Zaalsporten

Hoe raakt het publiek weer geïnteresseerd in zaalsporten? Drie ideeën

Bobby Schagen (rechts) probeert de Pool Przemyslaw Krajewski het scoren te beletten. Beeld EPA

De topcompetities in de zaalsporten hadden het al moeilijk. Door de coronapandemie vielen ze al vroeg stil. Hoe moet het verder? Drie ideeën van insiders uit drie sporten.

1. Een nieuwe sportzender 

Bobby Schagen (30), handbalinternational, speler bij TBV Lemgo

“Het grote probleem zit in de zichtbaarheid van sponsoren. Die willen in ruil voor hun investeringen aandacht op landelijke televisie. Naar mijn idee moet er dus een omroep worden opgericht speciaal voor sporten die niet aan bod komen bij de NOS of commerciële zenders. Het aanbod is daar te veel op voetbal, schaatsen en wielrennen gericht. En volgens mij is de publieke omroep er toch voor iedereen? Maak alle bondsleden van basketbal, volleybal en handbal automatisch lid en je hebt genoeg mensen om toe te mogen treden tot het omroepbestel. Zoals De Telegraaf ook gelukt is met WNL. Wie zou daar tegen zijn? De NOS heeft de rechten, maar ze komen amper. Dan moeten ze een andere partij de kans geven. Maak iedere week een uitzending van een uur, noem het Studio Zaalsport met een ruime samenvatting uit de drie competities. Zo krijgt iedere club aandacht. Dat is de manier om geld binnen te krijgen. Dat is de basis voor topsport. Dan kun je spelers ook professionals laten zijn, gaat het niveau omhoog en op den duur ook dat van het nationale team. Hier in Duitsland komen wij iedere week op tv. Sponsoren staan in de rij. Gegarandeerde inkomsten.”

Coach Toon van Helfteren van Feyenoord Basketbal Beeld BSR Agency

2. Samenwerking met België 

Toon van Helfteren (69), coach Feyenoord Basketbal, oud-bondscoach

“In de basketbalcompetitie zijn er misschien vier ploegen die redelijke salarissen kunnen betalen. De rest kan dat niet. Wij kampen met het probleem dat veel jongens naar de Verenigde Staten gaan om daar college te spelen. Dat is prima, maar als ze dan op 22-jarige leeftijd terugkomen, kunnen wij ze minder bieden dan een derdedivisionist in Spanje. Terwijl het niveau hier beter is. En dus vertrekken ze. De eredivisie is niet meer goed genoeg. Want wat hier blijft, maakt de rest niet beter. Er worden nu serieuze stappen ondernomen om met de Belgische ploegen te gaan samenwerken. Dat is een eerste stap in de goede richting. Ik vind ook dat gemeenten een belangrijke rol hebben. In Almere staat een prachtige hal te verpieteren waar Omniworld al eens basketbal en volleybal speelde. In Den Haag staat een tophal vrijwel leeg. Huur is nu een te een grote kostenpost. Als een stad topsport wil, moeten ze daar ook in investeren. En ik denk dat we het moeten zoeken in omniverenigingen. Net zoals wij nu doen bij Feyenoord. Barcelona doet het, Real Madrid. Waarom zouden Ajax en PSV dat ook niet kunnen? Dat betekent ook veel meer aantrekkingskracht richting sponsoren. En richting media. Exposure is belangrijk. Er zijn genoeg bedrijven die het kunnen betalen, maar die willen wel zendtijd.”

Joop Alberda met international Robin de Kruijf na het verlies in de halve finale tegen Duitsland tijdens het olympisch kwalificatietoernooi volleybal. Beeld ANP

3. Terug naar fulltime 

Joop Alberda (68), technisch directeur volleybalbond Nevobo, oud-bondscoach

“Wij druk bezig een aantal structurele veranderingen door te voeren. Zo is er al een akkoord over een Europees fonds waarbij de kosten worden gedekt als Europese wedstrijden moeten spelen. Clubs durven zich niet meer in te schrijven, want ze kunnen het niet betalen. Maar dat is onmisbaar om het niveau omhoog te halen. Een tweede punt is dat wij als bond gaan investeren om fulltime coaches in de eredivisie aan te stellen. In de jaren 80 en 90 waren wij dat allemaal. Nu nog een enkeling. Als een coach niet fulltime kan werken, dan spelers helemaal niet. Dan pas kun je een topsportprogramma gaan samenstellen bij de clubs. En dat is nodig. Talenten die op Papendal trainen gaan van tien keer in de week naar vier als ze bij een club gaan spelen. Die willen dat niet. Het niveau is nu gewoon niet goed genoeg. Dat geldt ook voor handbal en basketbal. Als je in Frankrijk of Duitsland kijkt, daar dragen teams altijd de naam van de stad. Dat is prestige en uitstraling. Daar worden clubs ondersteund. Ook moeten we een breder publiek aanspreken. Dat kan alleen maar via televisie. Maar dan moet je als sport zorgen, dat je interessant genoeg bent. Ik wil eerst organisatorisch en facilitair alles op orde hebben.”

Lees ook: 

Weinig leden en amper baromzet: zaalsportclubs verkeren in zwaar weer

Zaalsportverenigingen hebben het ook in de breedte financieel zwaar. Minder leden en geen kantine-omzet maken hogere contributies noodzakelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden