Het NBA-team van de Syracuse Nationals (tegenwoordig de Philadelphia 76ers) poserrt voor een teamfoto in de Onondaga War Memorial Arena in Syracuse, New York. Met in hun midden de zwarte spelers Earl Lloyd (11) en Bob Hopkins (9). Beeld NBAE via Getty Images
Het NBA-team van de Syracuse Nationals (tegenwoordig de Philadelphia 76ers) poserrt voor een teamfoto in de Onondaga War Memorial Arena in Syracuse, New York. Met in hun midden de zwarte spelers Earl Lloyd (11) en Bob Hopkins (9).Beeld NBAE via Getty Images

Basketbal

Hoe de NBA van Michiel Ulijn in 75 jaar van kleur verschoot

De Nederlandse emigrant Michiel Ulijn stond aan de wieg van de National Basketball Association. De eerste wedstrijd werd 75 jaar geleden gespeeld, op 1 november 1946. Zwarte toeschouwers waren eerst niet welkom in Ulijns stadion in Washington.

Jelte Posthumus

Het is een middag in maart 1950 en je kunt een speld horen vallen in de trainingshal van de Washington Capitols, het professionele basketbalteam uit de Amerikaanse hoofdstad. De aanwezige witte spelers weten dat er twee veelbelovende zwarte universiteitsspelers komen trainen. Maar nu zij binnenwandelen, vormen Earl Lloyd en Harold Hunter toch een bijzondere aanblik.

Per slot van rekening spelen er in de nog jonge NBA-competitie alleen maar witte spelers. Snel wordt echter duidelijk dat de twee niet onderdoen voor hun collega’s. Na afloop lopen ze met clubeigenaar Mike Uline linea recta naar zijn kantoor om het over een contract te hebben.

Mike Uline heette eigenlijk Michiel Ulijn, geboren en getogen in Nederland. In 1874 kwam hij ter wereld in een eenvoudig arbeidersgezin. Zijn ouders hadden een huisje op de dijk langs de Maas bij ‘t Wild, een gehucht bij Den Bosch. Toen Michiel zestien was emigreerde het gezin naar Amerika, mede vanwege de overstromingen van de Maas die grote schade aanrichtten.

Mike Uline (voorheen Michiel Ulijn). Beeld Washington Evening Star, 23 december 1948.
Mike Uline (voorheen Michiel Ulijn).Beeld Washington Evening Star, 23 december 1948.

IJsfabrieken

Het gezin Ulijn belandde in Cleveland, Ohio. Michiel werkte er in een steengroeve en voor een fabrikant van sigarendoosjes. Later verkocht hij blokken koelijs - elektrische koelkasten voor thuisgebruik bestonden nog niet. Rond zijn veertigste werd hij rijk met de verkoop van tientallen patenten op met name de productie van ijs, en bezat hij tientallen ijsfabrieken.

Privé ging het minder voorspoedig. Ulijn en zijn vrouw Caroline, een dochter van Duitse immigranten, scheidden en Ulijn ging in Washington wonen, ver weg van zijn vrouw en twee dochters. De jarenlange rechtszaak over de scheiding werd breed uitgemeten in lokale kranten.

In Washington betrok Ulijn een villa. Hij bouwde er in 1941 pal naast een van zijn fabrieken de ‘Uline Arena’, een indoor schaats- en ijshockeystadion dat plaats bood aan zevenduizend toeschouwers. Ook met andere evenementen probeerde Ulijn geld te verdienen. Zo plaatste hij een watertank midden in het stadion, waar zestien kunstzwemsters hun kunsten vertoonden. Ook organiseerde hij een enorm bierfeest, hield hij rodeo’s en in de winter van 1948 zelfs autoraces voor dwergen. Volgens bezoekers een bizar schouwspel, mede door de enorme herrie en de uitlaatgassen in het overdekte stadion.

Een poster die oproept om de Uline Arena  te boycotten. Beeld Henderson House, Inc.
Een poster die oproept om de Uline Arena te boycotten.Beeld Henderson House, Inc.

BAA opgericht

Samen met tien andere ondernemers en eigenaren van stadions richtte Ulijn op 6 juni 1946 in het Commodore Hotel in New York, vandaag de dag eigendom van Donald Trump, de Basketball Association of America (BAA) op, de voorloper van de NBA. Het was tot dan toe de meest serieuze poging om een professionele competitie te starten. Financieel kon dat voor de meeste nieuwe clubs jarenlang niet uit, maar de durf van de ondernemers betaalde zich later dubbel en dwars uit. Een halve eeuw later zouden NBA-wedstrijden overal ter wereld live uitgezonden worden en wisselen clubs voor miljarden dollars van eigenaar. Ulijn had eind jaren veertig echter moeite om financieel het hoofd boven water te houden.

Vanaf de opening van zijn stadion in 1941 waren alleen bij de bokswedstrijden zwarte Amerikanen welkom. “Boksen is een barbaarse aangelegenheid en negro’s kunnen dat waarderen”, vertelde Ulijn in een krant. “Maar de ijsshows zijn vormend en negro’s begrijpen zulke sporten niet.”

Het leidde in toenemende mate tot kritiek, onder meer van burgerrechtenbeweging NAACP. In 1943 riep The Washington Post op tot een boycot door Ulijn af te schilderen als ‘iemand die zijn geld verdient door ijs te verkopen aan blanken en zwarten die zich geen koelkast kunnen veroorloven, terwijl hij zwarten tegelijkertijd weert tijdens zijn ijsshows.’

Aanvankelijk werd Ulijn in kranten geciteerd met opmerkingen als: “Waarom ben ik de boosdoener? Ik ben geen pionier. Ik ben een ondernemer. Waarom zou ik de eerste moeten zijn?” Maar onder druk van de protesten en dreigementen van boksorganisaties om zijn stadion niet meer te boeken, stelde Ulijn zijn stadion vanaf 1948 toch voor iedereen open. Zestien jaar vóór de baanbrekende Civil Rights Act, die een aantal vormen van discriminatie in Amerika verbood.

De eerste zwarte speler

Naast de aanvankelijke beperkingen voor toeschouwers was er nooit een afspraak om donkere spelers te weren uit de NBA. Desondanks duurde het nog tot 31 oktober 1950 voordat de eerste zwarte speler de NBA betrad. Nota bene namens Ulijn en zijn Washington Capitols. Earl Lloyd, die in dat voorjaar direct na die proeftraining een contract van Ulijn kreeg, verscheen die avond als invaller in het veld tegen de Rochester Royals. Een dag later gevolgd door Chuck Cooper van de Boston Celtics, die net als Lloyd een paar maanden eerder al door de profs gescout was. Volgens Lloyd hadden vooral de Celtics hun nek uitgestoken, door als eerste aan te kondigen dat ze een zwarte speler gingen contracteren.

Chuck Cooper van de Boston Celtics in 1953.  Beeld Bettmann Archive
Chuck Cooper van de Boston Celtics in 1953.Beeld Bettmann Archive

Doet hij Ulijn daarmee tekort? Dat valt moeilijk te zeggen. Duidelijk is wel dat naast veranderende maatschappelijke opvattingen ook commerciële belangen een rol speelden. De NBA kon het talent van donkere spelers goed gebruiken. Want hoe beter het ‘product’, hoe meer mensen daarvoor een kaartje wilden betalen.

Het beeld van een louter kille zakenman lijkt echter niet terecht. Ulijn zette zich ook in voor een organisatie die dagjes uit financierde voor zieke kinderen. En vlak na de Tweede Wereldoorlog bood zijn stadion tijdelijk plek aan zeshonderd veteranen, die kosteloos onderdak kregen totdat ze woonruimte hadden gevonden. In dezelfde periode stuurde hij geld naar het door de oorlog zwaar getroffen Nederland. Daarvoor kreeg hij van de Nederlandse Staat de zilveren Erkentelijkheidsmedaille 1940-1945, een equivalent van de Ridderorde.

Emancipatie in de NBA

In 1950 waren Earl Lloyd en drie anderen de eerste zwarte spelers in de NBA. Daarmee was 3 procent van de spelers zwart. Vijftien jaar later, in 1965, was dat opgelopen tot bijna 50 procent. Inmiddels schommelt het percentage Afro-Amerikaanse spelers al jaren rond de 75 procent, en bestaat het resterende kwart uit spelers uit alle hoeken van de wereld.

Twintig jaar na die eerste wedstrijd werd Bill Russell in 1966 de eerste zwarte coach in de NBA. Bij aanvang van het seizoen 2012-2013 werd het recordaantal van veertien zwarte hoofdcoaches bereikt, op een totaal van dertig teams. Van de acht vacatures voor hoofdcoach die afgelopen zomer openstonden, werden er zeven ingevuld door een zwarte coach.

Qua vrouwelijke hoofdcoaches lijkt het inmiddels niet meer de vraag óf die er komen, maar wanneer. Veel ogen zijn gericht op Becky Hammon van de San Antonio Spurs, een van de inmiddels zeven vrouwelijke assistent-coaches in de NBA. En in 2013 maakte de eerste (en tot nu toe enige) actieve speler, Jason Collins, bekend dat hij homo is.

Na de gewelddadige dood van George Floyd in mei 2020 stelde een aantal spelers voor om seizoen 2019-2020 niet uit te spelen. Dat gebeurde uiteindelijk wel. Vooral omdat de spelers beseften dat ze hun stem juist willen laten horen; ze droegen shirts met ‘Black Lives Matter’ en spraken zich doorlopend uit tegen politiegeweld en discriminatie.

Eerste vrouwelijke voorzitter

Waar 75 jaar geleden druk van buitenaf nodig was om de rassenscheidingen in het basketbal te slechten, oefenen de moderne sterren nu zelf druk uit om de wereld te veranderen. De zwarte sterren, maar de witte sterren net zo goed. “Dat laatste is voor mij een bevestiging dat wij met sport in het algemeen en basketbal in het bijzonder een voorbeeld kunnen zijn voor de rest van het land”, aldus Michele Roberts van de spelersvakbond van de NBA. Zij is sinds 2016 de eerste vrouwelijke voorzitter van een van de grote Amerikaanse sportvakbonden. “Want in die kleedkamer ontstaan vriendschappen en banden, ongeacht rassenverschillen. Het was fantastisch om te zien hoe witte spelers T-shirts droegen met ‘Black Lives Matter’ erop.”

De witte spelers van de Capitols van Ulijn hadden in 1950 geen enkel bezwaar tegen de komst van Earl Lloyd. Wie goed kon spelen, was wat de spelers betreft welkom. En de zwarte spelers die in de NBA verschenen tilden het niveau van de competitie aanzienlijk omhoog.

Ulijn maakte het latere enorme sportieve en commerciële succes van de NBA niet meer mee. In 1958 overleed hij op 83-jarige leeftijd, nadat hij jaren eerder zwaargewond raakte door een val op het ijs van zijn eigen stadion. Zijn Uline Arena staat er echter nog steeds, op enkele kilometers van de plek waar Martin Luther King in 1963 zijn beroemde ‘I Have a Dream’-speech uitsprak. De Uline Arena kreeg in 2007 de status van monument en werd compleet gerestaureerd, zowel vanwege de architectonische als de historische waarde.

Lees ook:

Topbasketballers NBA passen voor traditionele All Star-wedstrijd: ‘Geld wordt als belangrijker gezien dan gezondheid’

De grootste basketbalsterren uit de NBA hebben geen zin in de jaarlijkse All Star Game, die begin volgende maand in Atlanta op het programma staat

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden