null Beeld

ColumnMarijn de Vries

Het oog van hockeyer Jip Janssen doet me denken aan een vissenkom vol bloed

Ik ben nogal een beelddenker. Misschien houdt het linkeroog van hockey-international Jip Janssen me daarom al ruim een week zo bezig. Tijdens de wedstrijd die hij vorige week vrijdag met zijn ploeg Kampong speelde tegen Bloemendaal, kreeg hij een bal in zijn gezicht. Snoeihard. Hij had net de gelijkmaker gescoord en lag plotseling op de grond. Ogen dicht, van pijn natuurlijk. Handen om het gezicht, stel ik me voor.

Na de eerste schrik voorzichtig nagaan hoe het is. ­Eigenlijk meteen al weten, uit ervaring: dit is erg. Warm vocht aan de handen. Dat moet bloed zijn. Waar komt het vandaan? Voorzichtig de ogen open. De schok: ik zie niks. Met links zie ik niks! Het is niet zwart, er is licht. Maar verder niks. Geen beeld. Paniek. Wat is er aan de hand?

Op weg naar het ziekenhuis werd het licht in Jips oog nog even rood van kleur. Dat moest een stoplicht zijn. Daarna zag hij niks herkenbaars meer. De paniek nam toe. In het ziekenhuis vroeg hij wel duizend keer: word ik blind? De artsen hadden geen antwoord. Zijn oog zat vol met bloed. Daardoor kon hij niet naar buiten kijken en de artsen niet naar binnen.

Jip mag niet liggen, negen dagen lang al niet

Ik denk telkens aan een vissenkom. Een vissenkom vol bloed. Zo ziet Jips oog er in gedachten uit. Het bloed moet zakken, de vissenkom moet leeg. Pas dan kan de schade opgemaakt worden. Hoe zakt dat bloed? Niet als je ligt. Dus Jip mag niet liggen. Negen dagen lang al niet.

Dus hij zit. Als hij wakker is en als hij slaapt. Dat laatste is geen sinecure. Zittend slapen is schemer­slapen, tussen wakker zijn en dromen in. Bang om bij echt in slaap vallen toch onderuit te zakken. Dromen over de zaligheid daarvan. Het moede hoofd eindelijk op het kussen, het lijf opgekruld met de knieën tegen de kin. Ontspannen, eindelijk… om met de daver op het lichaam wakker te schrikken en te ontdekken: goddank, ik lig niet, ik zit nog steeds rechtop.

Het fascinerende van topsport zit voor mij in het gemak van wat bijna onmogelijk is. Een vloeiende strafcorner, die snoeihard in de kruising suist. Doodstil op een fiets met zestig over rechte wegen racen. Zonder ademen in luttele seconden naar de andere kant van het zwembad. Bijna niemand kan het. En wie het kan, laat het eruit zien alsof het geen moeite kost.

Pas als het mis gaat, zie je hoe hard het gaat

Pas bij blessures wordt topsport rommelig. Pas dan zie je hoe hard het gaat. Mijn gezicht was altijd mijn grootste angst. Erop vallen, in een afdaling. Tanden eruit. Jukbeenderen kapot. Ik heb het te vaak zien gebeuren, ook. Voor hockeyers zullen tanden niet zo’n kwestie zijn, denk ik: een bitje biedt bescherming. Maar ogen… Zouden zij heel hun carrière denken, zoals ik over mijn tanden: als mijn ogen maar ongeschonden blijven?

Het bloed zakte langzaam, de vissenkom werd telkens een beetje leger deze week. Jips zicht werd elke dag een beetje beter, vertelde hij vrijdag in Bureau Sport Radio op NPO Radio 1. Dinsdag is de laatste dag dat Jip rechtop moet blijven. Dinsdag kan hij – als het goed is – weer volledig zien. En kunnen de artsen kijken of er vanbinnen nog schade is. Dinsdag mag Jip weer een beetje joggen. En liggend slapen. Och, wat zal hij slapen. En dromen over een lege, glanzend opgewreven vissenkom.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden