InterviewTurnen

Hoe turnster Veerman bleef doortrainen, ondanks de crisis in haar sport

Sanna Veerman.Beeld Jean-Pierre Jans

Als topturnster was het de afgelopen maanden niet altijd even makkelijk om de focus op de eigen trainingen en prestaties te houden. Sanna Veerman, lid van de nationale selectie, vertelt hoe zij alle commotie rond haar sport heeft ervaren. ‘Ik heb soms het gevoel dat ik mijn sport moet verdedigen.’

Ook als het leven haar even niet toelacht, glimlacht Sanna Veerman bemoedigend in de spiegel. Geen tegenslag zonder kans. Het is een instelling die haar de voorbije maanden heeft geholpen; als topturnster en lid van de nationale selectie moest zij het hoofd boven water houden in de stortvloed aan gerapporteerde misstanden in haar sport.

“Toen het in de zomer begon, stond ik erbuiten, voor mijn gevoel. Dat is in het verleden gebeurd, dacht ik, maar in één keer kwam het naar ons toe, naar Team NL. Het topsportprogramma werd door de turnbond gestopt. Ik had geen idee wat me overkwam. Het was de tweede klap die wij te verwerken kregen, nadat eerder corona al een streep had gezet door veel wedstrijden.”

Tijdens de vroege ochtendtraining in de hal van de Amsterdamse vereniging Turnz werken zeven turnsters zich in het zweet. Veerman (18) landt na een draai aan de brug op haar rug. Ze revalideert van een operatie aan haar voet en mag nog niet op haar benen neerkomen. Twee trainers begeleiden de sessie. Hoofdcoach Wolther Kooistra staat werkeloos langs de kant. Hij is een van de trainers die wordt onderzocht door het Instituut Sportrechtspraak, vanwege mogelijk grensoverschrijdend gedrag. Het topsportprogramma is inmiddels hervat, maar hij mag zijn pupil alleen trainen tijdens de centrale bondsbijeenkomsten in Nijmegen.

Veerman: “Ik weet wat ik tijdens een training moet doen, maar als het minder gaat, mis ik Wolther. Hij ziet het vrij snel aan mij als er wat is. Dan vraagt hij daarnaar en kunnen we erover praten. Als dat niet gebeurt, krop ik het op.”

Dertig uur per week in de turnhal

Natuurlijk is ze geschrokken van de verhalen van de slachtoffers, maar ze herkende die niet. “De tijden zijn nu anders, mijn ervaringen zijn anders. In de tijd dat ik begon, was de cultuur in Nederland al aan het veranderen. Het is nog steeds zo dat je al op heel jonge leeftijd veel traint en er veel voor moet laten, maar dat wilde ik. Op toernooien heb ik wel bij andere landen dingen gezien waarvan ik dacht: blij dat het er bij mij niet zo aan toegaat. Vooral in de toon waarop die meisjes werden aangesproken. Het is in onze sport natuurlijk een aandachtspunt dat turnsters zo jong zijn.”

Negen jaar was Veerman zelf, toen ze voor het eerst Nederlands kampioen werd. Al sinds haar jongste jaren staat zij dertig uur per week in de turnzaal. Vooral de diversiteit van de sport spreekt haar aan. “Ik heb soms het gevoel dat ik mijn sport moet verdedigen. Turnen staat in zo’n extreem negatief daglicht. Dat vind ik heel jammer. Wij kunnen dingen met ons lichaam die maar heel weinig mensen kunnen – en daar werken we hard voor.”

Drie dagen per week traint Veerman in Nijmegen, waar coach Kooistra volgens het aangepaste topsportprogramma de zaal in mag onder supervisie van turnbond KNGU. Ze slaapt dan in een hotel. De rest van de week is ze bij Turnz te vinden, waar ze veel met Claudia Werkhoven werkt. “Ik heb wat ups en downs gehad, maar zoek altijd wel naar het positieve. Na verloop van tijd heb ik gemerkt dat ik de afwisseling prettig vind. Met Team NL heb ik het best veel over wat er allemaal gebeurt in de turnwereld. Bij de club niet. Daar kan ik het wat loslaten, dat is fijn.”

Focus op de sport

De grote uitdaging voor de topturnsters van dit moment is de focus op de sport te houden, ondanks alle commotie. Veerman is daar naar eigen zeggen in geslaagd. Haar studie creative business aan de Hogeschool van Amsterdam helpt daarbij. “Ik heb het nodig om soms ergens anders aan te denken, zodat ik weer opgeladen ben als ik turn.” Daarbij was een opmerking van iemand bij Ringen om Volendam, een stichting die topsporters uit haar woongemeente steunt, een eyeopener. “Hij zei: pas op jezelf, ga er niet aan onderdoor, zorg gewoon dat je trainingen goed gaan. Dat heeft me geholpen. Het draait om mijn trainingen, niet om alles eromheen.”

Ja, corona gooide de wedstrijdkalender overhoop. Ja, het Nederlandse turnen verkeert in een diepe crisis. Desondanks is het haar gelukt om zichzelf in 2020 op alle toestellen te verbeteren. Coach Kooistra noemt nuchterheid haar grote kracht. “Dat heeft deze periode haar wel geleerd. Sanna kan even down zijn of balen, maar dan ziet ze al snel weer kansen.” Nu richt ze zich op de Olympische Spelen. Vijf van de negen turnsters van Team NL moeten afvallen. Veerman put kracht uit de moeilijke periode die ze achter zich heeft. “Het afgelopen jaar was heel dubbel. Aan de ene kant was er veel gedoe, tegelijkertijd heb ik turntechnisch belangrijke stappen gemaakt. Zo bezien was 2020 echt een goed jaar voor mij. Daar probeer ik een positief gevoel uit te halen.”

Turncoach Kooistra laakt het Instituut Sportrechtspraak

Wolther Kooistra, coach van topturnster Sanna Veerman, plaatst vraagtekens bij de afhandeling van de klachten aan zijn adres door het Instituut Sportrechtspraak (ISR). “Ik wil verantwoordelijkheid nemen voor mijn daden. Tussen grensverleggend en grensoverschrijdend gedrag loopt een dunne lijn, zeker in de topsport. Laat ik duidelijk zijn: als er grensoverschrijdend gedrag wordt vastgesteld, dan moet dat worden bestraft. Mij bekruipen echter steeds meer twijfels of dit ISR-proces de juiste weg is.”

Kooistra spreekt van een ontzettend langdradig proces. De zaken tegen de zes Team NL-coaches zouden voorrang krijgen, met het oog op de naderende Olympische Spelen, maar na bijna een half jaar is er nog weinig concreet. “Alle klachten worden direct doorgezet naar de tuchtcommissie, terwijl in sommige gevallen mediation misschien passend en effectief is. De weg die het ISR kiest, lijkt ook ingegeven door het vergrootglas waar het instituut zelf onder ligt.” Kooistra wijst erop dat het ISR ter discussie staat. Er is bijvoorbeeld vanuit de hoek van de slachtoffers kritiek gekomen.

De coach, die als pedagogisch verantwoord bekendstaat, benadrukt dat hij het goed vindt dat de ‘beerput opengaat’. “Het is een goed moment om de boel op te schudden. Wat gaat er fout? Ik vind dat er echt zaken anders kunnen, in de wijze van selectie en wat betreft de prestatiedruk op jonge kinderen bijvoorbeeld. NOC-NSF heeft hier bij ons in de hal een banner opgehangen met de tekst: ‘Medal factory’. Daar begint het al mee. Het is tijd voor een cultuurverandering. We zouden geen medaillefabriek voor jonge sporters moeten zijn, maar een plek van inspiratie, met wellicht een medaille als gevolg daarvan. De vraag dient zich aan of het niet op een andere manier kan en moet. Wij bij Turnz zijn recent begonnen om dat verder uit te werken, met klankbordgroepen voor ouders, coaches en (oud)sporters als onderdeel van de nieuwe visie ‘Swing’, op zoek naar duurzaam turnen.”

Momenteel lopen er twee onderzoeken parallel aan elkaar naar de misstanden in de Nederlandse turnsport. Behalve de afhandeling van meldingen door het ISR is er een groot wetenschappelijk onderzoek gaande. Dat zou oorspronkelijk eind 2020 klaar zijn, maar de uitkomsten worden waarschijnlijk pas aan het eind van het eerste kwartaal van dit jaar bekend. Ondanks het uitstel blijft Kooistra gehoor geven aan het moreel appèl van de turnbond KNGU om hangende het onderzoek zijn eigen pupil niet in zijn eigen hal te trainen.

Lees ook:

Oud-turnster Stasja Köhler blikt terug: ‘De mea culpa van coach Beltman is niet de hele waarheid’

2020 was een veelbewogen sportjaar. Trouw blikt in een serie terug. Vandaag oud-turnster Stasja Köhler.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden