Beeld Maartje Geels

ColumnBettine Vriesekoop

Het Sportgala heeft wel wat weg van de Oscar-uitreiking

Jarenlang liet ik de feestelijke uitreiking van de Jaap Edens aan de fine fleur van de Nederlandse topsport voor wat die was. Elf jaar geleden voor het laatst, net als het boekenbal. Dit jaar ging ik wel. De regie van de NOS had bedacht hoe leuk het zou zijn om zestig edities Sportvrouwen van het Jaar met hun Jaap Eden op het podium in de bloemetjes te zetten. Jaap Eden, de man die kon schaatsen, voetballen, wielrennen en ijshockeyen in een tijd waarin sport nog niet zo gespecialiseerd was. Mijn ouder geworden collega’s had ik nooit of lang niet meer gesproken en goed dat de jonge toppers van nu zien dat ze in een traditie staan. Zoiets dacht ik.

Pumps en zwarte pantalon aan, haar gevlochten, een zware bronzen Jaap Eden op de achterbank van de auto getild. Op naar de Afas naast Johans voetbaltempel. Het bekendmaken verliep à la het uitreiken van de Oscars in Hollywood. Moderne topsporters zijn sterren. Ze liepen over een rode loper langs batterijen fotografen en televisiecamera’s in het rood geklede gastvrouwen tegemoet. De in lamé en maatpak gehulde topsporters showden trots hun partner. Er is leven naast het trainingspak. Dat was wel wat anders toen het Sportgala nog in de kinderschoenen stond. In 1981 ontving ik in het Holiday Inn Hotel in Leiden een bronzen Jaap Eden, dat bronzen beeldje op de achterbank van mijn auto. Uit handen van André van der Louw. In een mallotig trainingspak moesten wij, de genomineerden, radiografische autootjes besturen en ballen in een mandje mikken. Nederland was het Spelletjesland van Mies en Willem.

Dione de Graaff en Tom Egbers presenteerden woensdag beschaafd bescheiden. Ik zag terechte en helaas afwezige winnaars. Gelukkig wel de handbalsters. Zonder hun aanwezigheid zou dit gala echt minder hebben geglansd.

'Jij bent toch die zwemster?’

Er stonden 26 oud-Sportvrouwen van het Jaar op het podium. Oude filmpjes uit de oertijd, toen de beste sportvrouwen nog een blikken bekertje of een kristallen vaasje kregen waarin hun naam was gegraveerd. Ada Kok liet me haar vaasje zien. “Er past nog geen fresiaatje in”, zei ze. Na afloop vertelde Erica Terpstra me over haar nieuwe reisprogramma, Arnold Vanderlyde over de tanende trainingsinzet van de Nederlandse boksjeugd, radio-journalist Frits Spits – die evenveel van taal houdt als Jules Deelder van Sparta – over het juiste moment om te stoppen.

Toen stelde ik mezelf maar voor aan gouden handbalkeepster Tess Wester. “Oh, jij bent toch die zwemster?”, flapte ze eruit. We hadden vervolgens een leuk gesprekje over trainingsvormen voor reactievermogen. Yuri van Gelder, een Jerommeke met ijzersterke armen en Armeens bloed, liet los dat hij graag coach zou willen worden. Hij wil turntrainers die nog nooit in de ringen hebben gehangen bewijzen dat hij wel weet wat topsport inhoudt. Tokio heeft hij losgelaten. Uit Rio naar huis gestuurd, doet nog steeds pijn. Sportman van het Jaar in 2005, voor hem een eeuwigheid geleden.

Betty Stöve en ik spraken elkaar voor het eerst. Vertelde de Nederlandse pionier van het internationale vrouwentennis dat ze mijn carrière in de tafeluitvoering van haar sport altijd had gevolgd. “Bettine, wij waren goed, niet in de moeilijkste, maar in de makkelijkste sporten: gewoon de bal slaan waar je tegenstander niet staat.” Ze keek naar het bruisende feest van dansende jonge mensen en riep in mijn oor, niet omdat ik doof begin te worden maar om de muziek te overstemmen: “Gezondheid is alles, de rest is alleen maar versiering.”

Marijn de Vries is met zwangerschapsverlof. In de tussentijd vervangt Bettine Vriesekoop haar als columnist.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden