null Beeld

ColumnMarijn de Vries

Hoe het is om goud te verliezen, maar jezelf terug te vinden

Marijn de Vries

Misschien was hij wel het liefst zijn hele leven blijven hangen in die paar seconden waarin hij even olympisch kam­pioen was, dacht ik toen ik oud-schaatser Jan Smeekens op Radio 1 hoorde. Hij vertelde over het trauma dat hij opliep in Sotsji, in 2014, toen hij de gouden plak op twaalf ­duizendsten van een seconde misliep.

Dat alleen al is erg genoeg, maar u herinnert zich vast nog wel hoe dat ging. Aanvankelijk leek hij een snellere tijd te hebben geschaatst dan Michel Mulder, die tot dan toe op de eerste plek stond. Het scorebord gaf dat althans aan. In euforie gleed hij over de baan, zo blij dat hij niet wist of hij moest juichen, huilen, springen, zijn armen in de lucht moest werpen of juist naar beneden – en intussen hapte hij naar lucht na een van de beste 500 meters van zijn leven.

Van het gezicht van Michel Mulder droop juist verbijstering. Ongeloof. Heb ik toch niet gewonnen? Echt niet? Hij tilde een hand op. De hand bleef hangen, zijn gezicht verstarde. En toen: een explosie van vreugde. De tijden waren gecorrigeerd, Michel stond tóch bovenaan. Jan had het nog niet door, hij was nog aan het ­vieren. Het waren pijnlijke seconden. Te pijnlijk om naar te kijken.

Dat moment van de waarheid bleek traumatisch, vertelde Jan op de radio. Hij schreef zijn levensverhaal op in het boek Hoe ik goud verloor en mezelf terugvond, dat vorige week uitkwam.

Ik herinner me, als ik aan de Spelen van 2014 terugdenk, vooral de grote blijdschap van Michel Mulder. Aan de ellende die zich daar achter afspeelde, met Jan Smeekens, had ik tot gisteren weinig aandacht besteed. Zoals dat doorgaans gaat, denk ik, als je sport volgt. Wat een nachtmerrie is voor een ­atleet, glijdt langs de gemiddelde kijker heen.

Het moment van de waarheid veranderde Jan op slag. Van een man die altijd wilde winnen, werd hij een man met grote angst om nog eens te verliezen. Het vrat hem op, zoog hem leeg. Alle vreugde verdween uit wat hij deed. Tot zijn zus, die psychiater is, hem EMDR aanraadde. Traumatherapie.

Traumatherapie om twaalf duizendsten van een ­seconde. Om een gemiste gouden plak. Jan won wel zilver: dat is toch ook mooi? Verliezen is ­vervelend, maar om er nu zo’n drama van te maken? Een trauma zelfs – gaat dat niet wat te ver?

Ik heb zulke reacties vaak gehoord van niet-topsporters. En ik kan ze nog begrijpen ook. Als je niet elke ­seconde van de dag, jaren aan een stuk, wijdt aan je sport, dan kun je niet invoelen hoe ingrijpend winnen of verliezen is.

Topsport is een snelkookpan. Emoties en gevoelens die in het gewone leven klein zijn of onbeduidend, zijn allesomvattend als je aan topsport doet. Jan voelde intense schaamte. Hij vond dat hij had gefaald. Niet eens per se vanwege die verloren wedstrijd, maar tegenover zijn geliefden. Ze hadden jaren zoveel van hem moeten accepteren, zoveel opgeofferd voor zijn schaatsbestaan. Daarbij paste op het moment suprême alleen de winst. Om ze te belonen. Dat was hij aan hen verplicht.

Jan luisterde naar zijn zus en organiseerde zijn eigen debrief: de EMDR hielp hem zijn trauma te verwerken. En het schrijven. Door alles op te schrijven kregen de twaalf duizendsten pas echt een plaats.

Eigenlijk gun je elke atleet dit ‘mentaal aftrainen’, zoals Jan het noemde. Lichamelijk aftrainen doen ze tenslotte ook allemaal.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden