Beweegcrisis

Hoe verleid je vmbo’ers om weer te gaan sporten? ‘Geef de jeugd vijf jaar van hun leven terug’

Bewegen is gezond, maar te veel kinderen zitten te vaak stil. Beeld Maikel Samuels
Bewegen is gezond, maar te veel kinderen zitten te vaak stil.Beeld Maikel Samuels

Een nieuwe aanpak van de beweegcrisis, als antwoord op de versnipperde initiatieven, wordt dinsdag gelanceerd. Deel 7 van een serie.

Esther Scholten

Een grootschalig samenwerkingsverband tussen wetenschap, overheid en bedrijfsleven moet vmbo’ers weer in beweging krijgen. Dinsdag wordt het project ‘Give me five’ gelanceerd – verwijzend naar de levensjaren die met een ongezonde levensstijl verloren gaan.

“Het is een van de meest zorgelijke pandemieën die eraan komt: een groep jongeren die niet of nauwelijks beweegt, eerder overlijdt en ook nog eens naar verwachting twaalf jaar in minder goede gezondheid leeft”, zegt Remo Mombarg, lector bewegingsonderwijs en jeugdsport aan de Hanzehogeschool en drijvende kracht achter dit initiatief.

De huidige aanpak van de beweegcrisis is versnipperd, terwijl het probleem om structurele oplossingen schreeuwt. Een gedreven buurtsportcoach hier, een bevlogen wethouder daar. Hulde natuurlijk voor deze goede bedoelingen, maar helpt dat de massa? Een landelijk actieprogramma, gericht op vernieuwend praktijkonderzoek, moet de trend keren, hopen de initiatiefnemers.

Wat werkt en wat niet?

Alle hoogleraren en lectoren sport hebben hun krachten gebundeld, verklaart Mombarg. Verspreid door het land zijn er vijf zogeheten living labs opgezet, gekoppeld aan tientallen vmbo-scholen. Daar worden innovaties uitgeprobeerd, samen met de jongeren zelf om de kans van slagen te vergroten. Wat werkt en wat niet?

“In het verleden is te vaak voor tieners bedacht hoe ze moeten bewegen. Bekende sporten als voetbal en tennis werden actief gepromoot. Maar deze jongeren zitten niet meer te wachten op een jaarlidmaatschap voor één sport bij een vereniging. Ze hechten aan keuzevrijheid.”

Remo Mombarg, lector bewegingsonderwijs en jeugdsport aan de Hanzehogeschool  Beeld
Remo Mombarg, lector bewegingsonderwijs en jeugdsport aan de Hanzehogeschool

Behalve het sportaanbod is ook de omgeving van de jongeren nadrukkelijk onderdeel van het programma, dat vier tot tien jaar gaat lopen. “Veel van wat er tot nu toe gebeurde, bleef beperkt tot het activiteitenniveau. Maar de omgeving veranderde niet. Vmbo’ers zitten gemiddeld 10,5 uur per dag. Bewegen moet veel meer verweven worden in het dagelijks leven. Vanaf groep drie leren wij kinderen dat ze moeten stilzitten. Dat moet radicaal veranderen.”

Statafels in plaats van stoelen

Als experiment zijn op een middelbare school in Groningen alle stoelen in de aula weggehaald en vervangen door statafels. Ook moeten daar de scooters op een halve kilometer van het gebouw geparkeerd worden. Niet iedere maatregel hoeft ingewikkeld of duur te zijn.

Mombarg noemt IJsland als voorbeeld: “Daar blijven kinderen langer op school en is iedere dag sporten verplicht. Iedereen moet dus altijd meedoen. In Nederland werken we veel met selectiesystemen: de talentvolste jongeren krijgen de meeste trainingsuren en beste begeleiding. Zij zeggen: ‘dat willen we niet, ieder motief om te bewegen is goed’. Sporten hoeft niet altijd om winnen te gaan; juist niet als je deze doelgroep wil bereiken.”

De onderzoekers hebben aan de vmbo’ers gevraagd: wat willen jullie? De meesten hebben geen zin in sporten die competitief zijn. Het moet om ontmoeting en gezelligheid draaien, niet om de uitslag van een wedstrijd. In Almere bieden ze op een school shuffle sports aan, waarbij twee sporten worden gecombineerd: honkhockey bijvoorbeeld. Plezier is daarbij belangrijker dan presteren.

De toekomstige steunpilaren

Het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport heeft een aantal zogeheten ‘wicked problems’ (hardnekkig en complex) in de sport gedefinieerd. Eén daarvan is de fysieke inactiviteit onder tieners, met vmbo-leerlingen voorop – de toekomstige steunpilaren in bouw, zorg en techniek. Van hen voldoet slechts 45 procent aan de beweegrichtlijnen, tegen 55 procent op het vwo.

Om het tij te keren moet je overal waar jongeren te vinden zijn – school, buurt, thuis, sportvereniging en digitaal – voor mogelijkheden en prikkels zorgen om te bewegen, stelt Mombarg. Daar is de hulp van het bedrijfsleven bij nodig, weet Eric van der Veen van Sportinnovator, dat door VWS wordt gefinancierd en betrokken is bij het project. “Ondernemers brengen creativiteit en toepassingen voor de markt. En de broodnodige versnelling.”

‘Geef de jeugd vijf jaar terug.’ Ambitieus? Zeker. Onmogelijk? Niet voor niets vindt de officiële lancering plaats op 17 mei, Big Improvement Day, volgens Van der Veen de meest positieve dag van het jaar. “Er is heel bewust gekozen voor de moeilijkste doelgroep, de vmbo’ers. Als we die weer in beweging krijgen, dan komt het met de andere doelgroepen ook wel goed.”

Lees ook:

Wie arme ouders heeft, is vaak minder sportief

Nederland moet meer bewegen, maar de kansenongelijkheid in sport is groot. Deel 6 van een serie: wat betekent opgroeien in armoede voor het beweeggedrag van kinderen?

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden