaart Lenselink, bonden zullen niet op basis van de resultaten gekort worden op de financiële bijdrage die ze van de sportkoepel ontvangen. Maar de prikkel kan helpen, denkt hij. “Als zo veel mogelijk vrijwilligers een VOG kunnen tonen, maakt dat de sport betrouwbaarder en plezieriger.”

Lees ook:

Onderzoek naar misbruik in de jeugdsport: mannelijke sporters zijn vaker dader dan mannelijke coaches

Een onderzoek van NOC-NSF leert dat een ruime meerderheid van de jeugdige sporters in Nederland grensoverschrijdend gedrag heeft meegemaakt. Opvallende uitkomst: mannelijke sporters zijn vaker dader dan mannelijke coaches.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden