null Beeld

ColumnZwemmen

Hoe Femke Heemskerk ontdekt dat egoïsme niet per se negatief is

Je moet wat egoïstischer worden. Het is zo vaak tegen haar gezegd. En ze zei het ook tegen zichzelf. Maar hoe word je dat, als je het niet bent? Egoïstisch zijn is tenslotte ook een talent. Net zoals technisch wonderschoon zwemmen, met een fluwelen handinsteek. Of over de perfecte lichaamsbouw beschikken: lange armen, lange benen. Smalle heupen, brede schouders. Of longen als een paard hebben. Ze bulkt van het talent, Femke Heemskerk. Maar egoïsme, nee, dat is nooit onderdeel van de bulk geweest.

Als ze haar gezicht achter de gele handdoek verbergt, omdat ze gewoon even ontzettend huilen moet vanwege haar Europese titel op de 100 meter vrije slag, éindelijk die individuele titel op de lange baan, pak ik het interview dat ik ruim vier jaar geleden met haar hield er nog eens bij. Vlak na de Olympische Spelen van Rio sprak ik haar. Ze was kapot. Kapot getraind, kapot van teleurstelling. Ze was net weer een heel klein beetje aan het zwemmen. En ze had een voornemen.

“Ik zou graag niet meer zo lang bij familie en vrienden weg zijn”, vertelde ze toen. “Ik hou van theater en van vriendinnen zien, ik ben heel sociaal. Daar krijg ik energie van. Ik wil graag van ‘moeten zwemmen’ naar ‘mogen zwemmen’. Ik wil het in de laatste jaren van mijn carrière meer op mijn manier doen.”

Als het wringt benje nooit de beste versie van jezelf

Femke vertrok niet meer naar een buitenlandse trainer. Ze bleef in Nederland. Ging weer trainen met Marcel Wouda, met wie ze het altijd al zo goed vinden kon. En maakte ruimte voor meer sociaal leven. Voor vrienden en familie. Je zou kunnen zeggen: voor minder egoïsme, omdat egoïsme dus gewoon niet in haar zit. Dat kun je dwingen, maar als het niet past, wringt het. En als het wringt, ben je nooit de beste versie van jezelf.

Ik denk dat het haar goed deed. Ze kreeg langzaam het gevoel weer terug, haar puntgave techniek weer terug, de moraal weer terug. Maar de buitenwereld was er ook nog. En die is genadeloos. Corona kwam: dag Tokio 2020. Hallo trainen zonder doel, in kleine badjes waar ze toevallig even zwemmen mocht. En toen Tokio 2021 in zicht kwam: dag kwalificatie op de 50 meter vrije slag. Valerie van Roon trok het ticket naar zich toe, op een toernooi waar Femke niet aan mee mocht doen vanwege coronaquarantaine.

In het nauw gedreven voelde Femke zich, zo las en zag je overal, doodongelukkig. Want wat ze ook deed nu, de uitkomst bracht verdriet. Voor Valerie, als Femke een zaak begon en won. Voor zichzelf, als ze een zaak begon en verloor.

Ze besloot te knokken

Maar je kunt niet boos blijven op een situatie waar je ongewild in bent gebracht. Je moet een keuze maken. Femke koos met een bezwaard gemoed, dat weet ik zeker, voor zichzelf. Ze besloot te knokken. Haar ticket, haar Spelen. Ze won.

Dit weekend won ze weer. Goud, individueel. Na al die jaren werken, na zo vaak tweede, na die nare rotzaak: daar staat ze. Overtuigd, van zichzelf, en van wat ze kan. “Wat ik heb geleerd is dat je voor jezelf moet gaan”, zei ze toen ze de gele handdoek voor haar gezicht weggetrokken had. “Ik kom nu ook voor mezelf op in het water.”

In de staart van haar zwemcarrière heeft Femke aan den lijve ondervonden dat egoïsme niet per se negatief hoeft te zijn. Het is opkomen voor jezelf. Het is van ‘moeten zwemmen’ naar ‘mogen zwemmen’ tot in perfectie uitgevoerd.

Lees ook:

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden