Paralympische Spelen

Hoe knap is het halen van paralympisch goud?

De zwemsters Chantalle Zijderveld en Lisa Kruger op het podium, nadat Zijderveld in haar laatste race goud had gewonnen. Kruger pakte brons. Beeld Reuters
De zwemsters Chantalle Zijderveld en Lisa Kruger op het podium, nadat Zijderveld in haar laatste race goud had gewonnen. Kruger pakte brons.Beeld Reuters

De gouden medailles van Chantalle Zijderveld en Rogier Dorsman, het succes van Fleur Jong en Marlène van Gansewinkel, de kracht van Jetze Plat en Sanne Voets. Nederland presteert met nu al 23 gouden medailles meer dan goed op de Paralympische Spelen. Maar wat is zo’n medaille waard?

NOC-NSF staart zich niet blind op de medaillespiegel. Het gaat ook om ‘de kwaliteit van een prestatie’. Achter de schermen is een team van drie data-analisten bezig om juist dat aspect in cijfers te vangen, in samenwerking met chef de mission Esther Vergeer en prestatiemanager Ralf van der Rijst. Er wordt vanuit drie vragen geredeneerd. 1. Haalt Nederland medailles op de competitieve nummers? 2. Zijn de velden sneller geworden ten opzichte van Rio? 3. Zijn onze atleten sneller geworden op die velden?

Het zijn logische vragen in een sport die zich in razend tempo evolueert. Zo’n tweehonderd wereldrecords worden naar verwachting dit toernooi verbroken, tegenover twintig op de Olympische Spelen. Het aantal gebroken wereldrecords op de Paralympics daalt overigens wel. In Rio waren het er 250, in Londen 251. In Athene in 2004 liefst 304. Het is een teken dat de paralympische sport competitiever is geworden.

De Nederlandse zwemmers hadden het zwaarder dan in 2016

NOC-NSF meet in Tokio bij het atletiek, zwemmen en baanwielrennen, omdat daar de omstandigheden goed vergelijkbaar zijn. In het zwemmen zijn vooral de afstanden waarop Nederland deelneemt zowel competitiever als sneller geworden dan in Rio het geval was. Het veld zwom dichter op elkaar, en de topzes zwom in de disciplines met Nederlandse deelnames gemiddeld 1,58 procent harder dan vijf jaar geleden.

Het was zodoende een moeilijker toernooi voor de Nederlandse zwemmers dan in 2016. De deelnemers die ook in Rio waren, zwommen in 85 procent van de gevallen harder dan in 2016, maar in slechts 55 procent van de starts leidde dat tot een verbetering in rangschikking, een teken dat het veld breder is geworden. Liesette Bruinsma bond er in Tokio een simpele conclusie aan vast: zwemmen is hartstikke leuk, maar specialiseren is voor een volgende paralympische cyclus nodig om aan de top te blijven.

Niet de makkelijke keuze

In het atletiek zijn vooral de afstandsnummers als verspringen en de werpnummers flink verbeterd: liefst 6 procent ten opzichte van Rio. Ook daarin is Nederland actief. In het baanwielrennen werd gemiddeld 2,04 procent harder gereden op alle sprintnummers (tot 1000 meter) waaraan Nederland meedeed.

Vergeer: “Wat de cijfers vooral laten zien, is dat wij als Nederland niet de makkelijke keuze maken. We zoeken de meest uitdagende disciplines. De sterke klassen en de grootste dichtheid: daar geloven wij in, en daar zetten we alle topsportprogramma’s op. Onze medailleteller bewijst dat de keuzes juist zijn.”

De cijfers geven ook steun voor de wijze waarop Nederland de paralympische sport wil aanvliegen. Het gaat om keuzes maken, zegt Vergeer. “Dit pakket aan sporten, deze klassen waar wij ons op focussen, is wat wij als topsport zien, met eisen die strenger zijn dan de internationale eisen van het Internationale Paralympisch Comité.”

Tandemrijden in plaats van zwemmen

Nederland wil met die gedachte wereldwijd voortrekker zijn, ook in gesprekken met het Internationaal Paralympisch Comité. En daar hoort bij: praten over het verminderen van het aantal klasses, ook als dat ‘pijn doet’ binnen de eigen Nederlandse ploeg.

Tegelijk moet je iemand die wil sporten nooit afwijzen, is de stelregel. Dus zal nooit ‘nee’ worden gezegd tegen een atleet die mee wil doen in een klasse waar binnen Nederland minder de focus op ligt. Van der Rijst: “We gaan niet actief op zoek, maar als iemand zich meldt, is diegene altijd welkom. We gaan wel met die persoon kijken: je doet aan zwemmen, maar vind je tandemrijden niet leuk om te proberen?”

Prestatie belangrijker dan aantal

Nederland verlaat Tokio na het weekend met meer gouden medailles dan in Rio. Maar dat is niet het belangrijkst, zegt Van der Rijst: “De focus ligt bij ons niet op een aantal, maar vooral op de prestatie achter een medaille. En als je uit de cijfers kan staven dat het heel moeilijk was om die medaille bij het zwemmen te halen, mag je best denken: Goh, wat was dat knap.”

Lees ook:

Esther Vergeer: ‘De paralympische sporter staat niet op en denkt: goh, weer wat om te overwinnen vandaag’

Esther Vergeer is voor het eerst chef de mission op de Paralympische Zomerspelen. Ze antwoordt op alles kwesties die moeten worden gevraagd. Zoals: zijn er te veel onderdelen op de Spelen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden